Opinie

Slet

In 010

Ik vertelde de serveerster dat ik die middag naar een slettentocht ging. Verbaasd keek ze mij aan: een slettentocht? Ja, zei ik, dat zijn vrouwen die protesteren tegen seksuele intimidatie. Maar waarom zouden ze zich slet noemen, mijmerde ik. „Nou, ik denk dat ze bedoelen dat een vrouw zich sexy moet kunnen kleden zonder te worden lastiggevallen. Zoiets”, vermoedde de serveerster.

Zo’n honderdvijftig merendeels jonge vrouwen hadden zich bij CS verzameld voor de SlutWalk. De meesten waren dik gekleed, want er woei een gure wind en het regende. Er waren spandoeken te bewonderen ‘voor radicale gelijkwaardigheid’ en ‘tegen het patriarchaat’.

Organisatrice van de tocht was Zuza, een Poolse studente aan de Erasmus Universiteit. Ik vroeg haar hoe het was gesteld met de vrouwvriendelijkheid in Rotterdam. „Dat valt vies tegen”, antwoordde ze. „Elke keer als ik uitga word ik door twee of drie mannen op een vervelende manier benaderd. Ze zijn agressief, pakken me beet of noemen me ‘schatje’, terwijl ze me niet kennen.”

Slut is een geuzennaam, begreep ik, gebaseerd op een uitspraak van een politie-officier in Toronto: „Vrouwen moeten zich niet als sletten kleden, dan worden ze ook niet belaagd.” Zuza: „Je moet kunnen aantrekken wat je zelf wilt. Het is geen uitnodiging tot ongewenste intimiteiten.” Zelf droeg ze slechts een slip met daaroverheen netkousen en een navel-shirt. „Ik doe dit om te provoceren. Normaal gesproken zou ik dit zeker niet aantrekken, want dan heb ik geen moment rust.” Ik googelde op mijn smartphone en las dat uit een onderzoek onder Rotterdamse vrouwen is gebleken dat 94 procent van hen wel eens last heeft van straatintimidatie.

Een van de SlutWalkers vertelde dat een man haar na het uitgaan een steeg insleurde waar ze zijn kruis moest betasten. „Een kerel nota bene die ik vertrouwde. Toen ik thuis was belde hij mij op en zei: je hebt er zelf om gevraagd. Maar luister: een vrouw vraagt daar nooit om.”

Langzaam trok de stoet, begeleid door politie te fiets, naar het Stadhuisplein. Daar aangekomen dacht ik: er zijn waarschijnlijk weinig mannen die kunnen zeggen dat ze hebben meegelopen in een slettentocht. Maar ik wel. En ik had er geen spijt van.

Willem Pekelder