Opinie

    • Mirjam de Winter

Schmidt Zeevis

Ik kwam ooit ‘van de eilanden’ en ben dus goedbeschouwd nog steeds import. Maar ook ik heb intussen mijn hart gebakken aan plekken die we in de stad als uitgesproken Rotterdams beschouwen: De Kuip, restaurant Old Dutch, Kaat Mossel, De Ballentent. En ook bij banketbakker Carlier in Kralingen of elektronica-warenhuis Correct krijg ik zo’n heel apart gevoel van binnen. Niet alleen de klanten komen er al eeuwen, ook het personeel lijkt er nooit te zijn vervangen.

Hetzelfde geldt voor Schmidt Zeevis, waar sommige medewerkers overduidelijk al ver over hun pensioendatum heen zijn, zoals ook veel vaste klanten lijken te stammen uit een tijd waarin de scholletjes en de kabeljauwen nog op pootjes uit het water kwamen. Ze bleven de geliefde vishandel trouw, zelfs na de verhuizing een paar jaar geleden vanuit het centrum naar de Spaanse Polder, waar Schmidt een nieuwe hang-out voor ze creëerde in een nagebouwd zeeschip. Ook ik eet er nog regelmatig in het weekend een oester of een gebakken visje, met een fles Sancerre erbij natuurlijk, want dat doen ze daar allemaal. En geniet dan – van een afstandje – van het oud-Rotterdamse ons-kent-ons-sfeertje, met allerlei typetjes die me toch altijd weer aan Joke Bruijs of Gerard Cox doen denken.

Veel vaste klanten lijken te stammen uit een tijd waarin de scholletjes en de kabeljauwen nog op pootjes uit het water kwamen

Vorige week zaterdag nam ik er een jongere vriendin mee naar toe, die er gek genoeg nooit eerder was geweest. Terwijl we onze oesters naar binnen slurpten, vroegen twee dames op leeftijd of ze plaats mochten nemen aan ons tafeltje. Als dank lieten ze ‘ober Arnoud’ onze glazen wijn bijschenken. Een van de dames, Adrie, bleek de weduwe van Coen Moulijn. Ze vertelde liefdevol over haar ‘Mister Feyenoord’, en over hun vele bezoekjes samen aan Schmidt Zeevis. Adrie komt er nog altijd graag, net als in De Kuip, waar ze bij iedere thuiswedstrijd van Feyenoord op Coens oude plekje plaatsneemt en na afloop het spelershome bezoekt.

Afgelopen januari heeft ze hem op zijn sterfdag herdacht bij zijn standbeeld voor De Kuip, samen met wat bobo’s en trouwe Feyenoordaanhang. Ze vertelde blij te zijn met alle steun en aandacht die ze ook na zijn dood heeft gekregen, terwijl haar man toch juist altijd zo bescheiden was en eigenlijk niets begreep van zijn heldenstatus. ‘Coentje’ was bij leven al een legende, ofschoon er in al die jaren toch wel betere voetballers waren geweest, zo vond hij zelf. Adrie vertelde dat we ons verder niet al te veel moesten voorstellen bij de ‘glitter & glamour’ van het leven van een voetbalvrouw zoals zij, want in die tijd kregen profvoetballers lang niet zoveel geld als nu het geval is. Daarom hebben ze altijd hun kledingwinkel op Zuid aangehouden en moest er gewoon hard worden gewerkt.

Maar we hadden als vrouwen van verschillende generaties deze middag gelukkig nog veel meer te bespreken dan voetbal alleen, nieuwsgierig als we naar elkaar waren. De ‘vrouwenemancipatie’ bijvoorbeeld en hoeveel kwaad de tweeverdienerswet indertijd had aangericht, die „vrouwen terugjoeg naar het aanrecht”, volgens Adrie en haar vriendin. Toen we een aantal wijntjes later weer vanuit de romp van het Schmidt-schip naar buiten ‘kropen’, riep mijn vriendin enthousiast: „Hier moet ik vaker heen!” En daarmee had de stad er meteen weer zo’n typisch-Rotterdamse bij.

Mirjam de Winter (@mirjamdewinter) is freelance journalist en stadsgids in Rotterdam.