In de VS schiet je op een nazi-zombie, in Nederland op een kleiduif

Schieten In de VS is met dodelijke wapens schieten doodnormaal vermaak. De kick van MP40 en Thompson.

Deze foto’s, gemaakt bij Nederlandse schietverenigingen, komen uit de serie It takes my mind off things van fotograaf Robin Butter over de schietcultuur in Nederland.
Deze foto’s, gemaakt bij Nederlandse schietverenigingen, komen uit de serie It takes my mind off things van fotograaf Robin Butter over de schietcultuur in Nederland. Foto’s Robin Butter

‘Prrraa prraa prrraaa”, schreeuwt de instructeur boven het geknal uit. Zo moet het klinken als ik straks ga schieten met een MP40, het volautomatisch machinegeweer van het Duitse leger uit de Tweede Wereldoorlog. Hij geeft de instructies: de loop mag ik absoluut niet aanraken, die wordt gloeiend heet. Het ijzeren uiteinde moet tegen m’n schouder rusten, om de terugslag op te vangen. Richten moet met het kleine ijzeren vizier boven de loop. De trekker moet ik in korte reeksen indrukken om met salvo’s te vuren, of ingedrukt houden om full automatic te gaan.

De instructeur geeft me het wapen. Het is zwaarder dan ik had verwacht. Ik mik en probeer de trekker over te halen, maar er gebeurt niks. Nog eens proberen, nu met meer kracht. Prraaa prraa prraaa, klinkt het oorverdovend.

Op vakantie in de Verenigde Staten gingen een vriend en ik schieten in Las Vegas. Waarom? Ik had nog nooit geschoten, het zou vast een kick geven. En als je het een keer doet, doe het dan in Amerika, dacht ik. Daar is vast van alles mogelijk. Thuis schud ik weliswaar meewarig het hoofd als ik lees over de bijna 40.000 doden door wapens in een jaar in de VS, tegelijkertijd lijkt me te gek om juist daar een keer te schieten.

Op een warme middag gaan we naar The Gun Store. De schietbaan ligt in een zijstraat van de beroemde Strip, ongeveer zeven kilometer van het Mandalay Bay Hotel vanwaaruit de Amerikaan Stephen Paddock in oktober 2017 58 mensen doodschoot. Een afspraak maken blijkt niet nodig, en onze achtergrond wordt niet gecheckt.

We zijn zeker niet de enige toeristen die de vrije beschikbaarheid van wapens in de VS willen beleven, er staat een lange rij. Tijdens het wachten kunnen we vast nadenken over welk ‘pakket’ we willen. Er is een coalition-pakket, met drie wapens van het huidige Amerikaanse leger: een handwapen en twee volautomatische geweren. Er is een zombiepakket: drie wapens die je vaak in zombiefilms ziet, zoals een shotgun. Voor vrouwen is er een ladies-pakket, met een roze AK-47. En: het kids-pakket, met een pistool en een volautomatisch geweer, voor kinderen tussen de 6 en de 12 jaar. Ik, geschiedenisliefhebber, kies voor het Tweede Wereldoorlog-pakket, met een handpistool, de MP40 en de Amerikaanse Thompson, bij liefhebbers van gangsterfilms ook wel bekend als de Tommygun. Prijs: 90 dollar.

Kiezen tussen een killerclown of terrorist

Waar willen we op schieten, is de volgende vraag. Als schietschijf kun je kiezen voor een griezelige killerclown. Of een terrorist (een man met een zandkleurige doek voor z’n gezicht en een raketwerper op z’n rug). Ik ga voor een saai, neutraal silhouet, en twee nazi-zombies.

Mensen verdwijnen met instructeurs achter een dikke, zwarte deur. Vlak voordat wij mogen, maken we kennis met onze instructeur. Een vriendelijke man met brede schouders en een volle, zwarte baard. Hij zal de wapens introduceren en, zo blijkt later, ons strak in de gaten houden. Met oorbeschermers en een veiligheidsbril op mogen we de baan op. Daar krijgen we met z’n tweeën een hokje tussen twee schotten toegewezen. Het geknal uit de andere hokjes is duidelijk te horen.

De instructeur laadt de munitie en legt de wapens uit. Ik mag tien kogels afvuren met het handpistool, twintig met de MP40 en veertig met de Thompson. Het blijkt knap lastig: ik kan amper inschatten of ik raak schiet. En ik struikel bijna achterover van de terugslag, gelukkig staat de instructeur constant vlak achter me. Als mijn magazijn leeg is, ontfutselt hij me het wapen voor ik er erg in heb.

Met deze wapens sprongen jongens van mijn leeftijd en jonger dus een jaar of zeventig geleden uit schepen en vliegtuigen

Het schieten is te gek. Ik voel, ruik en zie de macht van een wapen. Met de Thompson schiet ik gaten ter grootte van drie vingers in de nazi-zombie. Ik voel me geen moment onveilig. Met een volle grijns ga ik op de foto met het geweer en de aan flarden geschoten posters. Hier is schieten geen sport. Het is pretparkvermaak.

Tegelijkertijd is het een leerzame ervaring. Met deze wapens sprongen jongens van mijn leeftijd en jonger dus een jaar of zeventig geleden uit schepen en vliegtuigen – en ik kan er amper mee rechtop staan. Doordat mijn vriend met moderne wapens schiet, leren we over de ontwikkeling van vuurwapens in de laatste decennia. Waar ik het moet doen met flinke terugslag en ijzeren vizier heeft hij een ‘red dot sign’, betere grip en minder terugslag.

Na afloop leidt de instructeur ons naar de souvenirshop. Alle wapens waar we mee geschoten hebben blijken daar legaal verkrijgbaar.

Op de bonnefooi

Dat is schieten in de VS, een leuk uitje waar je op de bonnefooi heen kan. En hoe werkt dat in Nederland?

Nou, iets anders. Er zijn 670 schietverenigingen aangesloten bij de Koninklijke Nederlandse Schietsport Associatie (KNSA), dat zijn ze zo’n beetje allemaal. Wie daar wil schieten moet geïntroduceerd worden als potentieel lid. Introducés mogen maximaal drie keer komen schieten als kennismaking, die drie keer wordt het nummer van je legitimatiebewijs in een register opgenomen. Wie daarna lid wil worden moet een formulier invullen bij de vereniging, met vragen of je een strafblad of een psychische aandoening hebt. Ook moet je een VOG inleveren, een Verklaring Omtrent het Gedrag.

„Bij een schietvereniging kun je met vrijwel alles schieten”, zegt Sander Duisterhof, directeur van de KNSA, „behalve met volautomatische geweren.” De KNSA hanteert geen leeftijdsgrens, dat wordt aan de verenigingen zelf overgelaten. De meeste verenigingen hanteren een leeftijdsgrens van 16 jaar, zegt Duisterhof.

Wie gewoon een keertje wil gaan schieten, kan terecht bij zo’n tien schietcentra. Daar kun je bijvoorbeeld ook een vrijgezellenfeest geven. Je kan er alleen kleiduivenschieten of schieten met een klein kaliber geweer. Je schiet op een kartonnen bord met schijven erop. Er zijn geen posters met killerclowns of nazi-zombies. „In Nederland is schieten een sport”, zegt Duisterhof. Voor het pretpark moeten we echt naar de VS.