Opinie

    • Carolina Trujillo

Legalize

Het dopingseizoen is weer begonnen. En hoe. Voor de grote stunts moet je traditioneel bij het wielrennen zijn, maar er kwam even een langlaufer binnen. Max Hauke. Hij zat nog met het infuus in zijn arm toen de politie gewapend met camera zijn hotelkamer binnenviel. Die beelden zijn op internet beland. Arme Max. Arme Preidler ook, want zijn dopingbekentenis viel daarbij in het niet.

Elke keer als er moord en brand geschreeuwd wordt over doping in de sport denk ik: láát ze, laat die sporters alles gebruiken waar ze de hand op weten te leggen. Net als in de kunsten. Daar mag alles. In de letteren wordt alcohol zelfs aanbevolen en we doen niet moeilijk over uppers, downers, hard- of softdrugs, legaal of illegaal. Het gaat om het resultaat.

„Sport is te mooi voor doping,” zegt de dopingautoriteit.

Sodemieter toch op, denken wij vanuit de lelijke letteren.

De hardnekkigste reden om doping te verbieden is „de sport eerlijk houden”. Alsof niet allang is bewezen dat ondanks hysterische controles en strak geüpdate middelenlijsten er altijd een percentage sporters met doping wegkomt. Dat valt af te leiden van zij die worden betrapt en van bekentenissen achteraf. Verbieden is zinloos, net als in de werkelijkheid buiten de sport: geen oorlog wordt al zo lang verloren als die tegen drugs. Verbieden leidt juist tot oneerlijkheid want, en dat is het mooie aan doping in de sport: het werkt. Sporters kunnen met aan zekerheid grenzend vertrouwen, verwachten dat ze sneller, hoger of dieper zullen gaan door die middelen op dat boodschappenlijstje te gebruiken. Kom daar maar om bij de rommel die wij tot onze beschikking hebben. Als ook maar één substantie tot betere schrijfprestaties zou leiden, zou het Letterenfonds het waarschijnlijk gaan verstrekken. Ook bij internationale competities maakt het bij ons niet uit wat je gebruikt. De Nobelprijs ging bijvoorbeeld naar Bob Dylan.

De sport zou een voorbeeld kunnen nemen aan de kunst: iedereen alles laten gebruiken. Dat is pas eerlijk. Het zou de prestaties ten goede komen en tot vuurwerk op de velden leiden. Zo nu en dan zou zo’n plofatleet dood neervallen, maar dat gebeurt in de kunsten ook en niemand haalt het in zijn hoofd om daarom de makers hun drugs af te nemen. Na een overdosis hoeven wij onze prijzen niet in te leveren. Na een drugsgeïnduceerde artiestendood kan het werk doorgaans op meer aandacht rekenen. In de sport zou het ook tot meer publiek leiden, vooral bij live wedstrijden. Ik zie alleen voordelen.

Bij „ongezond en riskant” als tegenargument, trekken wij de discriminatiekaart want waarom zouden sporters wel en kunstenaars niet op die manier moeten worden beschermd?

Ik vroeg een jurist wat ik kon doen om hier verandering in te brengen.

„Als je vindt dat de staat discrimineert, kun je die aanklagen bij de rechtbank”, zei hij. Het is een begin, maar ik twijfel. Voor je het weet backfiret de hele zaak. Dan krijgen we doping voor sporters niet vrijgegeven, maar moeten schrijvers bij hun manuscript urine- en bloedmonsters inleveren.

Carolina Trujillo is schrijfster.