Kunst met een grote V

Kunstverein Kunstverein, een club voor avant-garde kunst op huiskamerformaat, bestaat tien jaar. Het internationale team dat erachter zit, probeert de ingedutte Amsterdamse kunstwereld op te schudden.

Glenn Lewis Swim Performance
Glenn Lewis Swim Performance Foto Ernst van Deursen

Ergens tussen de vierde en vijfde gang gebeurt het. Een gestalte in een alienachtig pak, die vanaf het begin van het diner roerloos in een hoek heeft gezeten, staat op en barst uit in een aria. De wijnglazen beven zachtjes. Kunstverein, een artistieke club in Amsterdam zonder exclusieve pretenties, geeft een diner voor leden. Op de menukaart staan de gerechten van boven naar onder steeds waziger afgedrukt. De ovalen tafel voor twaalf gasten past alleen schuin in hun kleine expositieruimte in de Jordaan.

Onder het speciaal voor deze avond door kunstenaar Grace Schwindt ontworpen kostuum gaat operazanger Francesca Pusceddu schuil. Haar optreden vormt met een voordracht van Schwindt en de zeven gangen van de jonge chef Nick Jaël Bruynen een ervaring zoals alleen Kunstverein die opdient. Je krijgt geheid wat je niet verwacht. Zoals een ontmoeting met de Texaanse kunstenaar David Bernstein en zijn compagnon, een messing staafje dat hij al kletsend tussen zijn vingers houdt in plaats van een sigaret.

Verborgen bar

Kunstverein is een fenomeen dat zich niet eenvoudig laat vastpinnen omdat het zich manifesteert in uiteenlopende vormen: exposities, optredens, boeken, diners, clubnights, lezingen en het eigen tijdschrift Ginger & Piss. Het initiatief startte in 2009 in een appartement aan de Amstel, verhuisde naar een voormalige saxofoonwinkel in De Pijp met een verborgen cocktailbar en huist nu in de door galeries gedomineerde Hazenstraat. Het interieur wordt voor elke expositie ingrijpend verbouwd in samenwerking met kunstenaar Benjamin Roth.

Er komen meer jonge artistieke mensen op de openingen af dan er plek is binnen, waardoor ook de stoep in de late avond regelmatig het toneel is van wijnovergoten discussies over kunst en het leven. Meestal in het Engels, want Kunstverein is voor Amsterdamse begrippen nogal internationaal.

„We vonden het noodzakelijk om Kunstverein te beginnen want er gebeurde hier te weinig”, zegt Maxine Kopsa, terugdenkend aan de oprichting in 2009. De Canadese directeur van Kunstverein werkt ook als hoofd van de afdeling Fine Arts van het Sandberg Instituut. „Ons uitgangspunt was: wat missen we? Wat zouden we graag willen meemaken?” Nu, tien jaar later, beleeft de kunstwereld in Amsterdam naar haar gevoel opnieuw een moment van stilstand en slapte. „Het Stedelijk Museum zit in een problematische periode. Galeries vechten voor hun bestaan. De Appel [centrum voor hedendaagse kunst] opereert marginaal en SMBA [Stedelijk Museum Bureau Amsterdam, een experimentele dependance van het Stedelijk in de binnenstad] bestaat niet meer.” Kopsa ziet talent uit Amsterdam vertrekken omdat de leefkosten te hoog zijn voor jonge kunstenaars.

„We missen risico, we missen een scene”, zegt Yana Foqué, de van oorsprong Vlaamse associate curator. Kunstverein neemt de handschoen op om de avant-garde weer op te stoken. „Bij ons komen verzamelaars, professionals uit de kunstwereld, studenten en voorbijgangers. En we zouden graag zien dat meer mensen van buiten de kunstwereld ons leren kennen. Als ze eenmaal binnen gestapt zijn komen ze altijd terug.”

Mr. Peanut als inspiratie

Wat trekt de pakweg 250 leden aan in Kunstverein? Alina Lupu (33), een Roemeense kunstenares die studeerde aan de Rietveld Academie, is een van hen. „Kunstverein biedt een intieme, onderdompelende ervaring.” Als voorbeeld noemt ze de diners. „Je kunt met mensen praten ín een kunstwerk en denkt hierdoor meer over het werk na dan bij een opening van een expositie. Ik doe mijn best om culturele initiatieven waarvan ik geniet te steunen, ook al is mijn budget maar klein.”

Inhoudelijk beschouwt Lupu Kunstverein als een toegankelijk archief dat vergeten kunstprojecten weer tot leven wekt. De tentoonstelling over Mr. Peanut bijvoorbeeld, een karakter waarmee de Canadese kunstenaar Vincent Trasov in 1974 probeerde burgemeester van Vancouver te worden. Dit inspireerde Lupu toen ze zichzelf bij wijze van kunstproject verkiesbaar stelde voor de Amsterdamse gemeenteraad. „Avant-garde gaat niet alleen om nieuwe dingen uitvinden, maar ook om het terugbrengen van een interessant verleden dat anders vergeten zou worden.”

Niet de jetset

„Het was nodig om iets anders te laten zien dan gangbaar was in Amsterdam. Kortstondige dingen, persoonlijke acties, alles wat buiten de mainstream valt.” Bestuurslid Marja Bloem (75), maakte 35 jaar tentoonstellingen bij het Stedelijk Museum en steunt Kunstverein vanaf het begin. „Ik ben de oudste, het publiek is hier overwegend jong, maar ik voel me bij Kunstverein prima op m’n gemak. Ik heb er onverwachte gesprekken met mensen die net van het Sandberg Instituut, de Rijksacademie of de Ateliers komen.”

Bloem omschrijft Kunstverein als laagdrempelig en gastvrij en roemt het feit dat ze meteen kunnen inspringen op een nieuw verschijnsel, wat grote musea vaak niet meer lukt. „Het Stedelijk besteedt helemaal geen aandacht meer aan jonge kunstenaars en randverschijnselen. Ze richten zich vooral op grote namen. Er is behoefte aan een andere benadering, buiten het hele commerciële. Niet de internationale jetset maar juist de andere kant.” Dit betekent niet dat Kunstverein bekende namen schuwt. In 2016 publiceerde Kunstverein The Joke Book, een boek met grappen verzameld door haar partner Seth Siegelaub (1941-2013), een beroemde Amerikaanse curator van conceptuele kunst.

De verwarming is stuk, op tafel staan amandelkoekjes van Jules Destrooper. Zittend op gebruikte designbanken en Eames kuipstoeltjes van koffiekleurig glasvezel vergadert het team van Kunstverein over de nieuwe tentoonstelling. De makers van Zapp magazine, Rob van de Ven en Corinne Groot, zijn op bezoek met harddrives en videobanden. In de jaren voor de doorbraak van het internet maakte het duo een legendarisch kunsttijdschrift in videovorm. De honderden abonnees, uiteenlopend van mediatheken tot buitenlandse galeries en musea, kregen de edities per post opgestuurd als VHS-tape. Van de Ven en Groot betaalden de editor in kratjes bier en knipten begeleidende kaartjes met eigen hand. Op het hoogtepunt stuurden kunstenaars spontaan videobanden met eigen werk op naar de makers van Zapp.

Yana Foqué tekent een plattegrond van de ruimte. Hoe kunnen de video’s het beste worden vertoond? Ze komen uit op drie beamers en laptops met headphones waarop bezoekers het hele archief met ruw materiaal kunnen bekijken. Maxine Kopsa heeft alle afleveringen van Zapp bekeken, zo’n 16 uur materiaal. „Wat zijn we braaf geworden”, oordeelt ze na het zien van videoregistraties uit de jaren negentig. „Iedereen rookte en alles was lichamelijk.” We bekijken een fragment waarin een galeriehouder op een opening rondloopt in een penispak, speciaal voor hem ontworpen door kunstenaar Maurizio Cattelan.

Death in the afternoon

Ook deze nieuwste expositie draait om alternatieve distributie van kunst, een geliefd onderwerp bij Kunstverein. „Wat wij vooral interessant vinden aan Kunstverein is hun voortdurende onderzoek naar de manieren waarop kunst wordt verspreid”, zegt Marieke Stolk van ontwerpstudio Experimental Jetset, waar ze fan zijn van Kunstverein. „Denk aan de mail-art van Anna Banana en Mr. Peanut en Dial-A-Poem van John Giorno. Die nadruk op distributie klinkt misschien vrij saai en theoretisch, maar Kunstverein is verre van droog.”

Twee weken later is de opstelling klaar. Projecties vullen de wanden van Kunstverein met vergeten video’s uit wildere jaren. Een hand duikt in een pot vaseline, we zien de close-up van een anus, danseressen dartelen rond in identieke onderbroeken en pruiken. Yana Foqué en collega-curator Ronja Andersen wachten tot het busje van de slijterij arriveert met drank voor de opening. Kunstverein schenkt voor de gelegenheid ‘Death in the afternoon’, een cocktail van absinth en champagne.