Recensie

De Toyota RAV4 reageert als Popeye op een shot spinazie

Autotest stelt vast: de Toyota RAV4 gaat leden van de Consumentenbond heel gelukkig maken.

Toyota RAV4 bij Louwman in Amsterdam
Toyota RAV4 bij Louwman in Amsterdam Foto Merlijn Doomernik

Mooi aan Japanners is: ze zijn niet gemakzuchtig. Ze denken met je mee en naar je toe. Het dashboard van de Toyota RAV4 is als een dienblad om je heen gebouwd. Voor de temperatuurinstelling van de airco zijn er knoeperds van draaiknoppen die je ’s nachts op de tast kunt vinden. Echte menudruktoetsen links en rechts van het infotainmentscherm verzachten de touchscreenkriebels. Je zou er handtastelijk van worden.

De ruimte voor- en achterin bevestigt de humane grondslag van Toyota’s nieuwe midsize-SUV. Hier was de mens nog maatstaf. Na de tour of duty met een trits Europese concurrenten stel ik vast: deze Japanner gaat leden van de Consumentenbond heel gelukkig maken.

Hoe zeldzaam is die orde. En hoe saai. Want goed is saai. Daar worstelt Toyota alweer mensenlevens mee, dat iedereen saai zegt. Saai was vroeger, toen iedereen gewoon een auto kocht om een bestemming te bereiken. Voortschrijdend inzicht leerde dat je met gezond verstand geen stijlbokalen pakt. Het onrecht krenkte de Japanners in hun eergevoel. Daarom beloofde CEO Toyoda beterschap. Ze zouden bij Toyota nooit meer saai zijn.

Maar zoiets kun je onmogelijk beloven. Flair is een eigenschap, geen scenario. Je maakt niet bij koninklijk besluit een Youp van Sybrand Buma. Bovendien wordt saai juist onderscheidend in een wereld waarin iedereen probeert het niet te zijn. Wat je wel kunt doen, is je ontwerpers uit hun comfortzone manipuleren. Dat deed de baas met de oekaze Doe Eens Gek.

Strohalm van de eigenheid

De bizarre Toyota C-HR, hun eerste poging, werd een groot succes bij mensen die de strijd tegen de doodsheid in zichzelf herkenden. Aan de koppen op de weg zie je dat ze 20 maart het liefst op de ANWB of hun levensverzekeraar zouden stemmen. Die auto was een psychologisch slimme zet. Natuurlijk kopen brave C-HR-rijders de krankzinnige Toyota die voorheen een saaie was. Als Toyota gek doet, is gek normaal geworden, en dan durven ze wel.

Zo’n hit zal de RAV4 niet worden. In deze prijsklasse – vanaf 35 mille, de hybrides met twee- en vierwielaandrijving vijf- tot vijftienduizend meer – staat de representatieve functie in een ander, zakelijker kader. Hier moet je het juist niet te bont maken. De RAV4 is de accountmanager die zich in hawaïshirt op een werkbespreking meldt, de stoute oom in een cultuur van jasje-dasje. Krampachtig klampt de vorm zich aan de strohalm van de eigenheid. Het design met de iets gehoekte en met zwart kunststof aangezette wielkasten doet aan Jeep denken, maar de grafische oppervlaktedynamiek gaat vele stappen verder.

Aan deze auto heeft een Kandinsky-freak zich halfdood getekend. Rode draad in het ontwerp is verdubbeling. Naast elke hoofdlijn loopt een parallelle hulplijn; rond de zijruiten, over de wielkasten, onder de motorkap, boven de dorpels, over de grille. Via de voorschermen doubleren oplopende vouwlijnen excessief nadrukkelijk de wigvorm. De ontwerper heeft een RAV4 op een RAV4 getekend, daar komt het op neer. De auto doet een Droste-effect in 1 op 1. Van opzij gezien is mijn zwart-witte Bi-Tone, een Speciale Versie, met zijn hoogglans zwarte pantserplaten voor en achter één kubistisch pleonasme. De overarticulatie geeft hem iets aantrekkelijks en iets onzekers dat zich optrekt aan de zekerheid van derden. Het front werd een licht overspannen Ford Mustang-imitatie met een groeistoornis. Wat wil dat ding graag hogerop met zijn dikke uitlaten en schakelflippers aan het stuur. Er zit, God nog aan toe, zelfs een sportknop op. Afblijven, gewoon de boel de boel laten. Het bleef een Toyota. Heerlijk saai.

Aardige comeback

Terwijl hij best iets in zijn mars heeft. De wat lijzig aanvoelende hybride verbergt zijn levenstempo kundig maar die 218 pk zijn er wel degelijk, ze komen er alleen wat minder swingend uit dan bij een turbo. Hij reageert op het gaspedaal als Popeye op een shot spinazie. Na een kort verteermoment hoor je de spieren kreunend zwellen.

Ik weet wat Audi-rijders van de RAV4-mens zullen zeggen: zielenpoot. Die vinden het oerdegelijke plastic van de deurpanelen ordinair, de blauwe strepen op de stoelbekleding stijlloos. Maar ik weet ook wie beter af is. Al was het maar door het veel lagere verbruik van minstens 1 op 16 met de juiste mix van stad en snelweg. De van zijn bijtellingpremie beroofde hybride zou weleens een aardige comeback kunnen beleven. Zo gek als de RAV4 oogt, zijn geruisloze Toyota-deugden zijn geruststellend rationeel gebleven.