Opinie

Het Roemeens is een gelaagde taart

Geboren in 1989, het jaar van de val van de Muur, reisde ze tijdens haar studie naar Roemenië om verliefd op dat land te raken. ‘Ik heb literatuur leren lezen via de Roemeense letteren’, bekende ze.

Michel Krielaars

‘Literatuur is een vorm van communiceren die uniek is’, zei Jan Willem Bos, de vertaler Roemeens aan wie vorige week donderdag de Martinus Nijhoff Vertaalprijs werd uitgereikt. Hij sprak die stichtelijke woorden in een filmpje van het Prins Bernhard Cultuurfonds – de sponsor van de met 35.000 euro begiftigde prijs – dat werd uitgezonden tijdens de feestelijke plechtigheid in een volle Ronde Lutherse Kerk in Amsterdam. Half vertalend Nederland was komen opdagen om Bos te feliciteren. En ook de beroemdste hedendaagse schrijver van Roemenië, Mircea Cartarescu, was van de partij. Al was het maar uit dankbaarheid, omdat Bos zijn romantrilogie De wetenden, De trofee en Het onmetelijke mausoleum heeft vertaald, en deze boeken hebben bijgedragen aan het voor de vertaler gunstige oordeel van de jury.

Het feestprogramma begon met een optreden van zigeunerorkest De groene blaadjes. Menig klassiek Roemeens lied begint tenslotte met een zin waarin die groene blaadjes (als bron van nieuw leven) voorkomen.

Hoe word je in hemelsnaam vertaler Roemeens, vroeg ik me tijdens het zigeunerspel af. In het filmpje is Bos er openhartig over: ‘Ik vond de Roemeense literatuur heel interessant en wilde dat delen. De enige mogelijkheid om dat te doen was door die literatuur te vertalen.’

Ook zegt hij nooit spijt van die keuze te hebben gehad. Sterker nog, het vertalen heeft hem een heel boeiend leven opgeleverd, omdat het altijd een avontuur is.

Nu heb ik altijd de indruk dat een vertaler een monnikenbestaan leidt, maar voor Bos geldt dat allesbehalve. Dat werd me nog duidelijker toen schrijfster en historica Maite Karssenberg de laureaat toesprak. Geboren in 1989, het jaar van de val van de Muur, reisde ze tijdens haar studie naar Roemenië om verliefd op dat land te raken. ‘Ik heb literatuur leren lezen via de Roemeense letteren’, bekende ze. In Roemenië was ze een ander soort volwassene en een ander soort Europeaan geworden. Over haar 21ste verjaardag, die ze in de stad Cluj vierde, vertelde ze: ‘Ik leefde in mijn droom in eeuwenoude zigeunerverhalen.’

Bos kon die droom verklaren: ‘De mensen verkeren er in een ander stadium van hun economische ontwikkeling en hebben daardoor iets anders te bieden.’ Ineens dacht ik aan mijn eigen ervaringen in Oost-Europa: het geheim is gastvrijheid, hartelijkheid, vriendschap voor het leven.

Interviewster Margot Dijkgraaf vroeg Mircea Cartarescu vervolgens naar de karakteristieken van de Roemeense literatuur. Alleen al op grond van zijn antwoord en zonder een woord Roemeens te kennen raakte ik nu pas echt geboeid door die taal, omdat de grote schrijver (in het Engels) antwoordde: ‘Het Roemeens is als een taart die uit meerdere lagen bestaat: op de Latijnse laag ligt een Slavische laag, op de Slavische een Turkse. Als je een Turks woord naast een Frans woord legt, krijg je een Roemeense vonk.’

Na deze ode aan het Roemeens leek iedereen die taal ineens onder de knie te willen krijgen. Daardoor werd de plechtigheid ook een hulde aan de literatuur in het algemeen. Om met Jan Willem Bos te spreken: ‘Literatuur bevat kennis, wetenschap en ervaring die gedeeld dienen te worden.’ Alleen hierom al is het belangrijk dat jonge mensen vreemde talen studeren. De vraag is alleen waar dat in Nederland nog kan.