Het gevaar komt van boven

Water Deze week zijn de verkiezingen voor de besturen van de waterschappen. Een dijkgraaf en een heemraad laten zien waar de waterschappen het de komende jaren druk mee hebben in en rond Rotterdam.
Foto’s Walter Herfst
Foto’s Walter Herfst

Het water in de Rotte heeft witte schuimkoppen door de harde wind. In de verte staan de flats langs het strand van Nesselande. Links liggen de nieuwbouwwoningen in Zevenhuizen. De huizen liggen een flink stuk lager dan de kolkende Rotte. „We wonen in een badkuip”, wijst waarnemend dijkgraaf Toon van der Klugt van hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard schuin naar beneden richting Rotterdam. „Een van de drukst bevolkte gebieden van Nederland ligt ver onder de zeespiegel. In het buitenland vinden ze dat bizar. Hier zijn de meeste mensen zich daar nauwelijks van bewust.”

Ze houden onze dijken in de gaten, zorgen voor genoeg en schoon water en voor de afvoer van hoosbuien; de waterschappen. Op 20 maart vinden verkiezingen plaats, waarna de 30 zetels van hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard (actief in en om Rotterdam noord en oost) en van waterschap Hollandse Delta (actief op Rotterdam-Zuid en de Zuid-Hollandse eilanden) worden verdeeld. De waterschappen zijn de oudste bestuurslaag van Nederland: al in 1300 kon gestemd worden over het waterbeheer. En voor wie het zich afvraagt: er valt ook iets te kiezen. Bij droogte water naar natuur of naar landbouw? Al dan niet subsidie voor een regenton? Duurzame energiewinning als kerntaak? Beide waterschappen hebben een stemwijzer (hhsk.mijnstem.nl of wshd.mijnstem.nl) om de verschillen in het beheer van water tussen de verschillende partijen duidelijk te maken.

Ruim zeven eeuwen later is het beheer van het water onverminderd belangrijk voor deze stad ver onder zeeniveau. De dichtbebouwde Alexanderpolder, een van de laagstgelegen stukjes Nederland, zelfs ruim 6 meter. Door de stijging van de zeespiegel en de daling van de bodem wordt het verschil langzaam groter. Maar het risico dat Rotterdammers straks naar Utrecht moeten uitwijken voor droge voeten, is verwaarloosbaar, volgens heemraad Lies Struik van waterschap Hollandse Delta.

66 kilometer dijken versterkt

Bij Rozenburg ligt de sterkste dijk van heel Nederland, zegt hij. „Deze dijk heeft een faalkans van een op de 100.000. Dat betekent dat deze dijk slechts eens in de 100.000 jaar zou kunnen bezwijken.” Tussen 2007 en 2017 werd ruim 66 kilometer dijk versterkt. Het waterschap beheert in totaal 776 kilometer dijken, duinen en kades. „Samen met de duinen kunnen de dijken bij Voorne en Goeree nu bijvoorbeeld een zeespiegelstijging tot 2 meter opvangen”, zegt Struik. „Over de dijkveiligheid ben ik niet ongerust.”

De grootste dreiging voor Rotterdam komt niet van zee, maar uit de lucht vallen. Letterlijk. Hardere en langere hoosbuien zullen er steeds vaker voor zorgen dat de straten blank staan, zegt Van der Klugt. Nu is er in Rotterdam nog veel te weinig plek om al dat water op te vangen. „Hier wonen zoveel mensen, staan zoveel bedrijven. Als wij de regenbuien niet zouden wegpompen staat er al snel 10 centimeter water op de straten”, zegt Van der Klugt. „Daarmee wordt de stad vrijwel onbewoonbaar.” Vooral in het centrum is de situatie nijpend. Om al het regenwater op te vangen, is berekend dat 10 procent van de oppervlakte ingericht moet zijn als open waterberging. „In het centrum is dat nog geen 2 procent.”

Lees ook: Het Essenburgpark, dat maandag open gaat, is een innovatieve waterberging waarbij burgers nauw betrokken zijn.

Het waterschap zoekt daarom naar allerlei manieren om in en rond de dichtbebouwde stad al dat regenwater te lozen. Zo werden de eerste waterpleinen van Europa gebouwd en stimuleert het waterschap groene daken. Ten oosten van Rotterdam werd een enorme waterberging in de Eendragtspolder aangelegd. „Wij willen van de stad een spons maken die het water goed opneemt en langzaam afgeeft als dat nodig is”, zegt Van der Klugt.

Teveel water levert grote problemen op. Maar te weinig water ook. Door de aanhoudende droogte bleef er afgelopen zomer nog maar net genoeg zoet water over voor de landbouw, de natuurgebieden en als koelwater voor de industrie in de haven. „We liepen tegen onze grenzen aan”, zegt heemraad Struik. Ook de dijken droogden uit en werden extra gecontroleerd.

Ambitieus

De vraag of de waterschappen nou echt nodig zijn, krijgt Van der Klugt vrijwel nooit meer. Door de hoosbuien, ondergelopen kelders of juist paalrot en de droogte in Rotterdam, zien steeds meer mensen de noodzaak van de bestuurslaag. Wel krijgt de dijkgraaf nog af en toe de vraag of die verkiezingen nodig zijn, wat het voordeel is van een dagelijks bestuur. „Mensen vragen me of de ambtenaren het niet alleen afkunnen”, zegt Van der Klugt.

De dijkgraaf benadrukt dat de 21 waterschappen van Nederland gebaat zijn bij een bestuur. „Stel dat het beheer van het water onder gebracht zou zijn bij de gemeenten”, zegt Van der Klugt. „Dan kan een wethouder ervoor kiezen te investeren in een zwembad in plaats van een sterke dijk, omdat dat meer stemmen oplevert. Dat kan natuurlijk niet.”

Het bestuur maakt daarnaast ambitieuze plannen, zoals bijvoorbeeld de berging voor vier miljoen kuub overtollig water in de Eendragtspolder. „We spraken daar al over in 2001. Toen speelde klimaatverandering nog nauwelijks een rol”, zegt Van der Klugt. „Toch besloten we te investeren. Als we er toen niet mee begonnen waren, was de grond al lang verkocht en volgebouwd.”

Het bestuur zorgt daarnaast dat ook anderen rekening houden met het water. Zoals toen de gemeente de nieuwe plannen voor de Coolsingel presenteerde. Daarin was volgens het waterschap totaal geen rekening gehouden met het water. Het bestuur van het hoogheemraadschap stapte naar het college van B en W, en er werd alsnog een oplossing bedacht: onder de Coolsingel worden poreuze buizen geplaatst. Het water dat bij regenbuien in de putten stroomt, zakt via deze buizen in de ondergrond. Dat voorkomt dat het riool overbelast raakt.

Bij de waterschapsverkiezingen vier jaar geleden bracht slechts 40 procent van de stemgerechtigden zijn of haar stem uit. Dit jaar hoopt Van der Klugt op een hogere opkomst, maar hij verwacht dat ook nu weer een groot deel van de inwoners van het gebied thuis zal blijven. „Wij werken er heel hard aan dat mensen geen overlast van water ervaren.” En daar zit de paradox. „Als mensen niet te maken krijgen met overstromingen, zullen ze ook niet zo gauw de noodzaak van ons werk ervaren. We werken dus eigenlijk keihard aan onze eigen onbekendheid.”