Het ceremoniële zwaard is voor Jiří Kylián

De choreograaf (71) is na de schilder Jozef Israëls pas de tweede Nederlander die toetreedt tot de prestigieuze Franse Académie des Beaux-Arts, voor mensen die een speciale bijdrage aan de kunsten hebben geleverd.

Jiri Kylián woensdag bij zijn toetreding als ‘geassocieerd buitenlands lid’ van de Franse Académie des Beaux-Arts.
Jiri Kylián woensdag bij zijn toetreding als ‘geassocieerd buitenlands lid’ van de Franse Académie des Beaux-Arts. Foto Benjamin Girette

Jiří Kylián, choreograaf en voormalig artistiek directeur van het Nederlands Dans Theater, is woensdag geïnstalleerd als ‘geassocieerd buitenlands lid’ van de Franse Académie des Beaux-Arts. Hij is, na de schilder Jozef Israëls, pas de tweede Nederlander die toetreedt tot dit in 1795 opgerichte gezelschap van mensen die een speciale bijdrage aan de kunsten hebben geleverd. „En de derde Tsjech”, aldus de nieuwbakken ‘académicien’ – Kylián, die in 1947 in Praag werd geboren, heeft twee paspoorten.

Jiří Kylián sprak zijn vreugde uit over het feit dat dans, „de oudste kunstvorm”, na meer dan tweehonderd jaar eindelijk een eigen categorie krijgt.

Foto Benjamin Girette

De Tsjechische pers was dan ook ruim vertegenwoordigd bij de plechtigheid in de koepel van het paleis van het Institut de France, waarvan de Académie onderdeel is. Plechtig was deze ceremonie met zijn lange traditie, en daardoor onbedoeld, maar zeer toepasselijk, onmiskenbaar theatraal, met ritueel en decorum, met muziek en dans. Om meer dan één reden dus goed besteed aan Kylián en de ongeveer tweehonderd genodigden, voor het grootste deel oude bekenden uit het universum van het Nederlands Dans Theater: dansers, choreografen, gastchoreografen, ontwerpers, programmeurs uit alle delen van de wereld.

Voor de ingang van het zeventiende-eeuwse gebouw aan de Quai de Conti verwelkomden leden de Republikeinse Garde in galakostuum de ongeveer tweehonderd gasten, en in de tot vergaderzaal van het Institut de France omgebouwde koepel klonk bij het binnen stromen van ‘het publiek’ het stemmen van de musici van Les Arts Florissants. Tromgeroffel en het ‘geeft acht’ aan de Republikeinse gardisten - zwaard voor de neus - kondigden de komst van de leden van de Académie aan, van wie de meesten gekleed waren in hun ceremoniële kostuum met handgeborduurde olijftakkendecoratie.

Voorzitter Pierre Carron, vice-president Jean Anguera en ‘secrétaire perpétuel’ Laurent Petitgirard, drie respectabele grijsaards, namen plaats op hun hoge zetels, als drie goden op de Olympus. „U moogt zitten” sprak de voorzitter, om vervolgens de aanwezige hoogwaardigheidsbekleders te begroeten, onder wie Prinses Caroline van Monaco, de Franse minister van Cultuur Franck Riester en Pieter de Gooijer, de Nederlandse ambassadeur in Frankrijk. President Macron was wegens staatsbezoek verhinderd, meldde Petitgirard, maar zond zijn hartelijke groet en felicitaties.

Sabine Kupferberg bij de ceremonie.

Foto Benjamin Girette

Petitgirard ging in zijn toespraak in op het feit dat de installatie van Kylián tegelijk de oprichting inhoudt van een nieuwe, de negende, sectie van de Académie des Beaux-Arts; die van de choreografie. „U bent zogezegd de godfather van deze sectie. Maar,” voegde hij geruststellend toe, „op een áárdige manier.”

Hugues Gall, voormalig directeur van de Opéra de Paris, sprak daarna de lofrede uit. Hij benadrukte de betekenis van Marketa Kylianova, Kyliáns moeder, en Sabine Kupferberg, echtgenote en muze, bij de artistieke ontwikkeling van het nieuwe academielid, en roemde diens grote rol voor de internationale status van het Nederlands Dans Theater, dat Kylián van 1975 tot 1999 leidde.

Lees ook dit interview met de Nederlands-Tsjechische choreograaf Jiří Kylián: ‘Scheppen tussen schoonheid en verschrikking

Oudste kunstvorm

Kylián sprak een kort laudatio voor schilder Luigi Cremonini, wiens zetel in de Académie hij nu bezet („nummer twaalf, my lucky number”). Vanaf het spreekgestoelte, terwijl de voorzitter, vice-voorzitter en secretaris boven hem uittorenden, sprak hij zijn vreugde uit over het feit dat dans, „de oudste kunstvorm”, na meer dan tweehonderd jaar eindelijk een eigen categorie krijgt.

De choreograaf memoreerde Maurice Béjart en Marcel Marceau, twee académiciens uit de wereld van de dans en bewegingskunst, en sprak over de inzichten die de gesprekken met Australische Aboriginals hem over zijn kunst hebben geschonken: dat het een schakel is tussen verleden en toekomst. „Net als de Académie”, begreep Kylián nu.

„Leven is beweging, beweging is dans, dans is leven”, aldus Kylián. Wij mensen, concludeerde hij, dansen vrolijk of bedroefd vanaf het moment dat we worden geboren tot we sterven. „Iets waar wij, de onsterfelijken”, voegde hij met een ironisch gebaar naar zijn collega-academieleden, „ons geen zorgen over hoeven te maken.”

Na een optreden van Sabine Kupferberg, begeleid door Les Arts Florissants (hedendaagse dans gecombineerd met barokmuziek!) overhandigde prinses Caroline het ceremoniële zwaard dat bij het lidmaatschap van de Académie hoort. Zoals de traditie voorschrijft, ontwierp Kylián zelf het handvat, naar een 5500 jaar oud beeldje van een Egyptische danseres.

Het ceremoniële zwaard.

Foto Benjamin Girette

Receptie

Tijdens de receptie na de ceremonie was iedereen het eens over de betekenis van deze benoeming („Zó goed voor het vak”) en de juistheid van de keuze voor Kylián. „Omdat hij de klassieke dans met de hedendaagse verbindt”, volgens de Zweedse choreograaf Mats Ek. „Omdat hij een brug slaat tussen generaties en dans verbindt met andere disciplines, zoals beeldende kunst en films”, vond danser Michael Schumacher. „Omdat hij de eer deelt met iedereen in de danskunst”, zoals de ontroerde danseres Fiona Lummis uit Kyliáns speech opmaakte. En simpelweg „omdat iedereen hem adoreert”, aldus Brigitte Lefèvre, voormalig directrice van het Ballet van de Opéra de Paris, die Kylián meermalen uitnodigde voor gastchoreografieën.

Het kersverse lid leek na afloop van deze plechtige middag vooral blij dat alles nu weer zijn normale gang kon hernemen. Wat naarmate de receptie vorderde steeds minder officiële handen om te schudden betekende, en steeds vaker neerkwam op vrolijke groepsfoto’s met oud-dansers. En selfies natuurlijk – een hedendaags gebruik dat al traditie is geworden.

    • Francine van der Wiel