‘Kom!’ stuurde Matisse aan Derain

Kunst op reis Waar werkten en leefden kunstenaars? Deze week Derain en Matisse in Collioure, Zuid-Frankrijk.

Een „vuurwerk van licht”, „explosies van dynamiet” en „een storm van intense kleuren”: vergelijkingen schieten tekort als kunstschilder Henri Matisse in mei 1905 aankomt in het Franse vissersplaatsje Collioure, diep in het zuiden, ingeklemd tussen de Pyreneeën en de Middellandse Zee. Overal waar hij keek zag hij kleuren, overweldigend in hun intensiteit. Het ultramarijn van de zee, het oker van de bergflanken, het rood en geel van de huizen met de pannendaken. Matisse arriveerde per trein; de aankomst met de auto mag er ook zijn: spectaculair licht het stadje op aan de baai met zijn karakteristieke vuurtoren, de kerktoren van de Église Notre Dame des Anges en het middeleeuwse, robuuste kasteel, ooit het zomerpaleis van de koningen van Mallorca.

Matisse was 36 en beleefde een artistieke crisis. Zijn Parijse schildersvrienden waren uitgeweken naar de Côte d’Azur, maar hij trok naar Collioure waar familie van hem woonde. Hij stuurde wanhopige brieven, niemand die antwoordde. Daarna stuurde hij op 25 juni een ansichtkaart naar André Derain, die hij kende uit de Parijse artistieke kringen. „Venez!” stond erop. „Kom!” Derain kwam meteen naar de hem onbekende Côte Vermeille. Voor de schilderkunst van het begin van de twintigste eeuw had dat ene kaartje met zijn roep om gezelschap verregaande gevolgen. Derain was een flamboyante Parijse dandy die, beladen met koffers en schilderspullen, zich vervoegde bij Hotel de la Gare. Zijn energie werkte aanstekelijk. De beide vrienden betrokken een studio annex atelier met uitzicht op de baai en de haven. Hier schilderden ze zij aan zij. Ook stonden ze met hun ezels plein air en legden de trappen en de terrassen, de smalle straatjes en de huizen vast. Matisse schilderde bijna honderd doeken, ook Derain beleefde die zomer van 1905 een creatieve roes.

Foto’s Hermitage, St-Petersburg, Istock

Zoals de mythe van de arme kunstenaars wil, betaalden ze in de herbergen met hun schilderijen. Een echo van die met schilderijen behangen herbergmuren en trappenhuis treffen we aan in restaurant-café-hotel Les Templiers. Nadat Derain en Matisse Collioure hadden ontdekt, kwamen in hun voetspoor onder meer Picasso en Signac. Nog steeds is Collioure een plek van de schilderkunst. In het Musée d’Art Moderne kunnen we de hedendaagse schilderkunst bewonderen, gemaakt in het stadje zelf.

Een van de bijzonderheden van Collioure is de Chemin du Fauvisme die loopt vanaf de Boulevard Bormaral via Place de l’Église naar Rue Bellevue. Langs de muren zijn negen reproducties van de Collioure-schilderijen van Derain en Matisse bevestigd, met uitleg over de plek waar ze stonden en wat ze schilderden. We kunnen nu kijken met hun blik van toen.

Lees ook: Voor de mooiste Matisse-ervaring in het zuiden moet je naar de kerk

In oktober 1905 opende in Parijs in het Grand Palais de Salon d’Automne. Daar hingen de van licht en kleur brandende, gloednieuwe werken van Derain en Matisse, geschilderd in Collioure. Een criticus vergeleek de zaal met een „cage aux fauves”, een „kooi met wilde dieren”. De termen ‘fauvisten’ en ‘fauvisme’ waren gemunt. Derain en Matisse zorgden als „wilden” voor een revolutie in de schilderkunst, begonnen met het licht als vuurwerk.