Recensie

Recensie Media

De Poezenkrant onthult: Rembrandt had niets met katten

Tijdschrift In het nieuwe nummer van De Poezenkrant zit de kersteditie van geboortejaar 1974 ingesloten. Een vergelijking.

Bijzonder aan nummer 64 van De Poezenkrant is dat middenin een geannoteerde heruitgave is bijgesloten van een aflevering uit de begintijd van het blad: het dubbeldikke kerstnummer van 1974.

Zo kunnen we zien wat er zoal veranderd is in het 45-jarig bestaan van dit toonaangevende tijdschrift over kattenliefde. Het korte antwoord: weinig tot niets. Directeur P. Schreuders maakt nu koppen als: ‘Alphons plast op Jacobs regenbroek’ en ‘Ellie prefereert natte noten’. In 1974 kopte hij: ‘Rel: Kat rent amok in Garage Mijks’ en ‘Hermans, Parijs, wil poezen’. Ook de ragfijn ironische toon is in vier decennia ongewijzigd. Voor het baasje is de kat uiterst belangrijk, maar hij tracht zijn diepe liefde te verbergen achter een lichte, ietwat afstandelijke toon.

Het blad was vroeger wel dunner, in zwart en wit, en het zag er gekopieerd uit. Langere verhalen ontbraken, en de artikelen zijn wat fragmentarisch, soms moeilijk te doorgronden voor de buitenstaander – eigenlijk geldt dat vooral voor de bijdrage van cannabis-activist Koos Zwart. Blijkbaar was De Poezenkrant in 1974 nog sterker een incrowd-genoegen voor de witte wijn sippende, katten aaiende culturele elite. Ook toen zaten er veel bekende cultuurdragers tussen de lezerspost, als W.F. Hermans en Mensje van Keulen. Nu staan er brieven in van bijvoorbeeld Georgina Verbaan en Paulien Cornelisse.

De vormgeving is in de jaren nog verzorgder geworden, met veel foto’s, tekeningen en prachtige oude advertenties. Erik Spaans levert voor het nieuwe nummer een artikel over katten in de 17de-eeuwse kunst. Rembrandt was een hondenman, hij had niets met katten. Jan Steen zette katten graag neer als achterbakse dieven en gluurders, of juist als slachtoffers van wreedaardige kinderen.