Britse oud-militair vervolgd voor twee moorden bij ‘Bloody Sunday’

Op Bloody Sunday kwamen dertien katholieke mensenrechtenactivisten in Noord-Ierland om het leven toen Britse troepen het vuur openden.

Foto van 30 januari 1972. Britse soldaten zoeken dekking achter hun jeeps, terwijl ze de protestmars met traangas uiteen proberen te drijven.
Foto van 30 januari 1972. Britse soldaten zoeken dekking achter hun jeeps, terwijl ze de protestmars met traangas uiteen proberen te drijven. Foto PA Wire

Een Britse oud-militair wordt vervolgd voor het doden van twee katholieke mensenrechtenactivisten in het Noord-Ierse Londonderry tijdens ‘Bloody Sunday’, meer dan veertig jaar geleden. Ook wordt hem vier keer poging tot moord ten laste gelegd.

Dat heeft het Noord-Ierse Openbaar Ministerie donderdag bekend gemaakt. Bij de geweldsuitbarsting op 30 januari 1972 kwamen dertien mensen om het leven en raakten veertien mensen gewond. Nog één persoon overleed maanden later aan zijn verwondingen.

Tijdens Bloody Sunday openden Britse soldaten het vuur op een illegaal georganiseerde protestmars van katholieken in de Noord-Ierse stad Londonderry. Alle slachtoffers waren ongewapend. De oud-militair was één van de zeventien Britse paratroepers tegen wie een aanklacht werd overwogen. Tegen de overige zestien militairen heeft de aanklager onvoldoende bewijs kunnen vinden om tot vervolging over te gaan.

De Britse minister van Defensie heeft laten weten dat de regering de paratroeper “juridisch en geestelijk” zal ondersteunen, aldus persbureau AP. De minister wil dergelijke rechtszaken in de toekomst voorkomen: “Ons huidige en voormalige personeel mag niet constant vrezen voor vervolging.”

Nabestaanden “teleurgesteld”

De familieleden van de slachtoffers zeggen “teleurgesteld” te zijn dat niet alle Britse militairen vervolgd worden. De aanklacht tegen de paratroeper is het gevolg van een nieuw politieonderzoek naar de schietpartij. Van omstreeks 1998 tot 2010 hebben de Britse en Noord-Ierse autoriteiten ook al onderzoek gedaan naar de gebeurtenissen. Daar kwamen geen vervolgbare feiten uit voort. Wel werd vastgesteld dat de betogers destijds geen bedreiging vormden voor de autoriteiten en het geweld onnodig was.

Op Bloody Sunday namen 15.000 mensen deel aan een protestmars voor mensenrechten. Vijf maanden eerder had de Britse regering een nieuwe wet ingevoerd die het mogelijk maakte mensen vast te zetten zonder proces. Dit was een reactie op steeds verder escalerend geweld en een toegenomen aantal bomaanslagen door de IRA.

Het etnische en nationalistische conflict tussen Groot-Brittannië en Noord-Ierland duurde van de jaren zestig tot 1998. Het conflict werd beslecht met de ondertekening van het Goede Vrijdag-akkoord op 10 april 1998.