Blij plaatje

schildert met demente ouderen. Ze schrijft columns op basis van haar ervaringen. Deze week: „Alles gaat zo snel. Iedereen rent.”

‘Ik schilder alleen de mooie dingen, dan wordt het een blij plaatje.” Meneer W. heeft na zijn dagelijkse parkwandeling besloten dat hij een schilderij maakt van de bloemen die hij heeft gezien in het park. Zijn bronskleurige zakhorloge ligt op tafel en zijn bruinkleurige sjaal met paisleymotief hangt over de rugleuning van de houten stoel naast hem. Achter meneer W. torent de wandbrede donkere houten boekenkast die ik een griezelige doch statige uitstraling vind hebben. Meneer W. is een van de oudste inwoners van het verzorgingstehuis en volgens mij ook een van de vrolijkste. Hij zit meestal alleen en knikt vriendelijk naar elke voorbijganger in de lobby terwijl hij wat nipt aan zijn thee. „Elke dag vijf kilometer lopen, dat houdt m’n lijf jong”, antwoordde hij toen ik hem een keer vroeg hoe het kan dat hij er op z’n 97ste nog zo jong uitziet. „Ik denk dat mijn Surinaams-Javaanse genen overigens ook helpen hoor”, lachte hij.

Zijn schilderij is inmiddels een wirwar van verschillende bloemen. Het is inderdaad een vrolijk plaatje. „Ziet u ook minder mooie dingen in het park?” Meneer W. denkt altijd eerst een paar seconden na voordat hij antwoordt. Zo ook nu. „Een boel mensen die verdwaald lijken te zijn. Dronken zwervers. Dat had je vroeger niet zoveel hoor.” De glimlach op zijn gezicht heeft plaatsgemaakt voor een ernstige blik. „Waar zou dat door komen?” Als meneer W. zijn moment neemt om na te denken, wordt mijn aandacht getrokken door een rij boeken die in de rechterbovenhoek van de boekenkast de koloniale geschiedenis van Nederland vertegenwoordigt. Michiel de Ruyter, Jacob van Heemskerck en ook Piet Hein is van de partij. Zeehelden. Meneer W. gaat verder. „Alles gaat tegenwoordig zo snel. Iedereen rent. Er wordt van alles van mensen verwacht.” Ik besef dat ik meneer W. nog nooit zo serieus heb zien kijken. „En als je de pas van de samenleving om een bepaalde reden niet kunt bijhouden, dan blijf je achter en ga je je eenzaam voelen”, vervolgt hij. „Zo eindig je zwervend in het park.” Ik vraag me af waarom ik nooit eerder met meneer W. in gesprek ben geraakt. „En als je de pas van de samenleving wel kunt bijhouden?” Nu merk ik dat bijna de helft van de inhoud van de boekenkast ingaat op het koloniale tijdperk. Meneer W. kantelt zijn schilderij zodat ik het goed kan zien. De kleuren spatten van het papier. „Dan hoor je bij de snelle jongens. Die draaien gewoon mee.” Ik pak het vrolijke bloemenfestijn op en hou het omhoog. „Het is een blij plaatje geworden!” Meneer W. lacht. „Mooi, dan is-ie voor jou. Ter herinnering aan blije gedachten. Die houden je trouwens ook jong!”

Om de privacy van betrokken ouderen te beschermen, zijn herkenbare details veranderd.