Recensie

Recensie Theater

Bij Wunderbaum blijkt spijt niet te bestaan

Theater In de nieuwe voorstelling ‘Ik heb spijt’ onderzoekt acteurscollectief Wunderbaum hoe dat precies voelt, „de empathische emotie die spijt heet”.

Mattijs Jansen (links) en Walter Bart in ‘Ik heb spijt’ van Wunderbaum
Mattijs Jansen (links) en Walter Bart in ‘Ik heb spijt’ van Wunderbaum

Spijt betuigen is het moeilijkste wat er is. Kardinalen die zich aan jongens vergrijpen, popzangers die minderjarige meisjes aanranden, een acteur als Kevin Spacey: zij moeten spijt kennen. Ik heb spijt heet de nieuwste voorstelling van het Rotterdamse acteurscollectief Wunderbaum, tevens artistiek leider van het Theaterhaus Jena. Als proloog interviewt acteur Matijs Jansen collega Walter Bart in het Duits, over Reue . Het is een krachtig begin: overspel komt aan de orde („Keine Reue”) maar vooral verraad. In de voormalige DDR speelde verraad een fatale rol: de geheime dienst (Stasi) spoorde hiertoe aan. Het politiek-documentaire theater van Wunderbaum komt hierin prachtig tot zijn recht: een veilig Nederland versus een gevaarlijk Oost-Duitsland, waartoe Jena de groep inspireerde. Dan flitsen witte neonletters op en belanden we bij de Ik heb spijt-talkshow, waarin Jansen met hijgerige vragen en overdreven inleving erachter probeert te komen hoe „de empathische emotie die spijt heet precies voelt”. Als Bart een transgender speelt die halverwege de ingreep afhaakt („Een man met borsten”), dan krijgen we de juiste combinatie van smeuïgheid en openhartigheid. Toch loopt de voorstelling vast. Bart vertolkt in ultrakorte sketches werkelijk bestaande figuren, onder wie ex-PVV’er Joram van Klaveren die zich bekeerde tot de islam: geen spijt. Met zwarte hoofddoek om is hij als Shamima Begum, de jonge Britse vrouw van een IS-aanhanger met spijt. Maar hoe oprecht is die spijt? We komen er helaas niet achter.

De slotsom is dat spijt niet bestaat, en dat is geen dramatisch gegeven. Aan het slot, als het symbolisch donker is op de bühne, komt Bart met persoonlijke ontboezemingen. Uiteindelijk wil hij vooral zingen, en niet praten. Op muziek van muzikant Oliver (‘Ollie’) Jahn brengt hij I did it my way van Sinatra ten gehore en enkele Duitse schlagers, vervuld van Reue und Bedaurn. Opeens is het er, spijt.