Opinie

Zestig is zeker niet het nieuwe veertig

Paul Scheffer

Vorige week kreeg ik een brief van Zwitserleven. Het was een ingewikkeld formulier over het moment waarop mijn pensioen ingaat. Er viel blijkbaar iets te kiezen. Die vraag zette onmiddellijk aan tot diepgaand zelfonderzoek – een vertrouwde bezigheid voor de kleine zelfstandige wiens gemoed wordt bezwaard door dubieuze debiteuren.

De gedachte aan een pensioen voerde me terug naar Emile Ratelband, die op het idee kwam om via de rechter zijn leeftijd in het paspoort met twintig jaar terug te brengen tot draaglijker proporties. Want waarom zou iemand wel van geslacht kunnen veranderen, maar niet van leeftijd, zo vroeg de wanhopige optimist. Zijn geweldige actie ging de wereld rond.

De rechter, in ons land meestal geneigd tot veel mededogen, maakte korte metten met deze verjongingskuur. Toch getuigt het van een zekere logica om dit punt te maken in een tijd van vervloeiende identiteiten. Je leest regelmatig dat vijftig of zelfs zestig het nieuwe veertig is geworden. Alles zit tussen de oren: je bent zo oud als je je voelt.

Nou nee, daar begint het misverstand over leeftijd, waaraan Zwitserleven me hardhandig herinnerde. Als driekwart van je leven erop zit, kun je daar niet ineens de helft van maken. Hoeveel kilometer de stappenteller op mijn mobiel ook aangeeft, de sloopkogel van de tijd doet zijn werk. Je bent zo oud als je bent, in mijn geval vierenzestig.

Er is geen houden aan: de spanningsboog van het leven heeft een dalende lijn ingezet. Dat stemt me niet treurig. Ik vind het fijn om een steeds langere staart van herinneringen achter me aan te slepen. Zolang het geheugen nog op orde is, kun je steeds gemakkelijker stukjes film van een uitdijend leven afspelen. In mijn eigen herinnering ronddwalen en een paar frivole of zwaarmoedige scènes terugkijken, dat doe ik graag.

Ik verbeeld me dat ik sommige fouten niet meer maak. Dat is ook zo, je leert al doende wat. Tegelijk zijn er nog genoeg situaties die je laten struikelen. Het vallen en opstaan – het gaat maar door. Met de jaren wordt het opstaan iets moeilijker. Ik liep al nooit over van zelfvertrouwen – en het wordt er niet beter op.

De angsten van mijn vader begreep ik vroeger niet. Ik vond dat hij zich schrap moest zetten. Altijd dat toegeven, die eeuwige vermijding, dat ging ik anders doen. Een van de lessen is dat je dichter bij je vader uitkomt dan je voor mogelijk had gehouden. Zijn angsten zijn me nu vertrouwd. Ook daarom is zestig helemaal niet het nieuwe veertig.

Ik las in een krant een beschouwing over relaties tussen mensen met een leeftijdsverschil van twintig jaar, naar aanleiding van een koppel dat bekend is in societykringen. Het ging niet over Patricia Paay. Ook uit dat artikel wordt duidelijk dat leeftijd ertoe doet. Volgens een deskundige wijst onderzoek uit dat een verschil van vijftien jaar afbreuk kan doen aan zulke verhoudingen – vooral op latere leeftijd.

Er valt nog genoeg te doen. Het stapeltje ongelezen boeken groeit nog elke dag, het stapeltje ongeschreven boeken krimpt godzijdank. Ik heb een vrij precies idee van wat ik de komende twintig jaar wil schrijven. Sterker nog, ik heb van alles toegezegd, maar de vergezichten stuiten – nu zo’n beetje driekwart van mijn leven achter de rug is – op grenzen.

En de geldingsdrang zou na de zestig wat minder kunnen. Ik weet niet of ik daarin slaag, het verlangen naar erkenning valt niet echt droog te leggen. Wel zoek ik naar een manier om een zekere tevredenheid met wat achter me ligt niet ten koste te laten gaan van de wil om nog van alles te doen. Het is een poging om los te raken van het idee dat het beste nog moet komen – die eeuwige onvrede zie ik te veel om me heen.

Achterover leunen zit er niet in, doorwerken is het devies voor de zelfstandige zonder pensioen. Nou ja, met weinig pensioen, want die brief van Zwitserleven ging over bescheiden bedragen. Dat is de prijs die je betaalt voor een nogal onregelmatig leven. Van los-vast werk houden ze niet in dit geordende land.

Hoe meer ik erover nadenk: al leven we veel langer dan in vroeger tijden, de jaren tellen zeker op. De reden is uiteindelijk eenvoudig. Hoe langer je leeft, hoe meer mensen je pijn hebt gedaan. Hoe ouder je wordt, hoe meer mensen je onderweg bent kwijtgeraakt. Zeg me niet dat levenservaringen kunnen worden weggestreept tegen levensverwachting.

Maakt u zich over mij geen zorgen, ik begin elke ochtend met de pianosonates van Mozart. Toch is zestig niet het nieuwe veertig. Ze zeggen dat de tijd alle wonden heelt, maar werkelijk in het reine komen met jezelf is nogal hoog gegrepen. Mijn idee is dat je het verlies beter dichtbij kunt houden. Alles bewaren, nooit iets weggooien. Ik woon gelukkig in een ruim huis.

Paul Scheffer is hoogleraar Europese studies.