Poppenhuis, omstreeks 1750 voor en door Anna Maria Trip gebouwd.

Foto Jasmijn Tolk/John Endlich Antiquairs

Topstuk op Tefaf: poppenhuis ter waarde van een royaal echt huis

Het is een van de opvallendste pronkstukken van Tefaf Maastricht: een achttiende-eeuws Gronings poppenhuis. In de vijf kamers schitteren ruim honderd zilverminiaturen van alledaagse voorwerpen.

Poppenhuis, omstreeks 1750 voor en door Anna Maria Trip gebouwd. 168 x 85 x 58 cm. Foto Jasmijn Tolk/John Endlich Antiquairs

De garenwinder op zolder, het wiegje en de bakermat in de kraamkamer, de ramenspuit en de poffertjespan in de keuken, ze zijn allemaal van blinkend, pas gepoetst zilver. De poten van de grote tafel in de salon zijn van gedraaid ivoor. De commode in de slaapkamer is gedecoreerd met ingelegd stro, het Franse marqueterie de paille. Het meer dan 250 jaar oude poppenhuis dat de Haarlemse zilverspecialist John Endlich Antiquairs op Tefaf Maastricht aanbiedt, is een wonderbaarlijk rijk ingericht miniatuurhuis, inclusief zijden wandbespanningen en geschilderde ‘Perzische tapijten’.

Het poppenhuis is echter vooral een mirakel van overlevering. Op een paar details na is de complete huisraad – waaronder meer dan honderd stuks zilveren poppengoet – namelijk authentiek achttiende-eeuws en in een puntgave conditie. Opmerkelijk, want met dit kwetsbare poppenhuis is echt gespeeld. Dat blijkt uit negentiende-eeuwse brieven en overgeleverde anekdotes van de adellijke familie die er nu na eeuwen afstand van doet. Een familie met zeer gedisciplineerde kinderen, dat kan niet anders.

Garenwinder, 1754 gemaakt door de Amsterdamse zilversmid Arnoldus van Geffen.
Foto Jasmijn Tolk/John Endlich Antiquairs
Schooltas, eind 17de eeuw.
Foto Jasmijn Tolk/John Endlich Antiquairs
Klaptafel, Groningen midden 18de eeuw.
Foto Jasmijn Tolk/John Endlich Antiquairs
Een aantal objecten uit het poppenhuis: Garenwinder, 1754 gemaakt door zilversmid Arnoldus van Geffen. Schooltas, eind 17de eeuw. Klaptafel, Groningen midden 18de eeuw.
Foto Jasmijn Tolk/John Endlich Antiquairs

Het 1,68 meter hoge poppenhuis is ingericht door Anna Maria Trip (1712-1778). Een Groningse telg uit een bekende Amsterdamse regentenfamilie. Diverse van haar voorouders lieten zich door Rembrandt portretteren. Haar familienaam leeft ook voort door het Trippenhuis, een paleisachtig gebouw aan de Kloveniersburgwal in Amsterdam, waarvoor haar overgrootvader Hendrick Trip en zijn broer, wapenhandelaars, de opdrachtgever waren. Eenderde van het Trippenhuis was eigendom van Anna Maria Trip.

Op haar achttiende huwde ze met de 24 jaar oudere Groningse raadsheer Wicher van Swinderen. Nadat ze zeven kinderen op de wereld had gezet, moet ze omstreeks 1750 zijn begonnen met het inrichten van haar poppenhuis, destijds een gangbare liefhebberij onder vrouwen uit welgestelde kringen.

Dat van haar is een van de tien bewaard gebleven Hollandse poppenhuizen uit de zeventiende en achttiende eeuw. Het bekendst is uiteraard het poppenhuis van Petronella Oortman, na de Nachtwacht vermoedelijk de grootste publiekstrekker van het Rijksmuseum in Amsterdam.

‘Dat het niet kapot is gespeeld maakt dit Groningse poppenhuis zo bijzonder’

Jet Pijzel-Domisse, oud-conservator Gemeentemuseum Den Haag

De keuken van het meer dan 250 jaar oude poppenhuis. Foto Jasmijn Tolk/John Endlich Antiquairs

Pronkpoppenhuis

De bewaard gebleven oude poppenhuizen waren merendeels ‘kunstkasten’: pronkpoppenhuizen die het ideale huishouden weerspiegelden. Om naar te kijken, en niet om met kindervingertjes aan te zitten.

Dat geldt dus niet voor het kleinere en minder gedetailleerde poppenhuis van Anna Maria Trip. Daar mochten haar nazaten wél mee spelen, al dan niet onder toezicht van een gouvernante.

De poppenhuizen vertellen meer over hoe onze voorouders woonden

De gele kamer. Foto Jasmijn Tolk/John Endlich Antiquairs

„Dat het poppenhuis niet kapot is gespeeld en de herkomstgeschiedenis zo volledig is, dat maakt dit Groningse poppenhuis zo bijzonder.” Dat zegt Jet Pijzel-Domisse, oud-conservator van het Gemeentemuseum Den Haag. In 2000 publiceerde Pijzel Het Hollandse pronkpoppenhuis, de handelseditie van haar dissertatie.

De tien bewaard gebleven poppenhuizen, waaronder dus dat van Trip, vertellen volgens Pijzel meer over hoe onze voorouders woonden en leefden, dan de schilderijen uit die tijd. Tot die conclusie kwam ze door bewaard gebleven interieurs en voorwerpen, en door informatie uit bijvoorbeeld boedelinventarissen en plattegronden te vergelijken met de interieurs van de poppenhuizen. De poppenhuizen, stelde Pijzel overtuigend vast, waren over het algemeen als visuele bron betrouwbaarder dan de schilderijen.

Het oude poppenhuis is vermoedelijk een van de laatste in particulier bezit

Foto Jasmijn Tolk/John Endlich Antiquairs

Admiraliteit

Het aangeboden poppenhuis van Anna Maria Trip heeft vier kamers en een zolder en kan met een glazen deur worden afgesloten. Het huis is waarschijnlijk door een Groningse timmerman gemaakt. Het miniatuurzilver daarentegen kocht Trip vooral in Amsterdam, onder andere bij de bekende zilversmid Arnoldus van Geffen. Mogelijk vergezelde ze vanuit Groningen regelmatig haar man, die ook decennia lid was van de Admiraliteit in de hoofdstad.

Hoe het poppenhuis steeds binnen de familie Van Swinderen bleef, is nauwkeurig beschreven in een publicatie van Endlich Antiquairs. Opvallend is dat de vererving, anders dan bij veel van de nog bekende poppenhuizen, niet via de vrouwelijke lijn liep, maar vaak via een zoon.

Na zeker 250 jaar hebben nazaten van Anna Maria Trip besloten het kostbare familiebezit te verkopen. „Het is moeilijk op te delen bezit”, zegt Dick Endlich, die het poppenhuis samen met zijn vader John op Tefaf aanbiedt. De vraagprijs – vergelijkbaar met die voor een royaal echt huis – is slechts op aanvraag beschikbaar.

De verkoper is er voor ‘98 procent’ van overtuigd dat een publieke instelling het poppenhuis koopt

De kraamkamer. Foto Jasmijn Tolk/John Endlich Antiquairs

De afgelopen vier decennia hadden de eigenaren het poppenhuis uitgeleend. Eerst aan Museum landgoed Fraeylemaborg in Slochteren en de laatste twaalf jaar aan het Amsterdam Museum. Endlich Antiquairs heeft het oude poppenhuis, vermoedelijk een van de laatste in particulier bezit, eerst te koop aangeboden aan het Amsterdam Museum en het Groninger Museum. Beide musea zijn daar niet op ingegaan.

Toch is Dick Endlich er voor „98 procent” van overtuigd dat een publieke instelling het poppenhuis koopt. Het is alleen de vraag, zegt hij, „of het in Nederland blijft”, zoals Jet Pijzel graag zou zien.

Twee jaar geleden boden vader en zoon Endlich in Maastricht een ander Hollands poppenhuis aan met honderden zeventiende-eeuwse zilverminiaturen. Dat is nu een publiekstrekker in het Museum of Fine Arts in Boston.

Tefaf Maastricht t/m 24 maart. Inl: tefaf.com

    • Arjen Ribbens