Overal kastelen, maar veel Gelderland is te uitgestrekt voor één identiteit

Identiteit provincies Grenzen binnen Gelderland tellen meer dan de grenzen van de provincie naar buiten. Een rondgang langs vier kastelen en aanpalende dorpen.

Leden van de conservatief christelijke stichting Civitas Christiana bij Kasteel Doorwerth.
Leden van de conservatief christelijke stichting Civitas Christiana bij Kasteel Doorwerth.

Kasteel Hernen heeft een pin-storing. In de hal van het 14de-eeuwse gebouw zit een vrouw in middeleeuwse klederdracht een altaarkleedje te borduren in de kleuren van het kasteel: rood en oranje. Maar kasteelmedewerker Bart Koonen (28) – bijnaam koning, „altijd grappig voor iemand die op een kasteel werkt” – heeft pas tijd als de storing verholpen is.

Moderne ongemakken hebben het middeleeuwse kasteel ingehaald. Playmobil met ridders en kastelen uit de kasteelwinkel kan even niet worden verkocht.

In 2019 stikt het in Gelderland – ooit ontstaan uit het hertogdom Gelre – nog altijd van de kastelen. Ze worden zelfs bezongen in het Gelderse volkslied:

Waar kasteelen statig prijzen, Rond door park en bosch omringd.

Hernen grenst aan het Hernense bos, je kunt er wandelen of fietsen. De A50 loopt er praktisch doorheen en voordat je het weet ben je in Arnhem of Nijmegen. Maar Hernen zelf ligt midden in Rivierenland, het Land van Maas en Waal. Koonen werd laatst nog door een collega gewezen op het verschil tussen de kinderen van boven de rivieren en onder de rivieren als ze met hun klas het kasteel bezoeken. „Boven de rivieren zijn de kinderen minder toegankelijk, daar is ook een groot aantal christelijke scholen. De Brabantse gezelligheid komt van onder de rivieren.”

Vraag inwoners of ze zich Gelderlander voelen en ze beginnen over de streek waar ze vandaan komen: Rivierenland, de Veluwe, de Achterhoek of de regio Arnhem-Nijmegen. En al die streken hadden, eeuwen geleden al, een eigen kasteel of slot. Een rondgang langs vier kastelen in de vier Gelderse streken van deze tijd.

Achterhoek, Kasteel Ruurlo

Kasteel Ruurlo Foto Bram Petraeus

Voor het huis van Francisca Kapinga (49) wapperde lange tijd het blauw-geel-zwart van de Gelderse wimpel. Vorig jaar maakte die plaats voor de vlag van de Achterhoek. Zo af en toe krijgt ze er een vrolijke opmerking over. De vlag hangt er niet uit een gevoel van trots, Kapinga vond het „gewoon leuk”. Ze is geen geboren en getogen Achterhoeker, maar komt uit Rotterdam. Kloppen de vooroordelen over Achterhoekers, dat die stug en gesloten zijn? „Dat herken ik niet. Ze hebben hier een prettige mentaliteit. Vriendelijk, maar geen grote kletskousen. En direct, maar niet zoals in het Westen.”

De groen-witte vlag, geïnspireerd op een luchtfoto van de regio, wappert voor meer woningen en bedrijven. Maar niet bij bakkerij Oude Wesselink in Ruurlo, waar het kasteel aan de rand van het dorp ligt. Wat ze daar binnenkort wel in het assortiment hebben: tompouce met de Achterhoekse vlag. Dat vinden de mensen leuk, weet medewerkster Renate. „Het is een gevoel van saamhorigheid.”

In deze regio, vertelt haar collega Rita, is ‘noaberplicht’ belangrijk. „Als iemand overlijdt, dan probeer je als naaste buur te helpen door de rest van de buren in te lichten of je kan helpen met de uitvaart, het schenken van koffie.”

En daar hoort ook een krentenwegge bij, zegt Renate, leunend over de glazen toonbank waar gebak uitgestald ligt. „Maar die is toch eigenlijk Twents?”, vraagt Rita. Kan wezen, maar Renate weet zeker dat het ook een Achterhoekse traditie is. „Wij bakken hem als een heel groot brood, van 65 of 70 centimeter. Dat snijden we in stukken, en het wordt gegeven in het boerengebied, bijvoorbeeld als er een baby wordt geboren. Dan heb je een geboortewegge. Die wordt dan mooi verpakt. Speentje erop, blauw of roze.”

Rivierenland, Kasteel Hernen

Kasteel Hernen Foto Bram Petraeus

De Dorpsstraat van Hernen is de hoofdstraat van het dorp. Winkels zijn er niet. De deur naar de kerk staat uitnodigend open, maar binnen is de glazen deur van hal naar de kerk gesloten. De kaarsjes branden wel, degene die ze heeft aangestoken is nergens te bekennen.

In het dorp Hernen valt eigenlijk helemaal niks te beleven. Kasteelmedewerker Koonen, die zelf verderop in Millingen aan de Rijn woont weet: „Er is hier niet eens een pinautomaat. Nee, het is hier allemaal heel beperkt.” Voor boodschappen gaan de inwoners naar Wijchen of naar Nijmegen. „Of de rivier over.”

In landoppervlakte is Gelderland de grootste provincie. Het is er zo uitgestrekt, dat het moeilijk is om iets te vinden wat inwoners van Nijkerk en Winterswijk bindt. Dat beseft de provincie zelf ook. De slogan waarmee de provincie zich op de kaart probeert te zetten, luidt niet voor niets: ‘Gelderland levert je mooie streken.’ Dat is meer dan een marketingtruc, uit deze kastelentocht blijkt ook dat mensen zich vooral verbonden voelen met de streek waar ze wonen.

Koonen voelt zich ook meer verbonden met de regio dan met de provincie. „Op de Veluwe hebben ze niet dezelfde cultuur als hier.” Wat dat verschil dan is, kan hij niet goed onder woorden brengen. Maar het is er wel: „Ik identificeer me net zoveel met iemand op de Veluwe als met iemand uit Amsterdam.”

Veluwe, Kasteel Cannenburgh

Foto Bram Petraeus Kasteel Cannenburgh.

Om kwart voor vier op een regenachtige zaterdagmiddag is bijna het hele marktplein van Vaassen al leeggeruimd. De visboer gooit het ijs weg, in de verkoopwagen van de kaasboer gaat het licht uit. De winkelstraat erachter ligt opengebroken. Landelijke ketens zijn op een hand te tellen, eenmanszaken en boetieks bepalen het straatbeeld in het dorp, met het kasteel op loopafstand van het centrum.

Nog een straat verder staat De Korenmolen. Bij binnenkomst beslaan je brillenglazen. De geur van fruit en munt vullen de ruimte. Aan de wand achter de kassa staan tientallen potten met groene thee, witte thee en kruidenthee. De medewerksters dragen tuinbroeken. De regen tegen het raam weet het geroezemoes binnen niet te overstemmen.

Dominique Cosaert en Rachel Vieth serveren als bijbaantje. In het zuiden van Nederland, zegt Cosaert, zijn de mensen wat jovialer en spontaner dan hier. „We merken het ook hier in de molen, als mensen iets niet kennen dan proberen ze het ook niet”, vult Vieth aan. „Het is vaak: wat de boer niet kent…”

Cosaert woont in het nabijgelegen Apeldoorn. Daar zijn jongeren anders, vindt ze. „Hier zijn ze netter.”

Vieth, die wel in Vaassen woont, giechelt. Cosaert: „Ja toch? Hier zijn ze misschien iets… geloviger? Wat strikter ofzo. Kijk, het is hier wel leuk, maar het is wel allemaal hetzelfde. Ik wil wel naar de stad, daar valt meer te beleven. Niet naar Amsterdam, dat is te druk. Naar Utrecht.”

Vieth: „Ik ben wel naar Utrecht geweest, naar open dagen. Maar ik ben uiteindelijk naar Zwolle gegaan. Dat heeft ook te maken met de mentaliteit.”

Cosaert: „Er is echt een verschil in mensen. Hier is het wat boerser, degelijker.” Ze valt even stil: „Ja, dat is het goede woord: degelijk.”

Eigenaar Eric Veldhuis schuift aan. Ook hij komt uit Apeldoorn. „Ze houden hier niet van poespas”, zegt hij. „Van oudsher is Vaassen een werkersdorp, een boerendorp. En een gemengd dorp. Protestanten, katholieken, de gereformeerde kant van de Biblebelt, een islamitische gemeenschap. Het gaat wonderwel goed samen.”

Een aantal jaar geleden zou de molen gesloopt worden. Het hele dorp heeft zich daartegen verzet. Er werd geld ingezameld om het te behouden. Maar een Gelderse identiteit? Die bestaat volgens Veldhuis niet: „We zitten tegen Brabant aan, tegen het westen aan, tegen Duitsland aan.”

Hij gelooft wel in een Veluwse identiteit. „De liefde voor de bossen, Paleis Het Loo, het Kootwijkerzand. Hier aan de rand van de stad: edelherten, wilde zwijnen, bossen. Je hoeft er maar weinig moeite voor te doen. Ergens een plek zoeken, stil blijven staan en de kans dat je wild ziet op zondagochtend is groot. Dat is echt Veluws. Dat heeft niemand. Daar ben ik trots op.”

Arnhem-Nijmegen, Kasteel Doorwerth

Kasteel Doorwerth foto Bram Petraeus

De relatie tussen landgoederen en kastelen is voor kasteelmanager Carine van Ketwick tekenend voor de Gelderse identiteit. Ze staat in de winkel van Kasteel Doorwerth, omringd door streekproducten. Van zeep tot jam, van appelsap tot ingeblikt vlees. „Maar ik weet niet wat nou de Gelderse gemeenschappelijke deler is.”

Van Ketwick woont in Gelderland sinds ze twee is. „Ik voel me hier veilig. Mijn nichtjes in Amsterdam voelen zich niet altijd veilig op straat. Laat ik het zo zeggen: wij zijn ook wat minder gemêleerd hier. Ik heb getracht mijn dochter op Arnhem op school te zetten, omdat ze anders geen goed beeld van de werkelijkheid krijgt. Ik vind het fijn, maar Gelderland is niet representatief voor de multiculturele samenleving, en ik weet ook niet hoe open we daarvoor staan.”

Dat neemt niet weg dat er ook binnen Gelderland verschil in mentaliteit is. Van Ketwick: „Misschien is dat het wel: omdat er niet veel import is van mensen met andere culturen is het in een dorpje in de Achterhoek hetzelfde gebleven. In Arnhem en Nijmegen is het al veel meer een metropool.”

Verderop, in Doorwerth vind je alle winkels die een dorp nodig heeft. Een Chinees restaurant, een drogisterij, supermarkten, een bloemenwinkel, een lunchroom. En een dorpshuis: De Poort van Doortwerth. In de grote zaal staan de tafels in groepjes bijeen geschoven, het klaverjassen gaat beginnen.

Secretaris Ramona Weijenborg zit buiten, jas aan, voorzitter Ellen Rozenboom zit ernaast. „Hier in Gelderland zijn ze een stuk vriendelijker dan in Utrecht”, vindt Weijenborg. „En als je dat vergelijkt met de Achterhoek?”, vraagt Rozenboom haar collega, „zijn ze daar wat stugger, wat geslotener?”

„Ik denk dat mensen hier geslotener zijn, zegt Weijenborg. Maar ze weet ook: in de Biblebelt is de cultuur écht anders. Dat merkte ze toen ze taxi reed in Bennekom. „Kwam ik volledig in pak aan bij een gereformeerde school. Werd ik nagekeken omdat ik met een broek liep, want ik hoorde een rok en een panty te dragen. Dan zag ik ze met elkaar praten: ‘Kijk haar nou.’”

Correctie (15 maart 2019): In een eerdere versie van dit artikel stond in een citaat van Eric Veldhuis dat er in de Veluwe elanden te vinden zijn. Die zijn daar echter al eeuwenlang niet gesignaleerd. Het citaat is daarom aangepast.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.