Opinie

Noodlottig boottochtje

Frits Abrahams

Is de Democratische politicus Gary Hart groot onrecht aangedaan toen hij, gedwongen door geruchten over een buitenechtelijke relatie, zich in 1988 terugtrok uit de strijd om het Amerikaanse presidentschap? Daar gaat, in de kern, de speelfilm The Front Runner van Jason Reitman over.

Het is een op ware feiten gebaseerde film, al blijft de vraag hoe waar die feiten precies zijn. Zo’n speelfilm, hoe onderhoudend ook, is niet het ideale vehikel voor een zo nauwkeurig mogelijke reconstructie. De filmer analyseert niet, hij dramatiseert.

Zo bleek me pas toen ik een en ander opzocht, dat Hart zich na het losbarsten van het schandaal aanvankelijk alleen tijdelijk terugtrok uit de politiek. Op 3 mei 1987 berichtte de Miami Herald dat hij twee dagen met een vriendin had doorgebracht in een huis in Washington.

Vijf dagen later schortte hij zijn verkiezingscampagne – hij streed om de Democratische nominatie – op. Maar in december 1987 keerde hij terug in de race. „Laat de mensen maar beslissen!”, riep hij uit.

Hij dichtte zichzelf nog een grote kans toe, omdat het publiek terughoudend had gereageerd op de berichten. Hart en Donna Rice, zijn vermeende minnares, hadden het overspel immers steeds ontkend. Toch liep de hervatting van zijn campagne op niets uit. Er kwam nieuwe negatieve publiciteit los over schulden die hij bij een vorige campagne had gemaakt. Hij eindigde laag bij enkele voorverkiezingen en trok zich definitief terug.

Wat daarbij een rol zal hebben gespeeld, was de publicatie van een foto in juni 1987, de periode dus van zijn tijdelijke retraite. Op die foto poseert hij op een kade met Donna Rice op zijn knie. Deze foto, gemaakt in maart van dat jaar door een vriendin van Rice, moet voor zijn kiezers een eyeopener zijn geweest: dus toch!

Hart heeft later gezegd dat hij journalisten zag veranderen in beesten. Ze drongen ongeoorloofd zijn privéleven binnen. Zijn woede was begrijpelijk, temeer omdat ook de betere kranten vuile handen maakten.

Maar Hart had ook zichzelf veel te verwijten. Hij had al een reputatie als rokkenjager toen hij met Donna Rice en haar vriendin enkele dagen een boottochtje maakte. Hij kende de vrouwen nauwelijks, maar liet zich toch gemakkelijk overhalen. Met dat reisje is zijn neergang begonnen.

Er bestaat een redelijk goed onderbouwde theorie (niet in de film overigens) dat Hart in een Republikeinse val is gelopen. Volgens het blad The Atlantic heeft ene Lee Atwater, politiek adviseur en prominent Republikein, op zijn sterfbed berouwvol onthuld dat het boottochtje doorgestoken kaart was. Alles was door Atwater geregeld: de vrouwen, de zogenaamd geïmproviseerde overnachting aan boord, de foto op de kade. Atwater stond bekend als een politieke intrigant die met geniepige campagnes ook andere politieke tegenstanders, zoals Michael Dukakis, voorgoed beschadigde.

Kortom, Gary Hart was rijkelijk naïef toen hij zich aan boord van de Monkey Business – zo heette de boot – waagde. Hij dacht ermee weg te komen omdat dat ook John Kennedy, nota bene tot in het Witte Huis, jarenlang was gelukt. Maar de seksuele mores waren veranderd, zoals deze film wil laten zien. Toch past ook daar een kanttekening bij: wat Hart van zijn kiezers niet mocht, mocht Trump dertig jaar later van zijn kiezers wél.