Opinie

Mooie vis

Marcel van Roosmalen

Ik liep met de jongste dochter door de Vomar in het dorp. Zij schreeuwend van opwinding een paar meter voor me uit, de armpjes gestrekt om een eventuele val te kunnen opvangen. Ik met een mandje erachteraan. Ze bracht producten. Een peer, een blik ragout, een pak jus d’orange.

„Dit is mijn papa”, zei ze tegen iedereen die we tegenkwamen.

Ze pakte een appel bij de fruitafdeling en nam er een hap uit. We wandelden door het gangpad. De producten die we zagen verdeelde ze in lekker en heel lekker. Heel lekker waren: koekjes, coffeepads, shampoo, blikjes bier, pudding en yoghurt.

Ze begon cadeaus uit te delen.

Een oudere vrouw kreeg een rol beschuit in haar karretje.

Bij een man legde ze een fles afwasmiddel in het mandje.

„Alsjeblieft.”

De afgekloven appel werd aan een meisje gegeven.

De meeste mensen reageerden met een glimlach.

Het ging mis toen ze een pak met twaalf kippenpoten uit de koeling trok en dat in een mandje legde bij een vrouw met een indrukwekkende tatoeage van een zeemeermin die opduikt tussen de golven op haar arm en schouder. Het was me al vaker opgevallen: ze zijn hier qua tatoeagekunst veel verder dan in Amsterdam, de mensen hebben ook veel vaker en veel grotere tatoeages.

‘Wat doe jij nou?!”, zei de vrouw. De dochter deinsde achteruit. Ze wees naar mij.

„Dat is mijn papa! Dat is mijn papa!”

Ik liep ernaartoe, pakte haar handje en vroeg aan de vrouw wat er aan de hand was.

„Het is hier geen speeltuin en vlees is geen speelgoed.”

Terwijl ik excuses maakte zei de jongste dochter nogmaals: „Dat is mijn papa! Mijn papa!”

De vrouw, zichtbaar geïrriteerd: „Ja, dat weten we nu wel meisje. Dat heb je al gezegd.”

Ze pakte het pakket kippenpoten uit haar mandje en gaf het aan mij, twaalf voor 1,99 euro.

De dochter wees naar de arm van de vrouw en zei: „Mooie vis.”

„Vind je?”, vroeg de vrouw, opeens vriendelijk. „Ik heb ’m nog niet zo lang. Hij wordt bij de staart zeg maar steeds vager… Alsof-ie oplost in de mist. Mystic heet het, dat is een nieuwe techniek.”

We legden de kippenpoten terug in de koeling.

„Mooie vis!”, riep de dochter toen we de vrouw later bij de kassa troffen. Ze knikte vriendelijk.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.