Recensie

Met de hele familie naar het spektakel van Twenty One Pilots

Recensie De groep Twenty One Pilots speelde in de Ziggo Dome in Amsterdam. Recensent Frank Provoost (geen fan) ging met zijn twee zonen (13 en 17, wel fan) kijken. ‘Dit ga je echt vreselijk vinden.’

Twenty One Pilots in de Ziggo Dome.
Twenty One Pilots in de Ziggo Dome. Foto Andreas Terlaak

Het leek zo goed te gaan. Ramones, Nirvana, Bad Religion … samen met de eerste flesjes en babyhapjes gleden ze zo naar binnen. Vanaf de wieg hadden we onze jongens vakkundig blootgesteld aan chronische hersenspoeling. Telkens een tikkie distortion toevoegen, soms een schreeuwnummer, en dankzij Guitar Hero hoefde ik niet eens mijn best te doen om Slayer en Metallica in hun hoofden te pompen.

Mees (17) speelt inmiddels zoveel gitaar en ukelele dat het eelt van zijn vingers stuift en gaat mee naar concerten (en vindt na afloop mijn recensies „veel te streng”). En terwijl klasgenoten losgaan op Boef, laat Sil (13) zijn lievelingsnummer van garagerockhelden Oblivians door de speakers knallen.

Kortom: Opvoeding geslaagd.

En toen ging het toch nog mis.

Want opeens schalde er een boyband uit hun telefoons en bluetoothspeakers. Eentje die zich niet hield aan een achterhaald concept als ‘genre’, maar gewoon onverenigbare stijlen als reggae, rock, dance, r&b en screamo door elkaar speelde. Natuurlijk kon dat! Duh-uuuh! Dit waren Tyler en Josh, van Twenty One Pilots! Het duo uit Columbus, Ohio maakte vijf albums en brak in 2015 door met het nummer ‘Stressed Out’.

Twenty One Pilots in de Ziggo Dome.
Foto Andreas Terlaak
Twenty One Pilots in de Ziggo Dome.
Foto Andreas Terlaak
Foto’s Andreas Terlaak

Wedstrijdje stil zijn

En dus moest het ervan komen. Want vorig jaar was er na drie jaar wachten eindelijk weer een plaat verschenen, Trench, en dinsdag deed Twenty One Pilots Amsterdam aan. De jongens volgen de shows al weken omdat de band elke avond op Instagram een aflevering post van ‘The Quiet Game’. Daarin proberen ze de zaal vol gillende tienermeisjes zo lang mogelijk stil te houden. Dat is nogal een opgave, bleek onlangs in Manchester. Hoewel zanger Tyler Joseph drie extra liedjes beloofde als iedereen vier tellen zijn mond kon houden, klonk de eerste gil al na 1,44 seconde.

Behalve een spoor van kapotte trommelvliezen, laten die gillende meisjes nog meer troep achter. Een uur voor aanvang ziet het plein voor de Ziggo Dome eruit alsof zich een humanitaire ramp heeft voltrokken. Het is een verlaten slagveld waar alleen glimmende resten van warmhoudfolie, natgeregende dekens en afgedankte yogamatten zijn achtergebleven. Afgelopen nacht bivakkeerden hier de hardcore fans die per se vooraan wilden staan.

Wij nemen genoegen met een plek linksvoor bij de bar. En hoewel er nog niks is te zien, zijn de jongens meteen razend enthousiast. In plaats van opzwepende muziek om goed in de stemming te komen, klinkt er een dreinende loop. Mees: „Dit is de muziek van Fortnite! Die hoor je voordat je aan een nieuw potje mag beginnen.” „Ik dacht al”, roept Sil, die al ontelbare slachtoffers in die computergame heeft gemaakt. „Waar ken ik dat ook alweer van?”

Twenty One Pilots in de Ziggo Dome.
Foto Andreas Terlaak
Twenty One Pilots in de Ziggo Dome.
Foto Andreas Terlaak
Foto’s Andreas Terlaak

Backing track

Daar zijn ze. Eerst verschijnt drummer Josh Dun met een fakkel, alsof hij de Olympische Spelen komt openen, daarna zet Joseph ‘Jumpsuit’ in. De eerste nummers houden ze hun bivakmutsen op. Ik moet toegeven: het is een spectaculaire show en ondanks mijn weerzin hebben veel melodieën zich ongewild in mijn geheugen genesteld. Heel hard is het niet: we hebben alle drie oordoppen in, maar die zijn vooral nodig om tussendoor het tienergekrijs te dempen.

Alleen de purist in mij krijgt het zwaar te verduren. Natuurlijk is het prachtig dat Joseph zogenaamd van het podium valt en binnen de kortste keren boven aan de tweede ring verschijnt en verder zingt. Maar als drummer Dun alleen op het podium achterblijft, wie speelt dan al die pianodeuntjes en baslijnen?

„Da’s een backing track natuurlijk”, zegt Mees doodleuk. „Dat vinden wij niet erg, dat is nou het verschil.” Sil knikt. Wel weer schattig: vlak voordat ‘Lane Boy’ van een soort opgefokte dubreggae verandert in foeilelijke trance, waarschuwt Mees even. „Dit ga je echt vreselijk vinden.”

Tijd voor The Quiet Game. Parijs heeft maandag een nieuw record gevestigd, met 5,21 seconde. „Ready…” Het lijkt goed te gaan, tot een lage stem op de achterste ring „Hey” brult. „Drie seconden”, roept Joseph, wijzend in de richting waar het geluid vandaan kwam. „Ik hoorde hem en hij heet waarschijnlijk Dylan. Niemand houdt van je Dylan!” Duizenden zwaaiende vingers die de hele avond braaf het bandteken hebben gemaakt (2+1: een vredesteken met daarover een platte wijsvinger) veranderen in opgestoken middelvingers. Alle meisjeskelen gillen: „Fuck you Dylan!

In de trein terug komen we na uitgebreid juryberaad uit op een beoordeling van twaalf ballen. Sil twijfelt tussen vier en vijf omdat de met hun mobiel filmende meute telkens in het zicht stond. „Maar daar kan de band niets aan doen.” Toch vijf dus. Mees komt op vier. „Hun energie is geweldig. Maar na het begin kakte het even in. Zo’n traag liedje als ‘Cut My Lip’ voegt niks toe.” Omdat ik geen ruzie met mijn kinderen wil, geef ik er drie.

Dit bericht bekijken op Instagram

#TheQuietGame - Amsterdam, Netherlands - way to go, dylan

Een bericht gedeeld door twenty one pilots (@twentyonepilots) op