‘Kunst biedt een manier om het kwaad te onderzoeken’

interview De jonge Franse sterregisseur Julien Gosselin wilde per se bij het Internationaal Theater Amsterdam werken. „Dit ensemble heeft de beste acteurs van Europa.”

‘Stronger!”, roept de Franse regisseur Julien Gosselin naar zijn technicus. Het geluid van de muziek staat al hard, maar het moet knallen. Ongedurig ijsberend tussen de rijen stoelen van de zaal roept hij het nog eens, geagiteerd: „Stronger!” Als de gitaarmelodie daarna door de boxen loeit, slaat hij met zijn hoofd het ritme mee.

„Ik wil de toeschouwer pijn doen”, verklaart de regisseur de volgende dag in de ‘green room’ op de zevende verdieping van het kantoor bij de Amsterdamse schouwburg, een kamer met luie banken, bedoeld voor acteurs die zich willen terugtrekken. „Ik wil dat het publiek een fysieke ervaring heeft. Geluid is de meest fysieke ervaring die er is.” Hij zou het geluid nog wel harder willen. Maar dat mag niet, zegt hij met een grijns. In Nederland zijn de regels over het aantal toegestane decibellen strenger dan in Frankrijk.

Gosselin (31) is in Amsterdam om als gastregisseur bij Internationaal Theater Amsterdam Vallende man te maken, naar de roman uit 2007 van Don DeLillo over de nasleep van 9/11. Sinds hij in 2013 als 26-jarige debuteerde op het Festival van Avignon met zijn bewerking van Elementaire deeltjes van Houellebecq geldt Gosselin als de grote belofte van het Franse theater. Zijn moderne aanpak (eigentijdse teksten, muziek, video) brak met de klassieke tradities.

Van de vele uitnodigingen die hij krijgt, accepteerde hij alleen die van het Internationaal Theater Amsterdam. „Dit is momenteel het beste gezelschap, met de beste acteurs van Europa. Als je een voorstelling van Ivo van Hove ziet, dan zie je een meesterlijke regie, maar bovenal meesterlijk acteren. Ik wilde die acteurs ontmoeten en met ze werken.”

Interview met Julien Gosselin over zijn bewerking van Elementaire deeltjes van Houellebecq

Hij is lyrisch over het spel van Hans Kesting, Chris Nietvelt, Maria Kraakman en Eelco Smits, die de hoofdrollen hebben in Vallende man, zijn vierde DeLillo-bewerking. Drie andere romans voerde hij op met zijn eigen gezelschap, Si vous pouviez lécher mon coeur. Die opzienbarende voorstellingen zijn in april ook enkele malen te zien in Amsterdam. Ook in die andere ‘DeLillo’s’ deelt Gosselin stompen in je maag uit, met harde muziek, of door zijn acteurs minutenlang te laten schreeuwen. De voorstellingen bestaan bijna geheel uit live gefilmd beeld op doek, vaak met extreme close-ups. Acteurs blijven verborgen achter schermen of zijn slechts te zien door gaasgordijn.

Cameraman

Ook bij de repetitie van Vallende Man afgelopen zondag zijn de scènes alleen te volgen via het gigantische filmdoek dat de gehele breedte van de zaal beslaat. Veel aandacht vergt de cameraman, de spil van het proces: waar staat en loopt hij, hoe dicht staat hij op de acteurs? De live ingenomen camerastandpunten vormen een heikele kwestie. Vallende man zal dan ook voornamelijk uit film bestaan, beaamt de regisseur. Hij heeft nog niet besloten of het publiek de acteurs nog in levenden lijve gaat zien.

De taal van DeLillo dwong hem tot deze aanpak, zegt Gosselin. Die taal is bondig, indirect, suggestief. Te onuitgesproken voor puur theater. „Ik wil de personages dicht op de huid zitten om de tragedie te voelen.” De schrijfstijl is ook de reden voor zijn liefde voor de auteur. „Hij is een schrijver van wie ik lang dacht: oké, pas als ik ouder ben, is zijn werk voor mij geschikt. Nadat ik 2666 van Roberto Bolano op het toneel had gebracht, had ik het idee dat de tijd rijp was. Al bij de eerste bladzijdes van Vallende man, die zeer krachtig zijn, geen dialoog, alleen vertelling, werd ik overweldigd door pure bewondering voor zijn schrijven. Dat gevoel gaf me de benodigde energie om een nieuwe productie te beginnen.”

De recensie van de roman Vallende man van Don DeLillo door Bas Heijne

De liefde voor DeLillo voelt hij niet vanwege diens thema’s. Al komen die overeen met de zijne. Gosselin heeft een obsessie voor geweld, terrorisme en het kwaad, en die zijn ruim voorhanden bij DeLillo. Bovendien: „Ik heb een zwak voor schrijvers die met een zekere droefheid poëtisch over het leven schrijven. Ook hou ik van de manier waarop hij over de deceptie bij seks schrijft, over mensen die na het vrijen teleurgesteld zijn en zich triest en alleen voelen.”

De voorstelling volgt grotendeels het boek, waarin een man op 11 september 2001 in een van de Twin Towers in New York is en de aanslag overleeft. Versuft en gewond loopt deze man (Smits) naar het huis van zijn ex (Kraakman), bij wie hij vervolgens blijft. Maar de man en de vrouw zijn van slag na de aanval. Hun leven is uiteengevallen en ze slagen er niet in het weer op te pakken.

Wat we zien, zegt Gosselin, is dat deze catastrofe onderhuids allerlei veranderingen veroorzaakt. „Alle vastigheid in het leven is verschoven. Alles is zwanger van betekenis. In een stilleven van Morandi ziet iemand de torens. Ik ben geen Bergmaniaanse regisseur, ik ben niet van de psychologische aanpak, maar met deze acteurs, die daar zeer geschikt voor zijn, kan ik diep in de finesses van DeLillo’s personages duiken.”

De moeder van de vrouw (Nietvelt) en haar Duitse vriend (Kesting) discussiëren over de motieven van de daders. Maar het gaat Gosselin vooral om de suggestie dat de vriend een Duitse ex-terrorist zou kunnen zijn, of banden had met de Baader-Meinhof-groep. „Ik ben ontroerd door het idee dat zijn passie, zijn geloof in geweld, gedoofd is omdat hij oud is. Misschien moeten we ons voorstellen dat het hem als jonge man al aan de moed ontbrak om zelf geweld te gebruiken. Dat hij alleen een meeloper was. Zijn fragiliteit biedt een emotionerend beeld.”

Creatie van paniek

De impact van terreur fascineert hem. „De creatie van paniek en angst is indringender dan een kunstwerk ooit zal lukken. Mijn doel is om het publiek te raken op het snijvlak van de schoonheid van taal, van fysieke ervaring en intellectuele emotie. Maar de slag die terreur een mens kan toebrengen, is zoveel sterker.”

Een van de daders, Hammad, wordt in een flashback gevolgd bij zijn voorbereidingen, die al beginnen in Hamburg. Gosselin: „Waar ik van hou, is dat we een terrorist observeren, maar hem niet veroordelen. Ik streef geen journalistieke benadering na. Kunst biedt een manier om het kwaad te onderzoeken.”

Is het mogelijk de terrorist te begrijpen? „De domste uitspraak ooit was van Manuel Valls, de voormalige Franse premier, die zei dat we de terroristen niet hoeven te begrijpen. Mijn opdracht als theatermaker is om woorden op te roepen van mensen die we anders nooit horen, van verschoppelingen die de maatschappij negeert. We moeten proberen hem te begrijpen.”

Hij bedoelt dat als poëtisch statement. „Hammad in de regen in Hamburg biedt een krachtiger beeld dan het cliché van terroristen in trainingskampen in Irak of Afghanistan. Het is toch wonderlijk dat ze de westerse cultuur willen vernietigen en jaren in dezelfde wereld leven, de kleren dragen, de taal gebruiken. Na de aanslagen in Parijs zagen we beelden van de appartementen waar de terroristen hadden gewoond. Dat spreekt tot mijn verbeelding: die shitty, lege appartementen, met twee stoelen en verder niks.”

Hét beeld van 9/11 is misschien wel de foto van de vallende man die uit de brandende toren is gesprongen. Op de kaft van de roman staat die foto, maar zonder man, alleen de toren. DeLillo bedacht voor zijn boek een performancekunstenaar die Vallende Man heet. Gosselin: „Hij is in wezen de figuur van de schrijver. Hij herinnert aan de vernietiging. Wie hem ziet, voelt zich verdrietig. Zijn optreden transformeert de gruwel in kunst.”

In 2007 was Vallende man een tegendraads boek. Terwijl de heersende opinie in Amerika was dat het land zich moest oprichten en zijn kracht moest tonen, zoomt DeLillo in op de kwetsbaarheid van de samenleving. Gosselin: „Houellebecq zegt in Elementaire deeltjes dat na de opkomst van het liberalisme en het individualisme vanaf mei ’68 de vanzelfsprekendheid van onze relatie met de ander verdween. DeLillo kun je op dezelfde manier interpreteren. De personages zijn zo eenzaam en verloren dat ze geen contact meer kunnen leggen. In hen zien we ons eigen verlies.”