Het is het jaar van de waarheid voor kunstbeurs Tefaf

Tefaf De 32ste editie van Tefaf Maastricht staat in het teken van veranderingen. „Het werd onverantwoord om op de oude voet door te gaan”, zegt voorzitter Nanne Dekking.

Pieter Claesz, Stilleven met een tinnen kan, (olieverf op paneel, circa 1632). Te koop bij Richard Green
Pieter Claesz, Stilleven met een tinnen kan, (olieverf op paneel, circa 1632). Te koop bij Richard Green

Tefaf? How do you spell that? Tot een paar jaar geleden moest Nanne Dekking (1960) in zijn woonplaats New York aan Amerikaanse verzamelaars soms uitleggen waar Maastricht ligt en wat The European Fine Art Fair voor een beurs is.

Dat hoeft niet meer, zegt Dekking, sinds anderhalf jaar de bestuursvoorzitter van de Nederlandse kunst- en antiekbeurs. Door Tefaf New York Spring en Tefaf New York Fall, de Amerikaanse dochterbeurzen die sinds oktober 2016 jaarlijks worden georganiseerd, is de beurs ook in Amerikaanse kunstkringen uitgegroeid tot een household name.

De New Yorkse edities zijn een „gigantisch succes”, zegt Dekking tijdens een videogesprek vanuit zijn kantoor met uitzicht op het nieuwe World Trade Center in New York. Amerikaanse verzamelaars en museummedewerkers komen nu in groten getale naar Maastricht. Hoe hij dat weet? „We monitoren heel goed wie op de beurs rondloopt.”

Onder leiding van Dekking verandert Tefaf snel. De in 1989 door handelaren opgerichte beurs was decennialang als stilstaand water. De spectaculaire entree en de keuze van de bloemversieringen verrasten jaarlijks wel, maar het deelnemersveld en de plattegrond veranderden nauwelijks – habitués met richtingsgevoel liepen blindelings naar hun favoriete adresjes.

Pop voor het marionettenspel ‘La Château du Roi’ door Marie Vassilieff: ‘De architect: Le Corbusier’ (textiel, verf, karton en hout, 1927-1928).Te koop bij Pierre Passebon

Tót dit jaar. De deze donderdag voor genodigden begonnen 32ste editie telt liefst veertig nieuwe namen, een zevende van het totaal. Aan de plattegrond is gesleuteld – de handelaren in design en etnografica staan voor het eerst bij elkaar – en ook de keuring is verscherpt. Om belangenconflicten te voorkomen is afscheid genomen van keurmeesters die zelf in kunst handelen.

Naar de vernieuwing van het deelnemersveld is jaren toegewerkt. Juristen hebben eerst de deelnamecontracten gewijzigd en ook zijn er selectiecommissies geformeerd (zie kader).

Tientallen vaste deelnemers, waarvan sommigen nog nooit in Maastricht ontbraken, solliciteerden dit jaar vergeefs naar een plek. Tot hun ergernis. Ze schakelden (vergeefs) juristen in, en op 7 maart adverteerden drie afgewezen Nederlandse handelaren in NRC. Een van hen, de Amsterdamse kunsthandelaar Nico Delaive, plaatste onder een afbeelding van een schilderij van Karel Appel de slogan: ‘Niet op Tefaf, wel in Amsterdam!’ Dertig van zijn klanten boden Delaive twee dagen later een verrassingsdiner aan. Het Stan Huygens Journaal in De Telegraaf, dat bij het diner aanwezig was, schatte het gezelschap op „een paar miljard aan vermogen”. Vastgoedondernemer Cor van Zadelhoff sprak Delaive toe: „Jou afstoten gaat de kunstbeurs omzet kosten.”

Stagnatie

Stagnatie is niet goed, zegt Dekking. Als de kunstwereld verandert en er staan relevante nieuwe dealers op, dan moet je de beurs groter maken dan wel het deelnemersveld veranderen. Onder de toenmalige voorzitter bankier Willem van Roijen koos het Tefaf-bestuur drie jaar geleden voor de laatste oplossing.

Een verstandig besluit, zegt Dekking. „Het werd onverantwoord om op de oude voet door te gaan. Je zag het vaste groepje kunsthandelaren steeds ouder worden, inclusief hun klanten. En nieuwe bezoekers bleken minder geïnteresseerd in de aangeboden kunst. Het gevolg: een groeiende groep dealers werd steeds afhankelijker van een kleiner wordende groep verzamelaars.”

Zo’n ontwikkeling gaat maar een tijdje goed, zegt Dekking, verwijzend naar de internationale handelaren die de afgelopen jaren hun deuren moesten sluiten.

Nieuw publiek

De grootste uitdaging waar Tefaf voor staat, zegt Dekking, is nieuw publiek binnenhalen. En dan doelt hij niet op dagjesmensen die zich aan de pracht en praal komen vergapen, maar op verzamelaars die inkopen komen doen. Om het hun naar de zin te maken, zijn de eerste twee beursdagen in Maastricht net als vorig jaar gereserveerd voor een gelimiteerd aantal genodigden.

Wat ook heeft geholpen om Amerikanen voor Maastricht te interesseren, zegt Dekking, is de adviesraad van de twee New Yorkse beurzen. De bekende verzamelaars die daarin zitting namen, kweekten ook goodwill voor de Limburgse moederbeurs. Met één telefoontje kunnen de leden van de advisory board hun vrienden meekrijgen naar Maastricht. Dat helpt, zegt de voorzitter. Voor een kwaliteitsbeurs staat immers niet de kwantiteit maar de kwaliteit van de bezoekers voorop.

Om de grote verzamelaars verder tegemoet te komen, sloot de organisatie een samenwerkingsovereenkomst met de gemeente Maastricht. Als zich op het laatste moment kopstukken melden, dan kan de ‘vip-line’ hen nog aan een hotelkamer of restauranttafel helpen.

Het is een van de opvallendste pronkstukken van Tefaf Maastricht: een achttiende-eeuws Gronings poppenhuis. Lees ook: Topstuk op Tefaf: poppenhuis ter waarde van een royaal echt huis

African American kunstenaars

Vlak na zijn aantreden sprak Dekking de wens uit dat het beursaanbod minder wit zou worden. Kunnen we daar al iets van merken? „Ja, veertig procent van het aanbod is dit jaar gemaakt door Afro-Amerikaanse kunstenaars”, zegt de beursvoorzitter met een lach.

Nee, zulke veranderingen gaan langzaam, zegt Dekking. En dat ligt niet aan Tefaf, maar aan de kunsthandel. De voorzitter voert gesprekken met beursdeelnemers. Wijst hen op komende tentoonstellingen in Musée d’Orsay en het Rijksmuseum Amsterdam, over respectievelijk donkere modellen in de Franse kunst en het Nederlandse slavernijverleden. „Dat worden vast tentoonstellingen die ons op een nieuwe manier naar kunst laten kijken. Met de dealer community bespreek ik hoe we daarbij kunnen aansluiten.”

Hopelijk, zegt hij, leidt dat volgend jaar tot een looproute over de beurs langs werken waarop minderheden zijn afgebeeld en die door minderheden zijn gemaakt. „Een kleine stap”, zegt de voorzitter. En dan, na enig nadenken: „Of misschien wel een grote stap. Dat hangt ervan af hoeveel mensen van die route gebruikmaken.”

    • Arjen Ribbens