Opinie

In stilte brak de Erasmus Universiteit met Shell

Onderwijsblog De Rotterdam School of Management moet zijn breuk met Shell juist vieren, schrijft Vatan Hüzeir.

Siese Veenstra/ANP

Een van de grootste faculteiten van de Erasmus Universiteit, de Rotterdam School of Management (RSM), heeft het omstreden Shell & RSM Partnership verbroken. Met het in 2012 in werking getreden samenwerkingscontract verkreeg Shell formeel het recht om het RSM-curriculum en de profielen van Bachelor- en Masterstudenten te ‘beïnvloeden’. Ook dwong het bedrijf onder andere een zetel af in de adviesraad van de business school.

Het contract werd in mei 2017 middelpunt van internationale verontwaardiging, volgend op publicatie van het onderzoeksrapport ‘A Pipeline of Ideas: How the Rotterdam School of Management facilitates climate change by collaborating with the fossil fuel industry’, uitgegeven door mijn duurzaamheidsbureau Changerism. Daarin werd in detail de banden tussen de faculteit en de fossiele industrie beschreven.

Trendbreuk

De beëindiging van het contract staat in schril contrast met de lange geschiedenis van samenwerkingen tussen RSM en Shell. In de jaren zestig stond de olie- en gasgigant aan de basis van de oprichting van de faculteit, die vooral moest voorzien in gemiste kennis over management. Wetenschappers mochten niet meebeslissen over de koers.

In 2009 was het bedrijf heimelijk medeopdrachtgever en financier van het RSM-onderzoek Wederzijds Profijt. Het kabinetsvoornemen om de dividendbelasting af te schaffen leunde wetenschappelijk alleen op dit RSM-onderzoek, mede door een succesvolle lobby van Shell en andere opdrachtgevers als VNO-NCW en Unilever.

Na protesten tegen de gaswinning in Groningen verrichtte de business school in 2013-2014 onderzoek waarvan al bij aanvang vaststond dat het moest bijdragen aan de vergroting van het maatschappelijk draagvlak voor gas als energiedrager. Shell, NAM, Gasterra, GDF Suez, en de Nederlandse Staat betaalden voor het onderzoek.

Eerste relatiebreuk in het kader van klimaatverandering

De relatiebreuk is dus ‘historisch’ te noemen. Daarbij is het de eerste keer dat in Nederland een universiteit een formeel samenwerkingsverband met een fossiel energiebedrijf voortijdig en volledig beëindigt en dat dat gebeurt in het kader van de discussie over de rol van universiteiten in het faciliteren van klimaatverandering. In de kern verdient Shell geld met het verbranden van fossiele brandstoffen, de belangrijkste reden voor het opwarmen van de aarde. Het ondersteunen van een dergelijk bedrijfsmodel faciliteert de ontwrichting van menselijke samenlevingen.

Een universiteit kannibaliseert bovendien op zichzelf wanneer het aan de ene kant samenwerkt met een bedrijf dat medeverantwoordelijk is voor de ondermijning van toekomstig sociaal leven, terwijl het aan de andere kant zijn bestaansrecht ontleent aan het cultiveren daarvan.

Kritische zelfreflectie

Het verbreken van het contract ging bepaald niet vanzelf. Bij de top van RSM bestaat nauwelijks een vermogen tot kritische zelfreflectie ten aanzien van de samenwerkingen met de fossiele industrie. RSM-leidinggevenden vertelden mijn onderzoekers dat het gewraakte contract in de verste verte niet kwestieus was en ook niet de hierboven uitgelichte samenwerkingen. Bovendien zou nauwe samenwerking met Shell het bedrijf klimaatvriendelijker maken, zo klonk het. Daar kon alleen geen enkel voorbeeld van worden gegeven. Ook kwam er geen uitleg voor het feit dat gedurende de samenwerking de gevaarlijke klimaatverandering oncontroleerbaar wordt.

Een externe bron van scepsis was nodig om de faculteit ertoe te brengen het contract te verbreken. Achteraf beschouwd was ons onderzoek die bron, samen met de daaropvolgende lokale, regionale en (inter)nationale maatschappelijke ophef, het online appèl op RSM het contract te beëindigen met #KillTheContract, het Tweede Kamerdebat en de media-aandacht.

Ook de zogeheten commissie Mols, ingesteld na overleg tussen het Ministerie van Onderwijs, Cultuur & Wetenschap en de Erasmus Universiteit, concludeerde dat er integriteitsrisico’s bestaan bij RSM, waaronder het contract en de faculteitscultuur.

Een half jaar later, in december 2018, verbrak RSM dan toch uiteindelijk het contract.

Een gemiste kans

RSM liet het verbreken van het contract oorverdovend stil voorbij gaan. Pas vorige week werd het nieuws wereldkundig gemaakt door universiteitsblad Erasmus Magazine, dat naar de status van het contract vroeg.
Een gemiste kans. Want met het vieren van de breuk had de faculteit gestalte kunnen geven aan zijn wens “a force for positive change” te zijn. Met al het gewicht dat een gerenommeerde kennisinstelling in de schaal legt had RSM voorop kunnen lopen in het stellen van ethische grenzen aan samenwerkingen met bedrijven in tijden van klimaatverandering.

Deze geruisloosheid is niet een passieve conditie zonder gevolgen maar (re)produceert een sociale werkelijkheid. In dit geval de werkelijkheid waarin RSM de ‘license to operate’ van klimaatontwrichtende bedrijven niet ter discussie stelt en die dus bestendigt. Met dezelfde stiltepolitiek erkende RSM ook niet de rol die activisme speelde voor de uiteindelijke relatiebreuk, waardoor de bredere samenleving geen kans kreeg om het veranderpotentieel daarvan te appreciëren.

Vier het einde

Laat dat dan de les zijn voor andere instellingen met een maatschappelijke rol die hun banden met de fossiele industrie willen beëindigen. Zij doen er goed aan dat groot te vieren. Neem geen voorbeeld aan RSM, of anders het Van Gogh Museum. Ook dit museum brak vorig jaar in stilte met Shell zonder de rol daarbij te erkennen van burgeractivisme.

Rotterdam Schouwburg deed het anders. Dit theater vierde in september 2017 ritueel het einde van de sponsorrelatie met Shell. In bijzijn van de zakelijk directeur en zo’n 100 toeschouwers liet performance duo performance duo Studio Spaceman een zwarte verfbom ontploffen op de letters ‘s.h.e.l.l.’ van het bord dat de zogenaamde ‘Shellfoyer’ aanduidde. Het theater greep het moment aan om zijn nieuwe groene plannen in te luiden.

Drie weken later hamerde het duo de bedrijfsletters één voor één letterlijk van de muur. De kluwe van draden waaraan ze bungelden werd doorgeknipt en het hele zooitje viel symbolisch in een archiefdoos.

Vier het einde van uw fossiele verleden, want er is te weinig tijd dat nog langer niet te doen.

Vatan Hüzeir is socioloog, activist, en promoveert aan de Erasmus Universiteit op klimaat- en energieactivisme

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.