Opinie

    • Marjoleine de Vos

Groningers zelf hebben niets aan gas-enquête

Gaswinning Politici zijn tevreden met hun plan voor een parlementaire enquête. Intussen smoren ze Groningers in bureaucratie, schrijft .

Gaswinnings- en gasbehandelingslocatie van de NAM in Ten Post
Gaswinnings- en gasbehandelingslocatie van de NAM in Ten Post Foto Kees van de Veen

Men zou kunnen denken dat Groningers nooit tevreden zijn. Nu komt er een parlementaire enquête en dan klinken er nog wantrouwende geluiden op uit de provincie. Over de timing van het voornemen van de enquête, vlak voor de verkiezingen. Over het ontbreken van een datum wannéér die enquête gaat plaatsvinden. Over minister Wiebes die meteen al dreigt dat als er de komende anderhalf jaar „een belangrijk beroep” wordt gedaan op de mensen die verantwoordelijk zijn voor de schadeafhandeling en de versterkingsoperaties, hij dat „voor de voortgang als problematisch [zou] beschouwen”. Terwijl die ‘voortgang’ net zo lekker loopt. Zo’n enquête is goed voor de controle en voor het gevoel van rechtvaardigheid. Natuurlijk. Maar de grootste vraag is: wat hebben de Groningers er zelf aan? Eigenlijk weet iedereen het antwoord al: niets. Er zal van alles boven komen en er zal van alles niet gedeugd blijken te hebben. Het had natuurlijk anders gemoeten, en men heeft veel steken laten vallen, en ontoelaatbaar, en enzovoort. Dat wordt dan ergens in 2025 uitgesproken. Intussen wordt in het aardbevingsgebied menigeen gek. Want een plan zonder datum tekent precies de situatie.

Onlangs kreeg ik een brief over het uitblijvende schadeherstel. Daarin lees je zulke dingen: „Bovenstaande houdt in dat uw dossier door de deskundige wordt verwerkt en in behandeling is. Tevens zal het dossier verschillende afdelingen doorlopen. Wanneer u daadwerkelijk het adviesrapport van de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen ontvangt kan ik helaas niet aangeven. [...] Op het moment dat u het adviesrapport ontvangt hoor ik graag of u zich wel of niet kunt vinden in het adviesrapport. Daarna zal de Commissie een beslissing nemen. Ook hieraan kan ik geen termijn benoemen.” Het kromme Nederlands daargelaten, staat er: er gaat nog heel lang heel veel ambtenarij op uw probleem losgelaten worden, en verder gebeurt er voorlopig niets. Alle Groningers krijgen zulke brieven.

‘Ik wacht’ – ik lees die serie niet

Het Dagblad van het Noorden is in januari, een jaar na de laatste fikse aardbeving, bij Zeerijp, een serie gestart: ‘Ik wacht’, die intussen bij deel 56 is. Ik lees die serie niet. Wie dat wel doet, voelt dat zijn bloed gaat koken van machteloze woede. Keuringen, rapporten, nieuwe keuring, nieuw rapport, gedeeltelijke toewijzing van de schade, toch weer nieuwe keuring, volledige afwijzing van de schade – zo gaat het niet bij één huis, maar bij bijna allemaal. Mensen die te horen krijgen dat hun huis wordt afgebroken wegens onveiligheid, maar die een jaar later een brief krijgen dat er geen verhoogd risico is vastgesteld. Intussen zitten de scheuren al sinds 2013 in de muren en is daar niets aan gedaan.

Lees ook: Onderzoek naar de gaswinning komt er, de vraag is wanneer

Bij Een Vandaag kwam een vrouw aan het woord wier huis afgebroken moet worden. Het staat al vijf jaar in de stutten en is al vijf jaar onveilig. Een goede oplossing (ruimhartige vergoeding, herbouw, overeenstemming) is nog altijd niet bereikt. Ze zei dat ze vooral zo moedeloos werd van het feit dat er nooit eens op het niveau van de bewoner gesproken wordt: „wel overkoepelend, maar niet dat er voor jou, voor dít huis, een oplossing komt.”

Ongetwijfeld heeft ze net als iedereen een kast vol rapporten van steeds andere deskundigen, dikke boeken met foto’s en beschrijvingen van de scheuren, brieven van steeds andere commissies en brieven waarin staat dat men voorlopig niets doet, dat het dossier ‘complex’ is, dat de aanvraag nu als een nieuwe aanvraag wordt beschouwd en dat die sowieso vijftien maanden op behandeling moeten wachten.

Iedereen wordt verdronken in groteske bureaucratie, de medewerkers van de Nationaal Coördinator Groningen geloven zelf niet meer in wat ze moeten doen en nu kijken politici tevreden om zich heen omdat zij „de Groningers niet laten barsten”. Want er komt een parlementaire enquête. Ooit. „Ook hieraan kan ik geen termijn benoemen.” Ter vertroosting voor de gas-ellende gaat er bovendien vijftien miljoen naar de provincie. Om de leefbaarheid te bevorderen. Maar dat geld is uitdrukkelijk níet bestemd voor herstel of versterking van huizen. ‘Voor wipkippen’ lachen de Groningers. Altijd leuk om op uit te kijken vanuit je gescheurde huis.

Marjoleine de Vos is redacteur van NRC

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.

    • Marjoleine de Vos