Doeslief poeslief

Ewoud Sanders

De bedenkers van de slogan #doeslief menen dat de constructie „doe eens lief” is ontstaan onder invloed van het Engels. Dat zei een van hen afgelopen zaterdag in het radioprogramma Taalstaat. Om dit te onderbouwen droeg de reclamemaker enkele vergelijkbare formuleringen aan, zoals „Doe eens dat pakken” en „Doe eens opletten”. Hij zei dit soort constructies steeds vaker te horen.

In het gratis onlinetijdschrift Neerlandistiek, dat iedere taalliefhebber op z’n minst één keer moet hebben bekeken, reageerde taalkundige Marc van Oostendorp tamelijk fel. „Het laat […] zien hoe weinig zelfs taalprofessionals eigenlijk nadenken over het belangrijkste instrument dat ze hebben. Deze man zegt echt maar wat. Let wel, het is hier dus de auteur van de slogan zélf die denkt een Engelse constructie te pakken te hebben. Wat die constructie dan precies is, zegt hij niet.”

Vervolgens laat Van Oostendorp zien dat zinnen als „Doe eens dat pakken” en „Doe eens opletten” zich niet zo makkelijk in het Engels laten vertalen. Hij spreekt het vermoeden uit dat het eerder om een Nederlandse dialectconstructie gaat.

Dat kan ik hier bevestigen, want dit soort zinnen zijn niet ongewoon in Noord-Brabant. Zo vond ik in een Eindhovens dialectwoordenboek de voorbeeldzinnen Allee, doe ’s afheffen, dan ken ik de kaorte geeve (‘Vooruit, doe eens afpakken, dan kan ik de kaarten geven’), en: Doewt ’s oover munne rug vrijven, ik heb jeuk (‘Doe eens over mijn rug wrijven, ik heb jeuk’).

Voor de campagne maakt het natuurlijk niet uit of #doeslief is ontstaan onder invloed van het Engels. Doel is dat erover wordt gepraat en geschreven. Nog belangrijker is dat er werkelijk iets verandert, want het is schrikbarend dat bijvoorbeeld doktersassistenten dagelijks te maken krijgen met agressief gedrag. Ik ben in ieder geval blij dat Sire niet heeft gekozen voor #doesnormaal, want dankzij politici als Rutte en Wilders roept dit bijna automatisch de respons „doe zelf ff normaal” op.

Poeslief. Op sociale media werd al snel opgemerkt hoezeer doeslief en poeslief op elkaar lijken. Op Twitter leidde dit tot berichten als: „Wil hij eens doeslief doen, vindt poeslief het weer niet goed”, „Doeslief mannen, en heb de Poeslief!” en „Doeslief, is dat poeslief voor hondenliefhebbers?”

Het mooie van dit soort berichten (sommige waren voorzien van poezenfilmpjes) is dat ze laten zien hoe gecompliceerd taal is, want poeslief heeft in elk bericht een andere betekenis.

De Dikke van Dale kent poeslief alleen als bijvoeglijk naamwoord, in de betekenissen ‘zo lief als een poes’ en ‘lief met een bijbedoeling’ (voorbeeldzin: „O, ze is zo poeslief voor hem”). Toch komt poeslief al zeker sinds het midden van de achttiende eeuw voor als zelfstandig naamwoord, in verschillende betekenissen: ‘poes of kat’, ‘(lief) kind’ en ‘vrouw’ (al dan niet met een seksuele connotatie).

Een associatie met poeslief leidde zelfs tot een lezersvraag, namelijk: heeft een kat zeven of negen levens? Daarover bestaat internationaal verwarring. In het Amerikaans en Nederlands wordt het vaakst gezegd een kat heeft negen levens, maar zeven komt ook voor.

In het Spaans en Italiaans is het precies andersom. En in het Arabisch en Turks worden een kat zes levens toebedeeld. Hoe deze verschillen kunnen worden verklaard, is mij helaas niet bekend.

schrijft elke week over taal. Twitter: @ewoudsanders