Brieven

Alstublieft agent, bekeur mij

Drukte op Amsterdams fietspad.
Drukte op Amsterdams fietspad. Foto iStock

Dat het ooit zo ver met mij, van de vrijgevochten jarenzestiggeneratie, moest komen: ik snak eigenlijk naar een bekeuring.

Bekeur mij! Waar zijn de verkeersagenten? Die zijn er niet, weg bezuinigd door de VVD; voor de verkiezingen leuzen afficheren met ‘meer blauw op straat’ en na de verkiezingszege er juist flink op los snijden.

Ik heb, net als alle andere fietsers, nare gewoonten ontwikkeld door het langdurig ontberen van ordehandhaving. Want mijn gedrag is collectief gedrag; ik, wij, iedereen weet dat er geen agent te zien is – en dus doe je wat je wilt.

Statistieken op internet geraadpleegd: ze hebben het over een toename van verkeersgewonden met als top-slachtoffers de oudere weggebruikers zoals ik. Ja, die weten niet wat hen overkomt.

Vijftig jaar lang, als ik voor mezelf spreek, relatief rustige fietspaden en daarna, de laatste tien jaar, komen er ineens een aantal verschillende gevaren tegelijkertijd. Waarvan in mijn ogen de belangrijkste die van de geluidloze voertuigen zijn.

Kennelijk is Nederland fietsland vergeten dat 50 procent van de controle op je eigen veiligheid de feedback op geluid is. Je hoeft je hoofd niet altijd om te draaien want je weet met je oren, hoe zacht het geluid ook, dat er een auto of wat dan ook achterop komt. Altijd fijn, wanneer een obstakel aan de rechterkant maakt dat je een plotselinge zwenking naar links moet maken. Iets dat voorheen goed kon aflopen. Nu niet meer, zo een onverwachte move kan uitlopen op een ziekenhuisopname; de realiteit ervan is met sprongen toegenomen. Vooral met geruisloze auto’s en geruisloos asfalt; dan hoor je echt niets meer.

Ontbreken van geluid gaat hierdoor een dreiging worden. Kent u dat, in de stad, ineens is een achteruitkijkspiegel zichtbaar in je linker ooghoek, zo groot als je hoofd en slechts op één centimeter afstand; er nadert een stille autobus.

Niet alleen de dichtheid aan vervoersmiddelen op de Amsterdamse fietspaden is toegenomen, maar ook de verscheidenheid. Van oorsprong waren er alleen fietsers en brommers, maar nu zijn er bromscooters, snorfietsen, gyroscopen op twee wielen, kleine vierwielige pruttelkabines, bakfietsen met kinderen erin, bedrijfsbakfietsen zijn weer terug, ligfietsen die onder je kijkhorizon door fietsen.

Het is al heel gewoon dat een riksja of tuktuk de hele breedte van het fietspad inneemt. Joggers willen koste wat kost op het rijwielpad, net als de skateboarders. En dan de brommers en scooters: bij fietspaden met tweerichtingsverkeer zitten ze eigenlijk alleen maar permanent op de verkeerde weghelft, want altijd bezig met inhaalmanoevres op fietsers.

En altijd voor het stoplicht met z’n drieën of vieren op de verkeerde weghelft wachten – ‘we zijn toch lekker snel weg’. Maar bij het stoplicht in tegengestelde richting staan er ook een stuk of vier, dus bij groen licht zorgen halverwege acht scooters voor enorme verwarring en ergernis onder de fietsers die zij en elkaar rakelings passeren. In de zestiger jaren waren in Nederland weinig gescheiden snelwegen; toen de welvaart inzette en het autobezit toenam veroorzaakten die tweerichtings-verkeerswegen gruwelijke frontale botsingen. Een dergelijke situatie is nu aan het ontstaan op tweerichtings-verkeersfietspaden.

Deze pastiche van weggebruikers wordt nog wat pittiger gemaakt door een flinke scheut toeristen, waardoor alles nog wat wiebeliger wordt en onzekerder. Hiervan zijn twee varianten; de toerist op de fiets, en de toerist in de ik-slenter-en-geniet-modus op de rijweg. Maar het kan nog erger: toeristen op scooters. Laatst zag ik zes jonge gasten die duidelijk nog nooit op een scooter hadden gezeten zich hortend en stotend door de verkeersstroom werken. Je kunt namelijk gewoon een scooter huren – dat zijn fijne opbrengsten voor hotels en dergelijke, maar dat het eigenlijk een soort kamikaze-piloten zijn lijkt niemand echt te boeien.

Natuurlijk zijn veel mensen hierover bezorgd en is er al veel over geschreven. Men heeft het dan over beleid zoals bredere fietspaden, maar helaas: iedere Amsterdammer weet dat de meeste paden niet breder kunnen. Het enige wat in mijn ogen echt helpt zijn actief surveillerende verkeersagenten die bonnen uitdelen als je foutjes maakt. Dat er elk moment iemand kan opdagen waardoor jouw ‘initiatief’ plotseling 90 euro kost moet in ieders hoofd zitten en zal een grote kalmte brengen in het verkeer. Ja, agenten zijn kostbare individuen geworden in deze wilde tijden – maar je kunt ook ordehandhavers opleiden tot verkeershandhaver en hen machtigen tot bekeuren. En waarschijnlijk zou het kunnen helpen wanneer bij het afturven van verkeersslachtoffers ook de oorzaak van het ongeluk achterhaald is, waardoor klaarheid ontstaat.

Voorlopig is het nog niet zover, dus het zal weer een lange hete zomer worden in Amsterdam.

Frits BakkerAmsterdam