Albumoverzicht: Weval klinkt groots en indringend, Weezer doet niet waar het goed in is

Recensies NRC bespreekt nieuwe muziek. Deze week albums van Rymden, Remy van Kesteren, Dido, Weval, Weezer, Royal Trux.

  • ●●●●

    Rymden: Reflections & Odysseys

    RymdenJazz: Tien jaar geleden verloor het gevierde Zweedse jazztrio E.S.T. zijn naamgever, pianist Esbjörn Svensson. Hij overleed bij een duikongeval. Hoe een band de plotse dood van zijn frontman verwerkt valt amper voor te stellen. Na lange time-outs vervolgden bassist Dan Berglund en drummer Magnus Öström hun weg met nieuwe eigen bands. Het jazztrio, Rymden (ruimte), dat ze nu vormen is een verheugend weerzien. Zeker met de Noorse pianist Bugge Wesseltoft erbij. Met deze pionier op het gebied van de elektronische jazz is alles anders. En toch ook weer niet. Want al is de jazz afwisselend, er is herkenning hoe met dynamiek wordt gespeeld. Zoals hoe de jazz vol turbulentie kan scheren langs jazzrockmotieven (‘The Odyssey’).Reflections & Odysseys is een beeldend, grenzeloos relaas. Rymden springt er direct samen uit als supergroep met Wesseltoft als een vurig improvisator. En ook meer ingetogen lyriek komt aan. De parel ‘Homegrown’ doet denken aan de begindagen van E.S.T. Amanda Kuyper

  • ●●●●

    Weval: The Weight

    WevalDance: Harm Coolen en Merijn Scholte Albers creëerden de afgelopen jaren een ijzersterke reputatie als liveduo met hun fluisterelektronica die op de festivalpodia flink kan vonken. Op tweede album The Weight maakten ze een verdiepingsslag. Nog steeds is hun sfeerbeeldenmuziek broeierig en deinend met stemflarden, lome triphopbeats en trillende synthesizers. Maar dit keer is de kwaliteit vrijer, meer psychedelisch. Op ‘Someday’ doet hun synthesizerfunk denken aan een zachtaardiger Dollkraut, de orgelpartij van ‘Heaven Listen’ klinkt meer als Jungle by Night. Het dromerige ‘Silence on The Wall’, met vrouwelijke ijle zang over zachte jazzdrums, valt na wat Brainfeeder-erupties helemaal stil om te worden opgeschroefd met een druipend lekkere baslijn waarna alles samenkomt in harmoniezang met de mannen zelf. De meesters van de opbouw durven nog meer te experimenteren met rust en emotie. Het resultaat is prachtig groots en indringend. Rolinde Hoorntje

  • ●●●●

    Remy van Kesteren: Shadows

    Remy van KesterenKlassiek/ambient: De omslag van het album Shadows van harpist Remy van Kesteren doet denken aan het begin van de film Paris, Texas, waar een man alleen en doelloos dwaalt door de woestijn. Zoals ook zijn muziek – vol kilometers verlatenheid en „such stuff as dreams are made on” – herinneren aan de eenzame gitaarklanken van Ry Cooder uit die beroemde openingsscène.Gedurende zijn tweedaagse Harpfestival afgelopen zomer, toonde Van Kesteren zich een wijsgeer op de snaren. De musicus gebruikt zijn instrument vooral om bestaansvragen te stellen en om tastend in ons huizende leegten te verkennen, de innerlijke woestijnen die zowel angst als opwinding oproepen.Dit dwalen en zoeken – maar niet precies weten naar wat – komt mooi naar voren in het tweedelige ‘River Somewhere’, waar na een peinzend begin de stroom van gedachten zich steeds scherper aftekent. Prachtig ook klinkt de weidse toon van hoornist Morris Kliphuis, die de horizon van de muzikale landschappen eindeloos laat opschuiven. Joost Galema

  • ●●●●●

    Dido: Still On My Mind

    DidoPop: Het was lang stil rond de Britse zangeres Dido, maar nu is er een nieuw album en een wereldtour. Dido, 47, werkte voor Still On My Mind weer samen met haar broer, producer Rollo, bekend van Faithless. De combinatie van Rollo’s elegante synthesizersound met daarin voldoende gorgelende filters om al te veel beschaving te voorkomen, met de lichte soul van zijn zus, blijkt aantrekkelijk. Dido heeft een lage, bedachtzame stem en zingt zonder veel opwinding, maar daar zorgt Rollo dan voor door de ritmiek op te voeren tot een dansbare ontknoping. Sommige nummers worden opgesierd met gospelachtige koorzang en akoestische gitaar. Andere krijgen een zwaar hiphopritme. Dido’s hang naar hiphop is bekend; op haar vorige album werkte ze samen met Kendrick Lamar, en zal ze voor altijd worden geassocieerd met Eminem, die haar liedje ‘Thank You’ samplede in wereldhit ‘Stan’. Hester Carvalho

    #REF!

  • ●●●●

    Weezer: Weezer (Black Album)

    WeezerRock: Zou het dan toch? Na tien jaar aan ondermaatse platen kondigde Weezer The Black Album aan. Een plaat vernoemen naar een Metallica-klassieker, dan moet je durven. Het kon er zomaar op duiden dat Weezer weer ging doen waar de band uit LA ooit zo in uitblonk: gevoelige doch scheurende emo-rock maken waarin oppernerd Rivers Cuomo over prachtig in elkaar geweven gitaarpartijen zijn gebroken hart uitstortte. Ook veelbelovend: eind januari kwam plotseling óók nog het zogeheten Teal Album uit, vol tenenkrommende covers uit de jaren tachtig, van Toto’s ‘Africa’ tot Aha’s ‘Take on Me’. Dat was natuurlijk een afleidingsmanoeuvre voor het echte werk. Ging het nu eindelijk gebeuren? Nee dus. The Black Album is even slecht als zijn vijf voorgangers: plastic drums, fletse gitaren, geen hooks en een gênante rockrappende Cuomo die even onbeholpen klinkt als Marco Borsato danst wanneer Ali B in de buurt is. Trap er niet in. Frank Provoost

  • ●●●●

    Royal Trux: White Stuff

    Royal TruxRock: De spiegel met het kundig gemodelleerde bandlogo op de hoes van White Stuff is een wrange knipoog naar de enorme berg wit poeder die door de neuzen en armen van Jennifer Herrema en Neil Hagerty moet zijn gegaan. Het is opmerkelijk hoe soepel dit ruigste aller rockduo’s na achttien jaar van rehab en onmin de draad weer oppakt. De muzikale chemie tussen Pussy Galore-gitarist Hagerty en femme fatale Herrema zit in de weergaloze wisselwerking van hun stemmen; hij schel en schrijnend en zij gorgelend stoer in een gevecht om met horten en stoten de eindstreep te halen. Sinds Exile on Main St. van de Stones was rock niet meer zo perfect onaf als in ‘Year of the Dog’ of ‘Surburban Junkie Lady’. In ‘Sic Em Slow’ lijkt het of de geest van Prince uit een duister onderaards gewelf is opgestaan. De vage flirt met hiphop in ‘Get Used to This’ is Royal Trux vergeven op een album dat de onzalige drie-eenheid van sleaze, drugs & rock-’n-roll in volle vuilnisbakkenglorie herstelt. Jan Vollaard