Opinie

    • Lotfi El Hamidi

Afvallige

‘Afvallige’, dat woord heeft zo’n negatieve connotatie, vindt de moderator tijdens de bijeenkomst in het Amsterdamse debatcentrum de Balie zaterdagmiddag. Het is het thema die dag, waar vier gasten hun ervaringen delen over ‘breken met je (geloofs)gemeenschap’.

Kun je trouwens van een religie afvallen als je er eigenlijk nooit echt in hebt geloofd? En kun je breken met een gemeenschap waar je misschien nooit echt onderdeel van bent geweest? Daar gaat schrijver Asis Aynan overigens het verst in, door op thatcheriaanse wijze te poneren dat zoiets als de Marokkaanse gemeenschap überhaupt niet bestaat. I beg to differ, maar de wens is de vader van de gedachte.

Dat het bij ‘afvalligheid’ niet altijd om religie gaat, bewijst historica en schrijfster Jolande Withuis, die opgroeide binnen een communistisch gezin. Withuis heeft het over het strakke stramien van de ideologie en het uitschakelen van het autonoom denken. Aan haar opvoeding heeft ze „een fundamentele allergie voor totalitair gedachtengoed overgehouden”. „Aan sommige vriendschappen kwam een einde. Maar wat je aan vrijheid wint, staat voorop”, zegt ze triomfantelijk.

Maar de inspirerendste persoon vond ik Fatima El Mourabit, voorzitter van het platform Nieuwe Vrijdenkers. Al op vrij jonge leeftijd kon ze het idee niet accepteren dat haar vriendinnetje naar de hel zou gaan omdat ze ongelovig was. Na veel vragen en twijfel, en ook nog een verwoede poging vroom te leven, nam ze het besluit niet (meer) te geloven. Dat wilde ze niet voor zich houden en ze nam de grootste horde die ze op dat moment kon nemen: ze vertelde het aan haar ouders.

Dat vooral haar moeder moeilijk deed, vond ze onbegrijpelijk. Ze dacht dat het aan de sociale druk lag, maar het bleek veel intiemer te zijn, vertelde El Mourabit. „Mijn moeder zei: het gaat mij niet om wat mensen denken, maar dat ik je, als ik straks dood ben, niet tegenkom in het paradijs.”

Wat mij zo intrigeert aan El Mourabit is haar onverbeterlijke optimisme en oprechtheid, dat ze zich niet laat verleiden tot de rancuneuze en soms hysterische houding die sommige ex-moslims aan de dag leggen (ik noem Hirsi Ali, Darya Safai, Ehsan Jami), en daarmee net zo onverdraagzaam blijken te zijn als de religieuze fanatici die zij met hun liberale jihad menen te bestrijden. Het gaat haar puur om gewetensvrijheid, de keus om wel of niet te geloven, en de ander de ruimte te gunnen voor zijn of haar keuze.

Dat kan, vooral aan het begin, een eenzame en zware strijd zijn. De bijeenkomst is dan ook een ode aan het vrije individu. Om met Arthur Schopenhauer te spreken: „Geheel zichzelf zijn mag men slechts, zolang men alleen is; wie dus niet van de eenzaamheid houdt, houdt ook niet van de vrijheid, want slechts wanneer men alleen is, is men vrij.”

Lotfi El Hamidi (L.elHamidi@nrc.nl@Lotfi_Hamid) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.