Recensie

Spectaculair ‘Expeditie Eisinga’ rekt ruimte en tijd op tot in het extreme

Beeldende kunst Jeroen Eisinga liet zich bedekken door een zwerm bijen en schiep een icoon. Zijn nieuwste film, over een kudde schapen bij een wak, kan opnieuw een klassieker worden. (●●●●●)

‘Expeditie Eisinga’ in de Electriciteitsfabriek: links de schapen in de nieuwe film ‘Nightfall’, rechts bijenfilm ‘Springtime’ (2010-2011).
‘Expeditie Eisinga’ in de Electriciteitsfabriek: links de schapen in de nieuwe film ‘Nightfall’, rechts bijenfilm ‘Springtime’ (2010-2011). Foto Nico Laan

Zeker twee beelden van de experimentele filmmaker Jeroen Eisinga zijn al uitgegroeid tot iconen in de eigentijdse kunst: het schaap dat op zijn rug ligt in Arm Schaap (1997) en de man, de filmmaker zelf, die zich stoïcijns laat bedekken door 150.000 bijen in Springtime (2010-2011). Eisinga’s meest recente film Nightfall (2018), zijn eerste sinds Springtime, heeft het in zich eenzelfde soort klassieker te worden.

De première van Nightfall is de aanleiding voor een prachtige expositie – totaalinstallatie is eigenlijk een beter woord, de zes films en rauwe locatie vormen één geheel – in de Electriciteitsfabriek in Den Haag. Nightfall is een akelig doods tableau vivant van een kudde schapen rond een wak in een bevroren meer. Een van de schapen is door het ijs gezakt en ligt vastgevroren met zijn hoofd op de rand van het wak. In het begin bewegen de andere beesten nog wat, maar in het uur dat de film duurt wordt dat steeds minder. Er gebeurt bloedstollend weinig, langzaam verdwijnen de schapen in de sneeuw. Een klein stroompje water uit een leiding benadrukt het verstrijken van tijd.

Jeroen Eisinga, Nightfall, 2018
Still uit: Jeroen Eisinga, Nightfall, 2018
Electriciteitsfabriek

Een beetje zielig is het wel, die schapen op het ijs. Toen Arm Schaap (niet te zien in de Electriciteitsfabriek) in 2007 vertoond werd in Delft kreeg Eisinga een storm van kritiek over zich heen, onder andere van de Partij voor de Dieren. Een schaap dat een uur op zijn rug ligt sterft omdat zijn ingewanden op de longen drukken. Was Eisinga een dierenbeul in naam van de kunst? In De Wereld Draait Door mocht hij zich verantwoorden: „Ik denk dat heel veel mensen hun eigen emoties die het opwekt verkeerd evalueren”, zei hij. „Ik kan wel begrijpen dat mensen dat weerzinwekkend vinden. Maar het is eigenlijk een beeld dat gaat over compassie en voyeurisme.” Bovendien stond het schaap op tijd weer op z’n pootjes. Ook de schapen bij het wak hebben niet geleden, verzekert Eisinga. Als film roept Nightfall eenzelfde mengeling van afgrijzen en bewondering voor de schoonheid op: een ervaring van het sublieme.

Eisinga is een meester in het scheppen van betekenisvolle beelden die vaak met maar een paar woorden te beschrijven zijn, maar waarvan de boodschap niet eenduidig vast te pinnen is. De bijen in Springtime, staan die voor depressieve gedachtes? Zijn het filmdeeltjes? Gaat Nightfall over groepsgedrag? Over de onvermijdelijkheid van de dood? Is het een ecologische film? Is er een religieuze dimensie? Waarschijnlijk geldt het allemaal.

Jeroen Eisinga, Springtime, 2010-2011
Still uit: Jeroen Eisinga, Springtime, 2010-2011
Electriciteitsfabriek

De presentatie in de grote lege hal van de Electriciteitsfabriek biedt een spectaculaire meerwaarde aan de films. Je voelt je er nietig en groots tegelijkertijd. De onherbergzame hal trotseren voelt als een sublieme dreiging: een beetje als de vrouw uit Het Zesde Zintuig (1994), die met een oude camera een woest blaffende hond achter een hek filmt. Er is in de Electriciteitsfabriek ruimte om alle films op bioscoopschermformaat te projecteren. De gigantische schermen, waarop alleen zwart-witbeeld te zien is, zijn als ultieme tegenpolen van onze schreeuwerige smartphoneschermpjes: Expeditie Eisinga rekt ruimte en tijd op tot in het extreme, het is alsof je traag door een gigantisch brein loopt, waarbij de films als zwart-witte hersenschimmen fungeren.

Vrijwel overal in de ruimte is de kudde schapen te zien. Zijn zij de stille toeschouwers? In de duur van één keer Springtime, kun je zeven keer naar Het Zesde Zintuig kijken. Het geeft een ander besef van tijd: starend naar de bijenzwerm kan die film van drie minuten aanvoelen als een internetgifje van een paar seconden.

Eisinga’s films mogen qua opzet eenvoudig lijken, de filmmaker steekt ontzettend veel voorbereiding in zijn films. Hoeveel werk is te zien in een zijruimte van de Electriciteitsfabriek. Die documentaire is een behoorlijke breuk met de kunstfilms in de hoofdruimte (want: in kleur en rommelig gefilmd), maar zien hoeveel inzet er nodig is voor Eisinga’s gecontroleerde werelden voegt nog een dimensie toe. De films dragen zo als het ware nóg meer tijd in zich.

Expeditie Eisinga is slechts een maand te zien in de Electriciteitsfabriek. Hopelijk kan dat worden verlengd. Dan krijgen meer mensen de kans om deze weergaloze presentatie te ervaren.