Recensie

Recensie Muziek

Opera ‘La Juive’ bij Opera Vlaanderen gaat door merg en been

Opera Regisseur Peter Konwitschny kleedt Halévy’s grand opera uit tot de kern en laat de muziek onder de huid kruipen. Het orkest onder leiding van Antonio Fogliani kolkt, huilt, fluistert, golft en bijt.

Foto Wilfried Eetezonne

Plotseling staat ze midden in de zaal. La Juive. De Jodin. Ze klaagt haar geliefde aan, een christen die zich Samuel noemt, die loog dat hij het oude geloof deelde, en die haar nu smeekt met hem te vluchten. De waarheid zal ze later ontdekken: dat hij Léopold is, een katholieke prins, bejubelde overwinnaar in een bloedige godsdienstoorlog met een protestante minderheid.

De stem van sopraan Corinne Winters gaat door merg en been, zoals – ook tussen het publiek gezongen – de spottende volkshysterie van het koor en de gramschap van haar vader Éléazar die ‘zijn’ dochter Rachel zal opofferen aan zijn religieuze wraakzucht.

De zangers strekken hun armen uit, vragen met indringende blikken om steun van omringende bezoekers, ze lijken op aanklagers die de jury bespelen. Met deze schurende vondst – een van vele – illustreert regisseur Peter Konwitschny dat wanneer het erom gaat op te staan de meerderheid blijft zitten en toekijkt.

De onmenselijkheid van ideologieën vormt de rode draad in de opera La Juive van Fromental Halévy. In het hart ervan bevindt zich een fatale driehoek. Tegenover elkaar staan de Joodse edelsmid Éléazar, die zijn twee zoons op de brandstapel zag sterven in Rome, veroordeeld wegens ketterij door kardinaal Brogni. Deze geestelijke wendde zich tot God, nadat hij bij een brand zijn vrouw en dochtertje had verloren. In werkelijkheid redde Éléazar de baby uit de vlammen en voedde haar op als zijn eigen kind.

In de Duitse stad Konstanz – waar Jodenhaat welig tiert – komen beide mannen elkaar weer tegen: Brogni belichaamt de liefdevolle en vergevingsgezinde God uit het Nieuwe Testament, Éléazar ademt de wraakzucht van de oude boeken – razernij blijkt het enige wapen van de verdrukte.

In de huiveringwekkende confrontaties tussen bas Riccardo Zanellato (Brogni) en tenor Roy Cornelius Smith (Éléazar) rollen de ballen van goed en kwaad van de één naar de ander. Maar de onverzoenlijkheid wint ten slotte, want kardinaal Brogni veroordeelt zijn dood gewaande dochter tot de brandstapel, een geheim dat Éléazar hem pas onthult wanneer het te laat is. Indringender nog klinkt het grimmige liefdesduet tussen Rachel (Winters) in de zaal en Samuel-Léopold (tenor Enea Scala) op het podium.

Vanuit de bak kolkt, huilt, fluistert, golft en bijt het orkest onder leiding van Antonio Fogliani. Het koor is een angstaanjagende volksstem. Toch valt de grootste verdienste toe aan regisseur Konwitschny, die slim couperend van de grand opera niet een groots spektakel maakt, zoals Pierre Audi tien jaar terug, maar een intieme voorstelling die onder de huid kruipt en vragen stelt over het heden.