Opinie

Onvruchtbaar of geen man, wat is het verschil?

Kunstmatige inseminatie moet ook voor lesbische stellen en alleenstaande vrouwen vergoed blijven worden, schrijft .

Niemand droomt ervan om via kunstmatige inseminatie met donorsperma (KID) een kind te krijgen. Vrouwen met een onvruchtbare partner niet, vrouwen in een lesbische relatie niet en alleenstaande vrouwen niet. Voor al deze drie groepen is het staand beleid dat ze een behandeling in een vruchtbaarheidskliniek vergoed krijgen. Het Zorginstituut en minister Bruins (Medische Zorg, VVD) willen KID-behandelingen voor die laatste twee groepen echter niet meer vergoeden vanuit de basisverzekering. We dreigen decennia terug in de tijd te gaan.

Twintig jaar geleden oordeelde de Commissie gelijke behandeling dat het uitsluiten van alleenstaande vrouwen en lesbische stellen van KID- of ivf-behandelingen op grond van hun seksuele geaardheid of burgerlijke staat niet mag. Er werd wel ruimte gegeven om indirect onderscheid te maken op grond van hun woon- en leefomstandigheden: behandelaars die het onwenselijk vonden dat een kind zonder vader op zou groeien, mochten alleenstaande vrouwen weigeren. De minister van Volksgezondheid, Els Borst (D66), reageerde toen met de stellingname: er mag geen verschil gemaakt worden tussen behandelingen op medische of sociale indicatie. Een medisch probleem of de ‘sociale’ omstandigheid dat er een man ontbreekt, dat moet niet uitmaken. In 2011 bevestigde zorgminister Schippers (VVD) dit standpunt in een brief aan ivf-klinieken: „Voor een ivf-behandeling [is] een medische indicatie vereist, maar voor een KI-behandeling kan het ontbreken van een mannelijke partner al een voldoende indicatie zijn.”

De vergoeding van kunstmatige inseminatie met donorsperma aan alleenstaande en lesbische vrouwen is dan ook al vele jaren de gangbare praktijk. Waarbij het belangrijk is op te merken dat die vergoeding alleen de behandeling zelf betreft. Alle kosten die te maken hebben met donorzaad (of dat nou komt van een zelf meegenomen donor, of afgenomen wordt van een Nederlandse of buitenlandse spermabank) komen voor eigen rekening.

Minister Bruins stelde als antwoord op Kamervragen dat het ontbreken van een mannelijke partner, bij alleengaande en lesbische vrouwen, geen medische indicatie is, en dat kunstmatige inseminatie met donorzaad daarom ook niet vergoed zou moeten worden vanuit de basisverzekering.

Maar was het beleid niet dat medische en sociale indicatie naast elkaar bestaan en gelijkwaardig zijn? Het onderscheid is ook niet zo scherp te maken: aan een vrouw van wie de mannelijke partner onvruchtbaar is, mankeert ook helemaal niets. Krijgt zij haar fertiliteitsbehandeling nu ook niet meer vergoed? Als een ‘medische indicatie’ kan bestaan uit het feit dat een partner geen vruchtbaar zaad heeft, geldt dat net zo goed voor een vrouw met een vrouwelijke partner. En wat is dan het verschil met de vrouw die niet over vruchtbaar zaad beschikt omdat er geen partner is?

Lees ook: Welke zorg krijg je vergoed en wat betaal je zelf?

Of wat te denken van leeftijd: leeftijd is de grootste voorspellende factor van afnemende vruchtbaarheid. Een substantiële groep vrouwen is vanwege hun leeftijd aangewezen op een vruchtbaarheidsbehandeling. Is dat te kwalificeren als een ‘medische indicatie’? Ouder worden doen we tenslotte allemaal, daar is niets medisch aan.

Een kinderwens is een heel natuurlijk verlangen, ook als je alleen bent, ook als je een partner hebt van hetzelfde geslacht. En gelukkig wonen (of moet ik al zeggen: ‘woonden’?) we in een land waar er ruimte is voor de kinderwens van alleenstaande of lesbische vrouwen. En waar we niet alleen oog hebben voor de verlangens van vrouwen maar ook voor de belangen van kinderen, een land waar anoniem zaaddonorschap (gelukkig!) niet meer bestaat.

Alleenstaande vrouwen zijn er steeds meer, en dat ligt zeker niet alleen aan die vrouwen. Reken maar dat zij vaak toch het liefst een lief vonden om sámen kinderen mee te krijgen. Wekelijks zie ik in mijn praktijk het verdriet en de onmacht van vrouwen dat het leven niet loopt zoals zij gedacht, verwacht en gehoopt hadden. De stap naar solomoederschap wordt echt niet zomaar gezet. En wat is het dan een groot goed dat zij terecht kunnen (of moet ik al zeggen: ‘konden’?) bij fertiliteitsklinieken in ons land.

Geconfronteerd worden met onvruchtbaarheid is heftig, verdrietig en pijnlijk. Daar kun je onder lijden. En dan doet het er niet toe of de oorzaak is dat je partner geen (vruchtbaar) zaad heeft, of dat die partner er überhaupt niet is. Dit lijden discrimineert niet, maakt geen onderscheid naar leefsituatie of seksuele voorkeur en dat zouden de minister en het Zorginstituut ook niet moeten doen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.