Oorlogsverslaggever Ryszard Kapuscinski in ‘Another Day of Life’.

Moederziel alleen als verslaggever tijdens de burgeroorlog in Angola

Damian Nenow ‘Another Day of Life’, een documentaire met animaties, gaat over de belevenissen van de beroemde verslaggever Ryszard Kapuscinski tijdens de burgeroorlog in Angola in 1975. „Hij heeft natuurlijk grenzen overschreden.”

De reputatie van de wereldberoemde Poolse journalist en schrijver Ryszard Kapuscinski (1932-2007) kreeg in 2010 een stevige knauw door het verschijnen van de biografie Non-Fictie van Arthur Domoslawski. Hij toonde op basis van gedegen bronnenonderzoek aan dat de beroemde auteur van reisreportages in Afrika en Zuid-Amerika zich schuldig had gemaakt aan journalistieke doodzonden, zoals het regelrecht verzinnen van materiaal. Het werk van Kapuscinski diende volgens Domoslawski definitief te worden gerubriceerd onder de categorie ‘fictie’.

Kapuscinski is een van de vaders van de momenteel zo populaire, verhalende ‘ik-journalistiek’. In welke mate een verteller zijn materiaal mag stileren voor een verhaal is nog steeds een veelbesproken onderwerp. Maar een al te rijke fantasie is niet de enige controverse rond Kapuscinski. Domoslawski onthulde ook dat de schrijver in een van zijn beroemdste boeken, Nog een dag (1976), cruciale informatie had verzwegen.

In Nog een dag doet Kapuscinski – in een schitterende stijl – verslag van de burgeroorlog in Angola in de aanloop naar de onafhankelijkheidsverklaring van de voormalige Portugese kolonie in 1975. Het land was een speelbal in de strijd tussen de supermachten in de Koude Oorlog. De Poolse verslaggever was geen neutrale waarnemer: hij vereenzelvigde zich volledig met de door Cuba en het Oostblok gesteunde marxistische beweging MPLA. Voor de wereld verzweeg hij dat er Cubaanse ‘militaire adviseurs’ waren gearriveerd. Dat nieuws zou tot tegenmaatregelen van de vijand hebben kunnen leiden. Kapuscinski trad zelfs op als tolk voor de militairen. In Nog een dag zweeg hij daarover.

Voor de regisseurs Raul de la Fuente en Damian Nenow waren de controversen rond Kapuscinski een lastige complicatie. Zij maakten op basis van Kapuscinski’s beroemde boek een vernieuwende documentaire, die deels bestaat uit expressieve animatie en deels uit interviews met de ooggetuigen van destijds. „We wisten niet of het publiek nog open zou staan voor dit verhaal over Kapuscinski, gezien alle controversen rond zijn persoon”, vertelt Nenow, die verantwoordelijk was voor de animaties. „Maar de discussies hebben de ontvangst van de film gelukkig niet al te zeer vertroebeld. Dat was een gevaar, vooral in Polen.”

De regisseurs kozen ervoor om de kwestie van partijdigheid die Kapuscinski in zijn boek grotendeels onder het tapijt schoof juist een centrale rol te geven. De vraag of hij het nieuws moet brengen over de Cubaanse inmenging in Angola dat Kapucinski destijds verzweeg leidt in de film tot de climax van het verhaal. Kapuscinski moet kiezen: blijft hij toch een waarnemer, of kiest hij definitief een kant in de oorlog? Die oorlog schilderen de filmmakers zonder al te veel nuancering af als een strijd tussen goed en kwaad.

Lees hier de recensie van ‘Another Day for Life’

De inzet van de film is daarmee eigenlijk heel anders dan in het boek. Kapuscinski is in de film een heroïsche figuur: de verslaggever die de verworpenen der aarde een stem wil geven. In het boek speelt zijn idealisme een ondergeschikte rol. Daarin gaat het vooral om Kapuscinski’s gevoelens van verlorenheid in het verscheurde Afrikaanse land. ‘Dit is een zeer persoonlijk boek, een boek over eenzaamheid en verlatenheid’, luidt de beroemde eerste zin van Nog een dag.

Nenow: „Met de film wilden we meer doen dan alleen het boek van illustraties voorzien. We wilden de film gebruiken om zijn transformatie te laten zien van verslaggever tot schrijver. Het boek was een keerpunt in Kapuscinski’s leven en in zijn werk. In Nog een dag vond hij zijn stem als schrijver. Zijn ervaringen in Angola in 1975 hebben hem echt gevormd.

„Voordat hij dit boek schreef, was hij in de eerste plaats een journalist. Hij romantiseerde de grote revolutionaire leiders, zoals Che Guevara. Na zijn ervaringen in Angola is hij daarmee opgehouden. Vanaf dat moment probeerde hij zich als schrijver vooral zoveel mogelijk in andere mensen te verplaatsen, de wereld door hun ogen te zien, zonder over hen te oordelen. Zijn persoonlijke obsessies en demonen laat hij achter zich. Daardoor kon hij uitgroeien tot een van de belangrijkste schrijvers van de twintigste eeuw.”

Vechtscène

Kapuscinski beweerde later zelfs dat hij wapens had opgepakt in Angola en zelf had meegevochten. Maar dat wordt door ooggetuigen stellig weersproken. „Het was voor ons verleidelijk om zo’n vechtscène in de film op te nemen. Uiteindelijk hebben we dat niet gedaan, omdat dan alle aandacht van de toeschouwer zou uitgaan naar dat ene moment. Dan zou je een heel andere film hebben gekregen.”

De film volgt het perspectief van de hoofdpersoon van heel nabij. „Kapuscinski was als verslaggever natuurlijk niet objectief. Hij was zeer betrokken en dompelde zich volledig onder in de wereld waarover hij schreef. Natuurlijk heeft hij grenzen overschreden die hij beter niet had kunnen overschrijden. Maar zonder zijn ervaringen in Angola zou hij vermoedelijk niet de schrijver zijn geworden die hij was. Kapuscinski heeft ons geleerd om de wereld te zien door de lotgevallen, verhalen en emoties van individuele mensen – in plaats van statistieken. Zulke schrijvers hebben we ook nu nog heel hard nodig.”