Minder fijnstof, toch nog dodelijk

Luchtvervuiling Uit een nieuw rekenmodel blijkt dat fijnstof in de lucht wel twee keer meer sterfte aan hart-en vaatziekten kan veroorzaken dan gedacht.

Woonhuizen langs de A13, Rotterdam-Overschie.
Woonhuizen langs de A13, Rotterdam-Overschie. Foto Lex van Lieshout

Het jaarlijks aantal extra doden door luchtvervuiling in de vorm van fijnstof is veel hoger dan eerder berekend. Voor de Europese Unie komt de extra sterfte neer op 659.000, waar het Europese milieuagentschap eerder uitging van 400.000. Dat blijkt uit nieuwe berekeningen van wetenschappers verbonden aan het Max Planck Instituut voor Chemie in Mainz. Hun resultaten verschenen dinsdag in het European Heart Journal.

„De sterfte door luchtvervuiling komt er zelfs hoger uit dan de sterfte door roken”, zegt hoogleraar atmosferische fysica en chemie Jos Lelieveld, eerste auteur van het artikel.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) schat dat verhoogde sterfte door roken wereldwijd 7,2 miljoen extra doden per jaar veroorzaakt, maar de nu berekende extra sterfte door luchtverontreiniging komt mondiaal uit op 8,9 miljoen per jaar. Roken is voor mensen een vermijdbaar risico, luchtvervuiling is dat niet, het treft iedereen. Gemiddeld zouden Europeanen twee jaar korter leven door met name fijnstof in de lucht.

De getallen van het aantal fijnstofdoden zijn een schatting. Er zit een grote onzekerheid in, met een marge die uiteenloopt tussen 537.000 en 775.000 per jaar. „Ik denk dat dit soort studies altijd een relatief grote onzekerheid heeft”, zegt Lelieveld. „We hebben naast statistische onzekerheid ook de methodologische onzekerheid ingeschat. We moeten er verder aan werken om het preciezer te maken.”

Groot effect op sterfte

Vooral hoge concentraties fijnstof hebben volgens Lelieveld een groot effect op de sterfte, en juist dat is nu beter verwerkt in de schattingen. In de nieuwe rekenmodellen zijn voor het eerst Chinese epidemiologische gegevens van extreme vervuiling meegenomen. De eerdere modellen gingen uit van gegevens die niet hoger kwamen dan concentraties van 35 microgram per kubieke meter. Het effect van hogere concentraties luchtvervuiling moest worden afgeleid uit gezondheidseffecten bij rokers. Maar de Chinese gegevens gaan tot 84 microgram per kubieke meter, waardoor de schaal met daadwerkelijke meetgegevens naar boven kon worden uitgebreid. De schaal dekt nu 97 procent van alle verschillende vervuilingsniveaus die op verschillende plaatsen in Europa worden aangetroffen.

Lees ook: NRC checkt: ‘12.000 Nederlanders sterven vroegtijdig door fijnstof’

Fijnstof is een verzamelterm voor luchtvervuiling, die wordt ingedeeld naar deeltjesgrootte. De kleinste deeltjes (aangeduid met PM2,5; deeltjes kleiner dan 2,5 micrometer) zijn het schadelijkst voor de gezondheid, omdat ze diep in de longen kunnen doordringen en dan ook deels door het lichaam worden opgenomen. Het gaat onder meer om roetdeeltjes en kleine moleculen. Er zijn natuurlijke bronnen van fijnstof, zoals verwaaiend zand en zeezout, maar het overgrote deel van de fijnstof in de lucht komt van menselijke activiteiten; industrie, verkeer en landbouw.

De biomedische en chemische route waarlangs fijnstof gezondheidsschade veroorzaakt is nog niet helemaal opgehelderd, schrijven de onderzoekers, maar er is genoeg bewijs voor een oorzakelijk verband tussen blootstelling aan hoge concentraties PM2,5 en een verhoogd risico op hart- en vaatziekten. De luchtvervuiling kan ontstekingsreacties in het lichaam veroorzaken, cellen beschadigen door vrije radicalen en de elasticiteit van bloedvaten doen afnemen. Op den duur kan dat leiden tot hoge bloeddruk, diabetes en aderverkalking.

Milieu-epidemioloog Bert Brunekreef van de Universiteit Utrecht, niet betrokken bij deze studie, vindt de nieuwe schattingen niet bijzonder alarmerend. „Dit is in feite een uitwerking van een nieuw rekenmodel dat driekwart jaar geleden al gepubliceerd werd met een mondiale berekening. Dat hebben ze nu gedaan voor Europa.”

Maar, voegt Brunekreef toe: „Zoals met alle modelberekeningen kom je hoger of lager uit, afhankelijk van de aannames die je doet. Deze nieuwe berekeningen zitten aan de hoge kant, het Global Burden of Disease-model heeft juist veel lagere schattingen; de cijfers van het Europese milieuagentschap zitten in het midden.”

Eén van de aannames in het nieuwe model is bijvoorbeeld dat een groot deel van de sterfte aan niet overdraagbare aandoeningen te herleiden is tot onderliggende hart-en vaatziekte.

Hoe groot de verschillen tussen de berekeningen onderling ook lijken, voor epidemiologen vallen ze in dezelfde bandbreedte. Wat dat betreft is het „niet veel nieuws”, zegt Brunekreef. De nieuwe cijfers zijn volgens hem dan ook niet direct reden om het overheidsbeleid bij te stellen. „Als je kijkt naar de afgelopen decennia dan zijn de concentraties fijnstof in de lucht door verschillende maatregelen al behoorlijk omlaag gebracht.”

Nadelige effecten

De nadelige effecten op de gezondheid zijn er al bij een lichte mate van blootstelling aan fijnstof, benadrukt het team van het Max Planck Instituut. De onderzoekers bepleiten daarom het gebruik van fossiele brandstoffen zo snel mogelijk af te schaffen. Dat scheelt ruim de helft van de fijnstofdoden. Berekend op basis van de cijfers van 2015 zou dat in Nederland in één jaar 9.412 doden minder betekenen, rekenen de onderzoekers voor in een tabel in de extra informatie bij het artikel. Dat is ruim zes procent van de totale sterfte.

Voor heel Europa komt de oversterfte door luchtverontreiniging afkomstig van het gebruik van fossiele brandstoffen uit op 434.000. Als die kan worden weggenomen stijgt de gemiddelde levensverwachting met 1,2 jaar.

Voor fijnstof PM2,5 hanteert Europa een jaargemiddelde grenswaarde van 25 microgram per kubiek meter lucht. In Nederland wordt daaraan voldaan. Maar de norm die de WHO heeft vastgesteld ligt op 10 microgram per kubieke meter. In hun artikel schrijven Lelieveld en zijn medewerkers dat zij een jaargemiddelde concentratie van 2 tot 3 microgram per kubieke meter lucht een veilige grens achten. Deskundigen van de WHO vergaderen inmiddels inderdaad druk over de vraag of de norm nog verder aangescherpt moet worden. „Ik verwacht dat het nog wel een paar jaar zal duren voordat ze eruit zijn”, zegt Brunekreef.

    • Sander Voormolen