Hoekstra staat eenzaam tussen zijn Europese collega’s

Eurogroep-vergadering Hoekstra was maandag zeer kritisch op de Italiaanse begroting en op een begroting voor de eurozone. Dat laatste plan wordt steeds concreter.

De Duitse minister van Financiën Olaf Scholz maandagavond.
De Duitse minister van Financiën Olaf Scholz maandagavond. Foto Olivier Hoslet/EPA

Het is dat minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA) maandagavond na de Eurogroep-vergadering in Brussel nog kon aanschuiven bij een diner met de ‘Hanzegroep’, de informele club van noordelijke eurolanden. Anders was zijn maandelijkse optreden in Europa heel eenzaam geweest.

Op de twee belangrijkste onderwerpen voor Nederland die maandag in Brussel door de ministers van Financiën werden besproken, neemt Hoekstra harde en afwijkende standpunten in. Hij kreeg maandagavond geen steun om de Europese Commissie te dwingen tot openheid over Italië. En Hoekstra heeft met afstand de grootste bezwaren tegen de instelling van een embryonale eurozonebegroting. Toch worden de besprekingen daarover in de Eurogroep steeds concreter.

Vooraf had Hoekstra de aandacht vooral gevestigd op Italië. In een brief in de Tweede Kamer had hij donderdag uitgelegd dat hij nog altijd van mening is dat Italië in december door de Europese Commissie op het strafbankje had moeten worden gezet vanwege een ondeugdelijke begroting. Hij is „onvoldoende overtuigd” van de argumenten van de Commissie om dat uiteindelijk voorlopig nog niet te doen.

Ook al op aandringen van Nederland lichtte de Commissie haar soepelheid tegenover Italië vorige maand toe in een vertrouwelijke brief aan de Eurogroep. Om het debat aan te wakkeren, wilde Hoekstra nu dat de Commissie de brief alsnog openbaar maakt. Andere lidstaten hebben daar geen behoefte aan, zo bleek maandag.

Het was een ingecalculeerde nederlaag. Bij aankomst in Brussel noemde Hoekstra zichzelf ’s middags al „voldoende realistisch om te zien dat we de discussie over Italië nu niet meer gaan heropenen”. Pas in mei beslist de Commissie definitief of tegen Italië een ‘buitensporig tekort’-procedure zal worden gestart, op grond van de situatie op dat moment.

Waarom dan nu aandringen? Niet alleen omdat hij daarmee voldoet aan de wensen van de Tweede Kamer. „Dit is een breder onderwerp”, zei Hoeksta maandag. „Dit gaat om de geloofwaardigheid van de Commissie.”

Europese solidariteit

Ondanks de aandacht voor Italië is de afwijkende opstelling van Nederland kwetsbaarder bij het andere onderwerp: de discussie in de Eurogroep over de aanzet tot een eurozonebegroting. Feitelijk hebben Hoekstra en premier Rutte een aparte eurozonebegroting in december weten te blokkeren. Maar in plaats daarvan hebben ze toen wel ingestemd met een ‘begrotingsinstrument’ voor de eurozone, dat exclusief bedoeld mag zijn voor het bevorderen van concurrentie en convergentie tussen de lidstaten.

Maar met name de Franse minister Bruno Le Maire én zijn Duitse collega Olaf Scholz spreken toch gewoon over een eurozonebegroting. Bovendien hebben zij duidelijke plannen daar op termijn een „ambitieus” vehikel van te maken voor Europese „solidariteit”.

Het lijkt erop dat veel lidstaten wel wat voelen voor die Frans-Duitse voorstellen. Gevoelig punt voor Nederland is vooral dat het in die voorstellen voor lidstaten mogelijk wordt via het nieuwe begrotingsinstrument nationale uitgaven te koppelen aan Europese fondsen. Door deze co-financiering kan het totaal aan Europese uitgaven voor deze lidstaten hoger uitkomen dan wat voor hen was uitgetrokken in de Europese begroting. Bovendien kunnen landen met economische tegenslag daar meer van profiteren, zodat het ‘begrotingsinstrument’ een functie krijgt in het opvangen van schokken in de eurozone.

Dat zijn precies twee fundamentele bezwaren waarom Den Haag steeds tégen het idee van een eurozonebegroting was. Hoekstra bepleitte in december bovendien met succes dat ook niet-eurolanden zouden kunnen deelnemen aan het alternatieve begrotingsinstrument. Juist deze landen blijken nu wel te voelen voor het Frans-Duitse plan om dit uit te bouwen.

Scholz toonde zich maandag optimistisch om al voor juni steun te krijgen binnen de Eurogroep. Dat zou betekenen dat het nieuwe begrotingsinstrument voor de eurozone mogelijk al van kracht kan worden in de komende meerjarenbegroting van de EU, die in 2021 ingaat.

Het verzet van Nederland is overigens niet frontaal. Hoekstra steunt de belangrijkste criteria van het begrotingsinstrument, dat erop gericht moet zijn hervormingen en concurrentievermogen te bevorderen. Wel wil de minister dat landen alleen tegen strenge voorwaarden in aanmerking kunnen komen voor deze fondsen.