Grote steden willen maatregelen om ‘antidemocratisch onderwijs’ tegen te gaan

Aanleiding is de controverse rondom het Cornelius Haga Lyceum. Bestuurders van de islamitische school wordt verweten een ‘parallelle samenleving’ na te streven.

Onder meer moet het screeningsproces voor het uitgeven van VOG's in het onderwijs geactualiseerd worden, schrijven de vier grote steden.
Onder meer moet het screeningsproces voor het uitgeven van VOG's in het onderwijs geactualiseerd worden, schrijven de vier grote steden. Foto Koen van Weel/ANP

De vier grote steden willen dat de Tweede Kamer maatregelen neemt om “extremisme en antidemocratisch onderwijs” tegen te gaan. Dat schrijft de Amsterdamse burgemeester Femke Halsema (GroenLinks) dinsdag in een brief aan de Kamer naar aanleiding van de controverse rondom het Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam. Bestuurders van de islamitische middelbare school wordt onder meer verweten banden te hebben met Tsjetsjeense terroristen en een “parallelle samenleving” na te streven. Dinsdagmiddag stelde VVD’er Rudmer Heerema Kamervragen over de school en de signalen die inlichtingendienst AIVD met de gemeente Amsterdam deelde. Donderdag volgt een Kamerdebat.

Halsema schrijft de brief namens de burgemeesters en onderwijswethouders van Rotterdam, Utrecht, Den Haag en Amsterdam. De gemeenten beschikken naar eigen zeggen over een “in een aantal opzichten tekortschietend bestuurlijk en juridisch instrumentarium” om bijzondere scholen voor en na de oprichting vrij te houden van extremistische invloeden. Halsema vraagt namens de vier grote steden om meer bevoegdheden, toereikende wetgeving en nauwere samenwerking met het Rijk.

Het Cornelius Haga Lyceum opende in september 2017 zijn deuren, nadat de gemeente Amsterdam zes jaar lang tevergeefs geprobeerd had de komst van de school tegen te gaan. Doordat wetsartikel 23 de oprichting van bijzondere scholen beschermt, kunnen gemeenten vooraf niets doen om de stichting van een school te dwarsbomen als in een gebied voldoende basisschoolleerlingen wonen met een bepaalde religieuze denominatie. En ook na opening kan de overheid een school slechts sluiten als het onderwijs of de leerlingenaantallen ondermaats zijn. In het geval van het Cornelius Haga is vooralsnog geen van beide vastgesteld.

De ruimere bevoegdheden voor gemeenten, die Halsema namens de grote steden bepleit, betreffen onder meer de Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG’s) voor onderwijspersoneel- en bestuursleden. Het screeningsproces voor het uitgeven van VOG’s moet geactualiseerd worden, schrijft de burgemeester. Ook pleiten de gemeenten ervoor dat zij een formele adviesrol krijgen bij het goedkeuren van aanvragen voor nieuwe bijzondere scholen. Volgens een woordvoerder van Halsema zouden gemeenten een “bindend advies” moeten kunnen geven, omdat zij beter bekend zijn met de achtergrond van de aanvragers en de lokale context. Ongeschikte schoolbestuurders zouden geweerd of geroyeerd moeten kunnen worden.

Lees ook: Situatie rond het islamitische Cornelius Haga Lyceum escaleert

Aanvragen voor nieuwe scholen

Ook willen de grote steden dat aanvragen van de bestuurders van het Cornelius Haga Lyceum voor subsidies, vergunningen, ontheffingen of erkenningen voorlopig niet in behandeling worden genomen. Schooldirecteur Soner Atasoy deed ook onder meer in Den Haag en Utrecht aanvragen om een bijzondere school te kunnen stichten. Halsema roept daarnaast op tot een onderzoek van de Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst (FIOD) naar de school, “aangezien mogelijk sprake is van het op frauduleuze wijze - buiten het zicht van de Belastingdienst - verkrijgen van inkomsten”.

Verder willen de burgemeesters “continue aanwezigheid en toezicht door de Inspectie van Onderwijs op de school” en “onmiddellijke sanctionering bij enige vorm van tegenwerking”. Ook moet de Kamer volgens Halsema onderzoeken of er aanwijzingen zijn dat de bestuurders gerekend kunnen worden tot “een bepaalde kring van personen en organisaties, waarbij er een internationaal rechtelijke verplichting ontstaat om tegoeden te bevriezen”. Deze speciale bevoegdheden moeten niet alleen voor het Cornelius Haga, maar voor alle bijzondere scholen gaan gelden, aldus de woordvoerder van burgemeester Halsema.

De vier steden kunnen waarschijnlijk op steun rekenen van minister Arie Slob (Basisonderwijs, ChristenUnie), die vorige week zei scholen sneller te willen kunnen sluiten als leerlingen geen “respect voor en kennis van” de democratische rechtsstaat wordt bijgebracht.

Schooldirecteur Soner Atasoy van het Cornelius Haga Lyceum ontkent alle beschuldigingen en hekelt dat de gemeente publiekelijk stelling neemt zonder met bewijzen te komen. Volgens hem maken de burgemeesters van de grote steden zich schuldig aan machtsmisbruik. “Ze hebben ons eerst zwartgemaakt en dan gaan ze vervolgens de FIOD inschakelen om bewijzen te vinden; zo werkt het niet in een rechtsstaat.” Ook verschillende ouders, docenten en leerlingen van de school zeggen tegen NRC zich niet te herkennen in het door de AIVD geschetste beeld.