Opinie

Corruptie is al in hoofdstad geworteld, nu volgen noodgrepen

georganiseerde criminaliteit

Commentaar

‘Wij in het Westen zien corruptie graag als buitenlands probleem, maar het wortelt net zo goed in New York, Londen en Amsterdam”, aldus de Britse journalist Oliver Bullough over zijn boek Moneyland, dit weekend in NRC. Daarin beschrijft hij een schaduwwereld waarin een schatrijke corrupte elite z’n zwarte geld over de wereld rondpompt, op zoek naar de minst gecontroleerde omgeving.

Moneyland is Bulloughs treffende karakterisering van de illegale constructies waarmee overal banken, juristen, makelaars en handelaren het foute geld zo ver mogelijk uit het zicht van legitieme overheden houden. Die vragen om herkomst en verantwoording, ten bate van de civil society, die draait op belastingheffing, regulering, ordening en handhaving. Het landt in voetbalclubs en vastgoed in Londen, het waait door de brievenbusfirma’s van de Zuidas en duikt weer op in Hollandse superjachten uit exotische vlagstaten.

Het fraaie van Moneyland is dat het resoneert met fictie, magie en wie-doet-me-wat. De bewoners van het grenzeloze Geldland worden vrijwel nooit gepakt. De digitale wereld van flitstransacties, fiscaal concurrerende landen en verzwakkende overheden lijkt voor hen gemaakt. Intussen neemt de burger die loon uit arbeid ontvangt en dat nooit offshore kan (of wil) verplaatsen, cynisch waar hoe het rondklotsende illegale geld prijsvorming verstoort, verhoudingen ondermijnt en ongelijkheid aanjaagt.

Schiet de corruptie inderdaad ook in Amsterdam wortel, of is dat al gebeurd? Het antwoord is tweemaal ja. Al in 2011 verscheen het zogeheten Emergo-rapport, waarin het Wallengebied werd beschreven als een criminele vrijstaat, voor meer dan de helft geleid door beroepsmisdadigers. Sindsdien is bij politiek en bestuurlijk het besef ingedaald dat alleen een integrale aanpak van politie, fiscus, Kamer van Koophandel, stadhuis en OM zoden aan de dijk kan zetten. Tegenover de georganiseerde criminaliteit stond een ongeorganiseerde, verkokerde overheid die moeite bleef houden met het beheren van de binnenstad.

In dat licht moet het recente voorstel van burgemeester Halsema worden gezien om nieuwe horecavergunningen strenger te beoordelen. Aanleiding is de waarneming dat de helft van de nieuwe ondernemingen met onderhands geleend geld wordt gefinancierd, waarvan de herkomst niet duidelijk is. Dat banken sinds de Lehman-crisis steeds minder makkelijk geld uitlenen zal deze tendens hebben versterkt. De gemeente heeft de wet Bibob in handen, waarmee aanvragers en geldbronnen kunnen worden gescreend. Dat proces blijkt echter duur en tijdrovend.

Het college stelt nu voor pas een aanvraag te willen behandelen als de ondernemer op voorhand financieel volledige transparantie biedt. Wie tot tweemaal toe aanvullende vragen niet kan beantwoorden wordt niet tot de procedure toegelaten. De aanvrager die deze drempel niet haalt wordt ‘buiten behandeling gesteld’. Geweigerd bij de deur dus. Geen toetsing, met bezwaar en beroep bij de rechter. Maar een soort ballotage, waar de bestuursrechter tot nu toe één keer mee akkoord ging. Dat ziet er dus uit als pragmatische oplossing op juridisch zwakke basis, geboren uit nood.

Of dat bij de rechter wel stand zal houden is dus de vraag, waar ook het college niet helemaal gerust op is. Anders moet de wetgever maar te hulp komen. Moneyland rammelt immers aan de stadspoort. Dat een gemeente die dicht moet kunnen houden, ligt voor de hand. Het blijft een wedloop tussen de zwartgeldelite die onderdak zoekt en de democratische rechtsorde.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.