Juliette Binoche en Robert Pattinson in ‘High Life’.

Claire Denis: ‘Mensen moeten leren baren en sterven in de ruimte’

Claire Denis

De eerste woorden die de meeste kinderen leren zijn mamma of pappa, maar in High Life van de Franse filmmaker Claire Denis is dat eerste brabbelwoordje: ‘taboe’. Een man (gespeeld door Robert Pattinson) bevindt zich alleen in een ruimteschip met zijn dochtertje. „Ta-boe”, zegt hij. „Taboe.” High Life is dan ook geen gewone sciencefictionfilm, met futuristische ruimteschepen en technologieën, maar een morele. Van Denis (Parijs, 1946) zou je ook niet anders verwachten.

Haar films zijn altijd teder en wreed tegelijk. Een filmer van lichamen is ze genoemd. Van extremiteiten. Zonder gêne. Vol nieuwsgierigheid naar de consequenties van beelden en ideeën. High Life ontstond met een simpel beeld: een man en een baby, alleen in een ruimteschip, vertelde ze begin dit jaar op het Filmfestival Rotterdam. Van daaruit ontwikkelde zich vanzelf „een tocht naar het fysieke en het morele einde van het universum”.

„Taboe had de titel van de film kunnen zijn”, zegt ze. „Niet alleen om het gevaar van incest. Ze zijn alleen in dat schip. Hij is de enige die voor haar kan zorgen. Maar hij is een man en zij is een meisje. En als ze overleven is ze op een dag volwassen. Als je het gaat onderzoeken zijn er zoveel beschavingen geweest die hebben voortbestaan ondanks, of moeten we zeggen dankzij, het taboe op incest. Maar er zijn meer taboes in de film.”

Wat voor taboes?

„Ze hebben te maken met seksualiteit, maar ook met lichamelijkheid in het algemeen, met de grenzen tussen cultuur en natuur, en met elke vraag die gaat over het ingrijpen in een bestaande orde. Incest is het ergste taboe. Het gaat mij er in High Life niet om incest te normaliseren. Natuurlijk niet. Je eigen stront en pis eten is erger. Lijkt erger. Ik heb zoveel research gedaan voor deze film, ben naar de European Space Agency in Keulen gegaan. Astronauten die trainen om ooit de zes jaar durende Marsvlucht te maken moeten hun eigen uitwerpselen recyclen. Russische astronauten die ik sprak zeiden dat ze na een week de geur van iemands scheten en zweet konden herkennen.”

Is dit uw meest fysieke film, ook al is het sciencefiction?

„Ik denk dat sciencefiction ongelooflijk fysiek is. Mensen moeten leren om te baren en te sterven aan boord, anders zullen ze nooit heel erg ver komen.”

Waarom zien we dat zo weinig in sf?

„De meeste sf-films zijn oorlogsfilms. Ze gaan over veroveren en klassieke heldendeugden. Mijn personages zijn het tegenovergestelde. Het zijn gevangenen. En proefkonijnen tegelijkertijd. Ze zetten alles op alles om te overleven. Tot zelfs dat niet bevrijdend blijkt.”

Hoe verhoudt dat idee van verovering en overleven zich in uw film?

„In High Life is het ruimteschip niet alleen een voertuig, maar ook een laboratorium en een gevangenis. Dat zegt iets over hoe we ook gevangen kunnen zitten in onze overtuigingen, en onze vooruitgang, en onszelf, toch?

„De gedachte aan die eindeloze kosmos, dat uitgestrekte universum, zonder begin en einde, of misschien begonnen met een big bang en eindigend in een implosie… en dan dat er wellicht andere universa zijn… dat vind ik zowel overrompelend als angstaanjagend. Maar over dat gevoel kan ik geen films maken. Waar het voor mij om gaat zijn die lichamen in een schip, in een kist.”

U bent soms wars van interpretatie, en u praat heel praktisch-filosofisch over de film. Maar is hij ook metaforisch? Is het een verhaal dat iets over het heden zegt?

„Of over het verleden? Al denk ik dat de Engelsen die gevangenen naar Australië brachten, of de Fransen naar Guyana alleen een sociaal experiment met ze uithaalden. De gedachte dat ‘problemen’ zichzelf vanzelf oplossen als je ze maar ver genoeg uit je zicht schuift… Er zijn onlangs weer schandalen onthuld van gedwongen sterilisaties en abortussen onder de oorspronkelijke bewoners van Amerika en Canada. De lichamelijke integriteit van mensen staat voortdurend ter discussie.”

Lees hier de recensie van ‘High Life’

We moeten het nog even over seks hebben denk ik, aangezien de zogeheten ‘fuckbox’ een van de meest besproken elementen van de film is.

„Wist je dat hij in het scenario oorspronkelijk de ‘love machine’ heette? Maar toen zei Stuart [Staples, van de Tindersticks, de band die alle muziek bij Denis’ films verzorgt, red.]: ‘Dat klinkt veel te hippie-achtig, dat gelooft niemand, noem het wat het is.’ Het is een masturbatiemachine. Soms heeft iemand een ‘good hard fuck’ nodig, en de tragiek is dat de fuckbox de enige plek op het schip is waar ze enige privacy hebben. Maar je kunt de fuckbox alleen begrijpen als je het ook over de tuin hebt. Ze hebben ook een tuin aan boord, daar begint de film mee. Sommige personages willen er sterven. Dat is de tuin van Eden, maar net zo eenzaam als de fuckbox.”