Altijd teamgenoten, maar voor even concurrenten

Roeien In Sevilla strijden de roeisters om een plaats in de Oranje- selectie. Wie dit seizoen buiten de boot valt, ziet een olympische droom vervagen.

De Nederlandse roeisters in het water in het Spaanse Sevilla.
De Nederlandse roeisters in het water in het Spaanse Sevilla. Foto Merijn Soeters

Eenzaam en alleen staat Karolien Florijn op een koude Spaanse ochtend in februari wat te prutsen aan haar skiff. Het is de dag nadat hoofdcoach Josy Verdonkschot (62) de selectie van de dubbelvier voor komend seizoen bekend heeft gemaakt. Florijn, het grote roeitalent van twintig en dochter van tweevoudig olympisch kampioen Ronald Florijn, heeft een etmaal geleden te horen gekregen dat ze is afgevallen voor de belangrijkste boot voor de Olympische Zomerspelen in Tokio volgend jaar.

Wat rest is grote teleurstelling en het hoofd even leegmaken op het water. Aan alles voel je dat Florijn het niet helemaal eens is met de keuze van Verdonkschot. „Ik heb er alles aan gedaan. En ik heb denk ik ook laten zien dat ik het waard ben.”

Het is de eerste harde beslissing die door Verdonkschot in Sevilla wordt genomen. Een van Nederlands succesvolste coaches, met meerdere gouden olympische medailles achter zijn naam, heeft z’n dik twintig overgebleven roeisters twee weken bij elkaar om de laatste knopen door te hakken. Hij doet dat in fases. De vijf roeisters die voor de dubbelvier in aanmerking kwamen, zijn de eerste anderhalve week getest. Over blijven de vrouwen die in aanmerking komen voor de vierzonder en de acht. En iedereen weet: als je er nu niet bij zit, is de kans op Tokio ook minimaal.

Ongelukkige val

Verdonkschot moet het door een bizar ongeluk doen zonder zijn grote troef Carline Bouw – zilver in Rio 2016, brons vier jaar daarvoor in Londen – die een dag voor vertrek naar Spanje van de trap viel bij het tillen van haar koffer. Ze heeft een zware blessure en het is nog maar de vraag wanneer Bouw, die na Rio moeder werd, weer op topniveau kan sporten. Ze was een serieuze kandidaat voor de dubbelvier, die nu gevormd wordt door Nicole Beukers, Inge Janssen, Sophie Souwer en Olivia van Rooijen, het kwartet dat in 2017 wereldkampioen werd.

In de Zuid-Spaanse winterzon wordt keihard getraind, vaak zo’n vier keer per dag. In de vroege ochtend een roeitraining op de fraaie Guadalquivir, die de oude stad in Andalusië omringt, gevolgd door krachttraining of sprintjes op de ergometer. Om in de namiddag weer het water op te gaan. De uitputting is soms nabij. De koppies komen met de dag strakker te staan. „Je had ons op een leuker moment kunnen treffen”, zegt Laila Youssifou.

De meedogenloze strijd om een stoeltje eist zijn tol. En dan moet voor de boordgroep, waaruit de vierzonder en de acht worden geformeerd, het sluitstuk nog komen. „Je merkt dat de sfeer steeds beladener wordt”, zegt slagvrouw Veronique Meester. Waar ze de hele winter als groep hebben getraind, zijn ze nu concurrentes.

„Bijltjesdag”, noemt coach Diederik de Boorder het moment. „Geheid dat je meiden ziet die of heel blij zijn, of staan te huilen. Dat is altijd het geval en ik loop al wat jaren mee.” Het trainingskamp wordt afgesloten met zogenaamde seatraces; onderlinge wedstrijden in viertallen over een kilometer waarbij telkens roeiers worden gewisseld om te kijken wie een boot harder of juist langzamer laat gaan.

Sommigen moeten zich keer op keer bewijzen. Anderen hebben al meerdere plusjes achter hun naam staan en wanen zich veilig. „Het is eigenlijk helemaal niet leuk. Ik was zo zenuwachtig van tevoren”, zegt Youssifou. Na twee weken beulswerk komen de echte „racebeesten” boven, volgens Verdonkschot: zij die meerdere races aankunnen in kort tijdsbestek.

Lees ook: De ‘Holland Acht’ is niet meer heilig.

Renderen

Verdonkschot is een meester in het selecteren van z’n roeisters. Een kwestie van kansberekening. Wie rendeert het beste in welke boot, en op welk nummer liggen de grootste kansen? Karolien Florijn stroomt daarom volgens afspraak in bij de vierzonder, de tweede boot in de pikorde. Die maakt in zijn ogen evenveel kans op een medaille. En met de oersterke Florijn is de kans op goud groter.

De discipline met één riem ligt haar wellicht ook net iets beter dan die met twee riemen, die meer techniek vereist. Voor nu zijn dat voor de jongste van de ploeg net iets te veel gedachten. Ze ging voor het allerhoogste en dat is mislukt, zo redeneert de winnaar in haar. „Het voelt slecht dat je een afvaller bent.”

Verdonkschot heeft een even simpele als harde filosofie. Zijn allerbeste roeisters krijgen de kans om maximaal te presteren. Of dat er nu twee, vier of acht zijn. „Hoe kan ik tegen hen zeggen: brons is ook mooi? De Limburger beschikt over een grote groep, die een mix van ervaring en jong talent herbergt. Zo is de 29-jarige Inge Janssen (zilver in Rio) na een jaar afwezigheid teruggekeerd voor haar derde Spelen. Zij is het die Florijn verdringt uit de dubbelvier.

Troosten

Na de bewuste seatraces blijkt maar weer dat topsport op momenten keihard is. Vrouwen laten zich letterlijk op de kant vallen van moeheid. Aletta Jorritsma moet worden getroost. Ze heeft verloren en weet dat ze in de hiërarchie zakt. Ymkje Clevering stapt hijgend met iets wat lijkt op een glimlachje uit de boot. „Ik heb gewonnen van mijn twee concurrenten.”

Een paar uur later vertelt Verdonkschot in het Barcelo Resort hoe de situatie nu is. Wie staat sterk en voor wie is de olympische droom een stuk kleiner geworden? Niet de leukste dingen om te doen. „Daarom wil ik alles kunnen uitleggen en mijn keuzes met objectieve data onderbouwen. Dan kan ik iemand recht in de ogen kijken en zeggen: helaas, maar je bent niet goed genoeg. En zijn de verschillen miniem, dan moet ik op intuïtie een beslissing nemen.”

Op het WK dit najaar is een topzesnotering nodig voor deelname aan de Spelen. De komende weken gaat Verdonkschot in Nederland de laatste invulling geven aan zijn selectie. Voor dit seizoen. „Richting Spelen zou er misschien nog iets kunnen veranderen.”