Agenten: misdaadcijfers schetsen onjuist beeld

Onder druk van leidinggevenden worden misdrijven als minder ernstig geregistreerd. Ook beschouwt de politie zaken soms ten onrechte als opgelost.

De agenten menen dat de criminaliteitscijfers op lokaal gebied erg kunnen vertekenen door het "creatief boekhouden".
De agenten menen dat de criminaliteitscijfers op lokaal gebied erg kunnen vertekenen door het "creatief boekhouden". Foto Remko de Waal/ANP

De criminaliteitscijfers schetsen een gunstiger beeld van de misdaad in Nederland dan de situatie daadwerkelijk is. Onder druk van hun chef registreren agenten strafbare feiten anders dan zou moeten. De politie beschouwt zaken als opgelost terwijl er soms alleen een verdachte is verhoord. Dat blijkt uit onderzoek van onderzoekscollectief Investico onder bijna vijftienhonderd leden van de Nederlandse Politiebond.

Er is nog een reden waarom de cijfers een vertekenend beeld geven, stellen de agenten. Zeventig procent van de agenten zegt dat de “aangiftebereidheid” is afgenomen. Zij noemen het sluiten van politiebureaus en het landelijke telefoonnummer als oorzaken. Een van de agenten schreef: “Minder bureaus betekent minder aangiften, minder aangiften betekent lagere misdaadcijfers.” Sinds 2014 sloot bijna de helft van de vijfhonderd politiebureaus, becijferde Investico.

Lees ook over het dalend aantal geregistreerde misdrijven: Criminaliteit daalt, ondermijning stijgt

Creatief boekhouden

De agenten menen dat de criminaliteitscijfers op lokaal gebied erg kunnen vertekenen door het “creatief boekhouden”. Een meerderheid van de agenten zegt ook dat misdrijven ten onrechte in een andere categorie worden geregistreerd. Het systeem waarin de strafbare feiten worden ingevoerd kent bijna zevenhonderd categorieën, voor diefstal alleen zijn er al 65.

Op grote schaal worden meldingen “gedowngraded“: als minder ernstig geregistreerd dan het in werkelijkheid was. Straatroof kan bijvoorbeeld worden geregistreerd als “zakkenrollerij” of “diefstal”, een mishandeling als “ruzie” en een poging tot inbraak als “vernieling”. Een kleine minderheid van de voorbeelden die Investico aanhaalt, wordt ten onrechte hoger ingeschaald.

Reden voor de foutieve registratie is volgens Investico de druk van leidinggevenden, die afgerekend worden op de misdaadcijfers in hun gebied. Iedere maand worden de cijfers besproken in een overleg met alle eenheidschefs. Daar wil “elke chef een voldoende scoren”. Zo komt het voor dat agenten op straat de vraag krijgen hoeveel ze “gescoord” hebben en zou er volgens tientallen agenten weer gewerkt worden met “bonnenquota”.

Akerboom kondigt onderzoek aan

Veertig procent van de ondervraagde agenten zegt dat het aantal opgeloste misdrijven op papier hoger ligt dan in het echt. De politie beschouwt een zaak als “opgehelderd” wanneer er een verdachte is gehoord. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) nemen deze cijfers over, maar hangen daar het label “opgelost” aan. Ook zouden zaken die “deels opgelost” zijn, onder de “opgeloste” zaken vallen.

Lees ook over Erik Akerboom: De man die op de achtergrond al zo’n 20 jaar gaat over nationale veiligheid

In De Groene Amsterdammer, waar Investico het verhaal publiceerde, zegt korpschef Erik Akerboom dat hij zich niet in het geschetste beeld herkent:

“Van mij komt geen enkele impuls om mensen aan te zetten tot downgraden. Totaal niet. De criminaliteitscijfers dalen alleen maar. (…) Dat er iets in de organisatie zit dat we graag willen scoren, is goed, hartstikke goed zelfs. Scoren voor búrgers.”

In een schriftelijke verklaring zegt Akerboom dat hij in gesprek gaat met agenten en daarna de balans opmaakt. “Wij registreren vooral voor ons werk. Wij willen dat zoveel mogelijk slachtoffers aangifte doen”, leest de verklaring. De voorzitter van de Centrale Ondermingsraad noemt het “te gek voor woorden dat de integriteit van de politiemensen en daarmee van de hele politie hier ter discussie wordt gesteld”.