Zusters Goede Herder weigeren schikking in zaak dwangarbeid

Dwangarbeid Het opsluiten en laten werken van minderjarige meisjes paste in pedagogische opvattingen van destijds, meldt de advocaat van de katholieke nonnen.

Foto Merlijn Doomernik

De Zusters van de Goede Herder weigeren een regeling te treffen met de vrouwen die als meisjes in hun wasserijen en naaiateliers onbetaalde dwangarbeid deden. In een brief aan de vrouwen wijst de katholieke congregatie alle aansprakelijkheid af en wordt een beroep gedaan op de verjaring van de feiten.

Het opsluiten en tewerkstellen van minderjarige meisjes „paste destijds in de gangbare pedagogische opvattingen”, schrijft advocaat Pieter Nabben namens de congregatie. De verwijten van dwangarbeid, mensenhandel en opsluiting zijn „ongepast” en „onterecht”.

Lees ook De Meisjes van de Goede Herder

De congregatie reageert op een aansprakelijkstelling door 44 vrouwen. Zij eisen erkenning van de misstanden, nabetaling van loon en compensatie voor de materiële en immateriële schade. Met het afwijzen van een regeling lijkt een rechtszaak onafwendbaar.

De zusters wordt verweten het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens geschonden te hebben door de meisjes op te sluiten en te dwingen tot onbetaalde arbeid. Zeker 15.000 meisjes en vrouwen deden tussen 1860 en 1978 dwangarbeid bij de zusters in Zoeterwoude, Tilburg, Velp en Almelo.

‘Geen geld verdiend’

Meldingen over uitbuiting door de nonnen waren er eerder in Frankrijk, Australië, Canada, VS, Duitsland en Ierland. In Ierland liet de regering onafhankelijk onderzoek doen en kregen slachtoffers een schadevergoeding van de regering. De nonnen weigerden ook daar te betalen.

De congregatie erkent dat het verblijf van de vrouwen „doorgaans sober was, dat er hard gewerkt werd en dat er discipline werd opgelegd”. De „strenge opvoedkundige aanpak” was „geen geheim”. Met de activiteiten zou echter „geen geld verdiend” zijn. „Er was een structureel en zelfs toenemend exploitatietekort.”

Volgens advocaat Nabben blijkt uit documenten dat de meisjes „goed verzorgd” zijn. Desondanks willen de zusters het leed „niet miskennen of onderschatten”. De congregatie „ziet in dat met de kennis van nu een andere aanpak van de opvang en verpleging van de meisjes passender zou zijn geweest”.

‘Overheid medeverantwoordelijk’

Vorige maand meldde professor Jan van Dijk, hoogleraar victimologie aan Tilburg University, dat de nonnen zich schuldig hebben gemaakt aan jeugddwangarbeid en mensenhandel door de minderjarige meisjes systematisch op te sluiten en uit te buiten. De overheid is volgens hem medeverantwoordelijk omdat die bekend was met de praktijken.

Minister Sander Dekker (Rechtsbescherming, VVD) heeft toegegeven dat de vrouwen recht hebben op erkenning en genoegdoening. Hij laat een onafhankelijk deskundige een analyse maken over de rol van de overheid bij de dwangarbeid. Hierbij worden de bevindingen van hoogleraar Van Dijk betrokken.