Voor een Fries telt maar één ding: ligt er al ijs?

Identiteit provincies Bijna de helft van de vijfhonderd natuurijsbanen in Nederland ligt in Friesland. Het ijs maakt onlosmakelijk deel uit van de Friese identiteit. Zelfs nu het amper meer vriest.

De ijsbaan van schaatsvereniging Workum, net buiten de stad.
De ijsbaan van schaatsvereniging Workum, net buiten de stad. Foto Kees van de Veen

Over het algemeen gelden Friezen als kalme mensen, ietwat stoïcijns. Tenzij het koud is. Echt koud. Zo moeten ze bij de ijsbaan in Workum goed opletten als de temperatuur onder nul duikt. Sander Bouma van de lokale ijsvereniging knikt naar de dijk naast de ijsbaan. „Zie je daar een auto langzaam voorbijrijden. Hoofd uit het raam. Loeren. Kunnen we al?”

Ja, natuurlijk wil zijn vereniging ook dat er wordt geschaatst. Alleen moet je het ijs eerst rust gunnen, tot het zo’n vier centimeter dik is. Tot die tijd is het een kwestie van poat stiif houden en nee verkopen. „En dan kan het gebeuren dat iemand een jaar niet met je praat.” Bouma haalt z’n schouders op. Die dingen gebeuren nu eenmaal.

Nergens zijn zo veel ijsclubs als in Friesland. Zonder eigen natuurijsbaan tel je als dorp of stad niet mee. In de provincie zijn er zo’n 230, op een landelijk totaal van 500. Vaak liggen ze aan de dorpsrand, op een stuk laaggelegen weiland. De banen zijn herkenbaar aan de lantaarnpalen, het dijkje om het water binnen te houden en natuurlijk de houten keet – voor koek en snert.

In de zomer leiden de verenigingen een slapend bestaan en grazen er schapen tussen de lantarenpalen. Rond oktober wordt het water binnengelaten en begint het grote wachten. Op vorst. Totdat in maart het water weer wegstroomt. Al decennia is dit het ritme van de ijsverenigingen.

De verenigingen vervullen een belangrijke rol voor het behoud van de Friese schaatstraditie. Als het zo’n drie, vier dagen vriest, kun je al het ijs op. Geen gedoe met sluizen, stroming of binnenvaartschepen. Kinderen maken hier in alle veiligheid hun eerste slagen op het ijs.

Toen het Fries Sociaal Planbureau (FSP) in 2016 onderzoek deed naar de Friese identiteit, bleek dat naast de eigen taal met name buitenactiviteiten als de Elfstedentocht, schaatsen en skûtsjesilen door de Friezen als belangrijk werd gezien.

De ijsbaan in het dorp is de kraamkamer van de Friese identiteit. Alleen: dan moet het wél vriezen.

Schaatsbaan de Wite Mar in Beetsterzwaag ligt verscholen in de bossen naast het dorp, tussen de berken en de naaldbomen. In de bomen naast het paadje dat naar de baan leidt, hangen draden. Daar worden de elektriciteitskabels overheen gelegd als er ijs ligt. ‘In het belang van alle schaatsliefhebbers het ijs niet vernielen’, staat op een bord. „Nou, dat kan wel weer weg”, zegt Sjouke Riemersma van de lokale ijsvereniging.

Snert

Het is eind februari en ijs gaat er dit seizoen niet meer komen. In een periode dat het spek normaal gesproken in de snert gaat, ligt het volgende week op de barbecue. Er zijn temperaturen voorspeld van bijna 20 graden.

De ijsbaan van schaatsvereniging Lisnocht op het Witte Meer in het bos van Beetsterzwaag.
Kees van de Veen
De ijsbaan van schaatsvereniging Lisnocht op het Witte Meer in het bos van Beetsterzwaag.
Kees van de Veen

Riemersma trekt het bord uit de grond en legt het in een van de twee scheepscontainers van ijsvereniging Iisnocht, die naast de Wite Mar staan. Er liggen lantaarnpalen, een omroepinstallatie, een paar stoelen en een stretcher. Alles om, als het eenmaal zover is, zo snel mogelijk de baan op te tuigen. Dit seizoen bleven de containers gesloten.

Vorig jaar hadden ze geluk, toen het in maart ineens nog begon te vriezen. „Het was smoordruk”, zegt bestuurslid Menno Bosma. „Mensen braken hun vakantie af en Friezen van buiten de provincie keerden terug met hun kinderen.” Een ongelukje was er wel: een lid van 75 ging onderuit en moest op de stretcher worden afgevoerd. „Er zat een pin in z’n heup. Verder had hij een geweldige tijd.” En, zegt Bosma, hij is nog steeds lid.

Maar de ijsperiode daarvoor was alweer vijf jaar geleden, en dergelijke periodes zijn steeds schaarser. Zo werd op 8 februari een voor Friezen tragisch record verbroken: nog nooit was het zo lang geleden dat er een Elfstedentocht werd verreden.

Sytse Prins zit in het Elfstedenbestuur en is betrokken bij gewest Fryslân van schaatsbond KNSB. Hij zegt: „Bij gebrek aan winter komen er minder leden bij, al gaat dat aantal omhoog zodra er weer ijs ligt. Daarnaast zie je dat sommige clubs nu ook in de zomer activiteiten ontplooien, denk aan skeelerbaantjes.”

„Er waren natuurlijk wel loze winters, maar niet zoals nu”, zegt Wiebren Koopen van ijsvereniging Workum. De club kwam dit jaar in het nieuws toen er een eigen NK korte baan werd gehouden. Niet schaatsen – want geen ijs – maar door het kniehoge water rennen. Ideetje van Bouma: „Je moet toch wat. We hebben een nieuwe baan en willen geen slapende vereniging zijn.”

Mienskip

Sinds de renovatie vorig jaar loopt er een betonnen paadje rond het water van de ijsbaan, dat ook langs een stormbaan en een skate ramp leidt. Gevolg van het verbond met de stichting Buitensport, die bestaat uit renners, fietsers en triatleten. Ze zijn handig met subsidies en hebben de baan multifunctioneel gemaakt.

Daarnaast probeert de vereniging ook buiten het schaatsseizoen zichtbaar te zijn. De contributie van 10 euro per jaar (per gezin) wordt aan huis geïnd, al laaide recent de discussie op of ze onderhand niet eens met automatische incasso’s moeten gaan werken. Steeds minder mensen hebben nog contant geld in huis.

En dan zijn er nog de algemene ledenvergaderingen, met een opkomst van meer dan honderd leden. Bouma: „We hebben een clublied en regelen altijd een spreker. Dit seizoen was dat Jorien ter Mors. Ze had een knieblessure en ze had tijd over.”

De verenigingen zijn een goed voorbeeld van wat ze hier mienskip noemen, de verbondenheid waarbij zo’n beetje iedereen in een gemeenschap wel een rol in het grotere geheel heeft. Zo becijferde het Centraal Bureau voor de Statistiek dat nergens zo veel mensen vrijwilligerswerk doen als in Friesland: 57,3 procent, tegenover 48,5 procent landelijk.

Die mienskip ligt ook besloten in de ijsclubs. Vaak hebben ze al een lange traditie: Iisnocht werd in 1879 opgericht, de ijsclub van Workum stamt uit 1857. Die van Dokkum schijnt het oudst te zijn: uit 1840.

Friese paradox

Veel verenigingen begonnen als deftige heerenclubs, maar naarmate de jaren passeerden, werden ze steeds meer opengesteld. Zó open, dat de verzuiling goeddeels aan de ijsclubs voorbijging. Zodra het vroor, stak je niet alleen makkelijker de sloot over, maar ook de ideologische scheidslijnen. „Dat is nog steeds zo”, zegt Sytse Prins van het Elfstedenbestuur. „Je kunt in het dorp overal over discussiëren, maar als er ijs op de baan ligt, staat dat boven politiek en religie.”

Het is die verbondenheid die volgens onderzoeker Truus de Witte en haar collega’s bij het FSP een verklaring kan bieden voor een fenomeen dat bekendstaat als de Friese paradox. Want sociaal-economisch hangt de provincie onder aan de lijstjes. Het opleidingsniveau is relatief laag, er wordt vaker een beroep gedaan op de sociale zekerheid en veel jongeren zoeken hun heil buiten de provincie. Friesland telt samen met Drenthe en Groningen veel gemeentes met een laag doorsnee-inkomen.

En toch kwam Friesland bij een CBS-onderzoek naar geluksbeleving als de gelukkigste provincie van Nederland uit de bus. 92 procent van de Friezen is tevreden over het leven, tegen 88 procent landelijk. „Wij denken dat dat met identiteit te maken heeft”, zegt De Witte, „behalve door geld wordt het geluksgevoel bepaald door goede sociale contacten en gezondheid. Ook de taal is een verbindende factor.” Verandert de identiteit van de Fries, nu er steeds minder ijs ligt? De Witte: „Het wachten, de anticipatie, speelt een steeds belangrijkere rol. ‘Kunnen we het ijs op?’ Het is een soort koorts.”

Twee kunstijsbanen

De sport evolueert. De twee kunstijsbanen in Friesland winnen aan belang. Om een nieuwe generatie toch aan het schaatsen te krijgen, worden kinderen waar mogelijk naar Leeuwarden en Heerenveen gestuurd. De Elfstedenhal in Leeuwarden werd in 2015 opgeleverd, terwijl Thialf in Heerenveen twee jaar geleden nog een flinke renovatie onderging. De provincie sprong bij met 10 miljoen euro voor Leeuwarden en 40 miljoen euro voor Heerenveen. „Uniek”, zegt Prins. „Kijk je naar het westen van het land, dan is er van Alkmaar tot Den Haag amper een goede baan te vinden. De meeste zijn oud en aan slijtage onderhevig.”

Misschien schaatsen de kinderen dan wel niet tussen de graslanden met die straffe wind in het gezicht, ze leren het dus wél. Een rondje op de lokale ijsbaan is dan een bonus, mocht het toch nog vriezen.

„We hebben een gezonde vereniging”, zegt Bosma over Iisnocht. „Het brokkelt wel een beetje af, want de oudere leden houden vanzelf op.” In Workum merken ze dat er vanuit ‘de nieuwbouw’ niet veel interesse is om mee te doen. „Vaak zijn het tweeverdieners die keihard werken”, zegt Koopen. „Dan heb je het ’s avonds wel gehad.” Prins: „Maar ijsclubs zitten zó in ons DNA; de eerste vereniging die zichzelf opheft, moet ik nog zien.”

Correctie (11 maart 2019): In een eerdere versie van dit stuk werd Workum in het fotobijschrift een dorp genoemd. Dat moest stad zijn.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.