Plaats vergaan voor de vrouw die is opgestaan

Rapport Vertrekken vrouwen sneller uit leidinggevende functies dan mannen? Een nieuw SCP-rapport onderzocht het.

Foto Getty Images

Gaat het over vrouwen in leidinggevende functies, dan gaat het vaak over de belemmeringen die vrouwen ervaren in hun weg naar de top. Minder aandacht is er voor hoe het vrouwen die een leidinggevende functie hebben, vergaat.

In een nieuw rapport, dat deze maandag verschijnt, richt het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) zich nu juist daarop. Het instituut zocht uit of er verschil is in hoe snel mannen en vrouwen een leidinggevende functie verlaten. Vanuit een dweilen-met-de-kraan-open-idee: je kunt wel obstakels wegnemen om ervoor te zorgen dat vrouwen gemakkelijker doorgroeien naar hogere functies, maar als vrouwen die functies ook weer relatief snel verlaten, lost dat niks op.

Wat blijkt uit het rapport? Er is géén significant verschil in de ‘negatieve uitstroom’ tussen mannen en vrouwen, die is nagenoeg gelijk. In andere woorden: vrouwen verlaten een leidinggevende functie niet sneller dan mannen voor een lagere functie, naar een ander bedrijf of door ontslag. Vrouwelijke en mannelijke leidinggevenden zijn bovendien even tevreden over hun werkzaamheden en doorgroeimogelijkheden.

Dat is op zich positief nieuws, zegt SCP-onderzoeker Ans Merens. „Mijn hypothese was dat er wel een verschil zou zijn.”

Maar, en dat is volgens Merens een belangrijke maar, als vrouwen een „positieverslechtering” doormaken, komen ze vaker dan mannen weer in niet-leidinggevende functies terecht.

Van alle vrouwelijke leidinggevenden die ooit te maken kregen met negatieve uitstroom is 58 procent daarna één of meerdere keren terechtgekomen in een niet-leidinggevende functie, tegenover 37 procent van de mannelijke leidinggevenden. „Het lijkt er dus op”, schrijft Merens in het rapport, „dat de ‘pijplijn’ met potentiële topvrouwen nog steeds lekt. Dat zou een verklaring kunnen vormen voor de ondervertegenwoordiging van vrouwen in topfuncties.”

Weinig vrouwelijke bestuurders

Die ondervertegenwoording laat zich in Nederland het duidelijkst zien in het bedrijfsleven. Op Internationale Vrouwendag, afgelopen vrijdag, maakte minister Ingrid van Engelshoven (OCW, D66) bekend welke bedrijven wel en niet voldoen aan het wettelijk streefcijfer dat bepaalt dat 30 procent van de leden van de hoogste bestuursorganen, vrouw moet zijn.

Bij slechts dertien van de tweehonderd grootste ondernemingen van Nederland, haalt zowel de raad van bestuur als de raad van commissarissen dat percentage. Daaronder bedrijven als ANWB, Heineken en Unilever. Onder de bedrijven die niet aan het streefcijfer voldoen, bevinden zich bekende namen als ING, KPN, Aegon, Ahold, Randstad en Hema.

In een interview met het AD noemde Van Engelshoven, die emancipatie in haar portefeuille heeft, dit „één van de gênantste dossiers die op mijn bureau liggen”. Door de bedrijven nu publiekelijk bij naam te noemen, hoopt ze de druk op te voeren en zo verandering te bewerkstelligen.

Overigens valt er ook bij haar eigen overheid nog wel wat te verbeteren: daar steeg het aandeel topvrouwen naar 34 procent in 2017. Het aantal vrouwelijke hoogleraren bedroeg in datzelfde jaar 19 procent.

Een laatste cijfer dan. Ook in ‘gewone’ managementfuncties is er geen gelijke groei. Wanneer jonge vrouwen de arbeidsmarkt betreden, groeit hun aandeel in managementfuncties de eerste vijf jaar. Daarna stagneert het, en na acht jaar neemt het zelfs af. Het aandeel jonge mannen onder managers groeit daarentegen de eerste tien jaar na hun start op de arbeidsmarkt continu.

Sommige bedrijven slagen er wel in één op de drie topfuncties te laten bekleden door een vrouw. Lees ook: De impact van een vrouw aan de top

Terug naar het SCP-onderzoek. Daarvoor maakte Merens gebruik van het Arbeidsaanbodpanel, een tweejaarlijkse enquête van het SCP onder 4.500 werkenden en niet-werkenden tussen de 16 en 65 jaar oud. Van de metingen van 2004 tot en met 2016 kwalificeerden ruim 2.200 respondenten voor dit onderzoek – hij of zij moest immers wel een leidinggevende functie hebben (gehad).

Het onderzoek gaat dus niet alléén over functies aan de top, maar over allerlei soorten leidinggevenden. Er werd in het onderzoek wel een ondergrens gehanteerd, van minimaal tien ondergeschikten.

Minder ambitie, veel deeltijd

Wáárom vrouwen dan wel ondervertegenwoordigd zijn in hogere, leidinggevende functies, komt in het nieuwe SCP-rapport niet uitgebreid aan de orde. Maar Merens, die voor het SCP ook meewerkt aan de Emancipatiemonitor, weet er het nodige van.

Zo komt het deels doordat het overgrote deel van de Nederlandse vrouwen in deeltijd werkt. Merens: „En voor veel management- of topfuncties wordt vereist dat je voltijds werkt.” Of dat terecht is, is volgens de onderzoeker nog maar de vraag: „Sommige managementfuncties zou je ook wel in vier dagen kunnen doen.”

Ook hebben vrouwen gemiddeld genomen minder de ambitie om door te stromen naar de top en daarvoor concessies te doen in hun privéleven, zegt Merens. Uit de meest recente Emancipatiemonitor, eind vorig jaar gepubliceerd, bleek dat vrouwen het aanzienlijk belangrijker vinden dan mannen werk met gezin en andere activiteiten te kunnen combineren. Terwijl mannen weer wat meer waarde toekennen aan het inkomen dat ze met werk verdienen.

Merens: „Maar het verschil in ambitie is nu ook weer niet zó groot dat het het verschil rechtvaardigt.” Bovendien blijkt uit de Emancipatiemonitor ook dat bijna de helft van de mannen liever niet voltijds zou werken om tijd over te houden voor andere dingen.

Iets anders dat vrouwen kan belemmeren zit ín organisaties zelf, vertelt Merens: mannen en vrouwen worden op het zelfde gedrag vaak anders beoordeeld. „Van een man die jeugdig overkomt, wordt gedacht: die ontwikkelt zich nog wel. Bij een vrouw wordt hetzelfde gedrag als te meisjesachtig gezien.”