Hoe van alles misging in het selectietraject voor tv-programma Anorexia Eetclub

Hulptelevisie Het NTR-programma Anorexia Eetclub zou anorexiapatiënten moeten helpen. Maar bij de productie was nauwelijks oog voor het ziektebeeld en de problematiek van de jonge doelgroep.

Illustraties XF&M

Zes jongeren met anorexia nervosa krijgen kookles. Voor het snijden van de broccoli zijn genoeg vrijwilligers. De vis bakken, dat wil eigenlijk niemand. Een van hen, een meisje met lange blonde krullen, schenkt een sliertje vloeibare bakboter in een koekenpan.

„Dat is te weinig”, vindt de diëtist.

Nog een scheut.

„Nog steeds te weinig.”

Bezorgde gezichten.

De diëtist legt uit dat in de pan niet één maar vier stukken vis gebakken moeten worden.

Een ander meisje zucht: „Een van ons krijgt straks een zompig stuk. De anderen zijn veilig.”

Dit is Anorexia Eetclub, een zesdelig programma van de NTR dat werd uitgezonden in november en december. Hierin gaan vijf meisjes en één jongen „de strijd aan met hun eetstoornis”. De jongste deelnemer is zestien jaar. Onder leiding van een diëtist, een presentatrice en een cameraploeg vormen ze een kookclub. De jongeren moeten boodschappen doen, koken en uiteindelijk hun bord proberen leeg te eten voor de camera. Het doel van deze „kooktraining”, die is geïnspireerd op een door de Utrechtse ggz-instelling Altrecht ontwikkelde therapie: samen leren „weer normaal te koken en te eten”.

Al voor het koelvak met de vleesvervangers in de supermarkt wordt de stress zichtbaar. Terwijl één deelnemer druk is met calorieën tellen, wil een ander daar juist zo min mogelijk bij stilstaan.

Zodra de boodschappen op het kookeiland staan, raakt een andere deelnemer in paniek. Zij is gewend haar eten op een weegschaaltje af te wegen. Ze weet niet hoe groot de opscheplepels bij de kookclub zijn. En bakken, dat doen ze bij haar thuis niet in boter, maar in kokosolie.

NTR - Anorexia Eetclub - Aflevering 1

'Ik eet het ook liever niet op, maar het is eten of dood'. Zes jongeren met anorexia nervosa koken onder begeleiding van een diëtiste 🍳 npostart.nl/VPWON_1286605

Geplaatst door NPO Start op Dinsdag 6 november 2018

Dat deze kookles een zware opgave zou worden, realiseerden de programmamakers zich vooraf waarschijnlijk ook wel. Niet alleen is de avondmaaltijd voor veel anorexiapatiënten de moeilijkste maaltijd, zo legt een deskundige in aflevering één uit. De jongeren kenden elkaar én de diëtist nog niet. En de lat lag toch al hoog: alle zes hebben „therapie gehad of zitten er nog middenin”, leert de kijker. We zien recent gemaakte privéopnames van één van de jongeren, in een ziekenhuisbed met een sonde in haar neus. Een ander was een half jaar eerder nog zo verzwakt dat ze afhankelijk was van een rolstoel.

Drie van de zes deelnemers haken deze eerste kookles (tijdelijk) af. Het gaat „te snel”, vindt er één. Een ander: „Hoe langer ik hier zit, hoe meer ik eraan onderdoor ga.” De diëtist concludeert op camera: „We zullen het de volgende keer iets kleiner moeten aanpakken.”

Hulptelevisie

De televisie als hulpverlener, als medicijn voor ingewikkelde en ingrijpende problematiek. Commerciële omroepen kennen vele varianten: er zijn programma’s voor mensen met overgewicht, met angst- en dwangstoornissen, met geldzorgen, verslaving en verzamelwoede. En nu dus ook voor mensen met anorexia nervosa: de dodelijkste van alle psychiatrische ziekten, 5 tot 10 procent van de (vaak jonge) patiënten overlijdt, blijkt uit cijfers van de Nederlandse Academie voor Eetstoornissen. Anorexia Eetclub wordt gemaakt door producent Skyhigh TV voor publieke omroep NTR.

Vaak wordt de indruk gewekt dat deelnemers van een tv-programma ‘beter’ (kunnen) worden, maar dat is lang niet altijd de werkelijkheid, bleek eerder uit artikelen in NRC. In programma’s als Geef mij nu je angst (RTL, hulp bij angst- en dwangstoornissen) Een nieuw begin (RTL, cosmetische hulp) en Vier Handen op een Buik (BNNVARA, hulp aan tienermoeders) werden deelnemers ernstig misleid. Niet de belangen van de deelnemers, maar die van de programmamakers stonden voorop.

NRC schreef eerder over misleidende hulptv-programma’s. Lees er alles over in ons dossier

Kandidaten tekenden verregaande, en soms strikt geheime contracten. Zij konden niet met het programma en de soms risicovolle hulptrajecten stoppen. Hulp werd niet – of slecht uitgevoerd. Deelnemers bleven achter met een berg aan problemen. Na publicatie van de artikelen en onder politieke en maatschappelijke druk beloofden televisiemakers beterschap.

Dat liep anders bij Anorexia Eetclub. De zes deelnemers aan de eetclub konden gedurende de opnames stoppen wanneer zij wilden. En: zij mochten de opnames vóór uitzending zien – vijf van de zes kandidaten deden dat. Als zij dat gewild hadden, benadrukken de makers, waren zij uit de afleveringen geschrapt.

Echter: bij dit programma ging er voorafgaand aan de opnames van alles mis. In het selectietraject voor Anorexia Eetclub – de fase waarin deelnemers geworven werden – was er nauwelijks oog voor het ziektebeeld en de problematiek van de jonge doelgroep.

Wat ging er mis?

In de eerste maanden van 2018 heeft Skyhigh TV (in opdracht van de NTR) kandidaten geselecteerd voor Anorexia Eetclub. Tientallen, maar mogelijk véél meer, (minderjarige) jongeren kregen persoonlijke berichten via sociale media. Jongeren bij wie er slechts een vermoeden van anorexia nervosa was. Zij werden gepolst voor een programma dat de suggestie wekte van een hulptraject: er werden trainingsdoelen opgesteld en jongeren zouden begeleid worden door twee deskundigen: „een psycholoog en diëtiste”. In werkelijkheid was er alleen een diëtist.

In de selectiegesprekken is met jongeren over gevoelige zaken als hun gewicht gesproken. Zeker één van hen is voor deelname afgewezen omdat zij niet ziek genoeg (meer) zou zijn. Gedurende het traject werden bovendien persoonlijke gegevens met derden gedeeld, zónder dat jongeren hiervoor toestemming gaven.

Ook onder patiënten die voor behandeling intern verbleven in de Ursula – de oudste kliniek voor eetstoornissen in Nederland – is geworven. In het restaurant van de instelling – voor personeel, patiënten en naasten – is met één patiënt een gesprek gevoerd over deelname, zónder dat de programmamakers dit aan de behandelaars hebben gemeld.

Dat Anorexia Eetclub een programma is van de publieke omroep is relevant. Het redactiestatuut van de NTR schrijft niet alleen voor dat programma’s onafhankelijk, onpartijdig en betrouwbaar moeten zijn, er zijn nadrukkelijke richtlijnen voor jongeren in NTR-producties in het reglement opgenomen. Jongeren moeten „beschermd worden tegen onnodige emotionele belasting en tegen nadelige gevolgen voor hun welzijn, vooral in situaties waarin het voor hen extra moeilijk is die gevolgen te overzien.”

Vraag is: wáren jongeren in het selectietraject voldoende beschermd? Deskundigen betwijfelen dat. Eric van Furth, bijzonder hoogleraar eetstoornissen aan het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC), vindt dat programmamakers zich zorgvuldiger moeten opstellen. Hij pleit voor een gedragscode. Van Furth ziet een overvloed aan televisieprogramma’s met „kwetsbare mensen”: „demente ouderen, mensen met een handicap, psychiatrische patiënten, minderjarigen, mensen met een laag IQ”.

Niet alleen de selectie baart hem zorgen, ook de behandeling en de nazorg roept vragen op. Volgens Van Furth zijn er sterke aanwijzingen dat ernstig ondervoede mensen niet volledig toerekeningsvatbaar zijn. „Realiseren zij zich dat dit programma tot in lengte van dagen kan worden herhaald?” Anorexia nervosa is een zeer complexe aandoening, legt hij uit, waarbij patiënten hun ziekte doorgaans niet als probleem, maar als de oplossing zien. „Als zij het gevoel krijgen dat ze niet ziek genoeg zijn om mee te doen, is dat heel kwalijk. Dat moet je koste wat kost vermijden, zeker als het over een televisieprogramma gaat.”

Hoogleraar en psychiater Damiaan Denys is voor een algeheel verbod. Denys is afdelingshoofd psychiatrie van het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam, waar ze de gevolgen van tvprogramma’s ondervinden. Op de afdeling meldden zich al oud-deelnemers aan hulpprogramma’s voor dwangmatige verzamelaars (Mijn leven in puin) en dwangstoornissen (Levenslang met Dwang). Denys: „Mensen met anorexia op televisie confronteren met eten, dat is onsmakelijk voyeurisme.”

Illustratie XF&M

Het selectietraject

Januari 2018. Jolanda ontvangt een privéberichtje op haar Instagram-account. „Hoi”, schrijft een researcher van productiebedrijf Skyhigh TV. „Wij maken in opdracht van NPO3/NTR een programma over Anorexia [...] Wie weet kan jij mij iets meer over dit onderwerp vertellen?”

Jolanda is 26 jaar, aan verschillende studies begonnen die ze steeds voortijdig moest staken. Ze is al jaren voor anorexia nervosa in behandeling. Maar daarover staat niets in de profieltekst van haar Instagram-account. „Er staat dat ik ‘herstellende’ ben, niet waarván. En dat ik gek ben op mijn hondje.”

Jolanda besluit de redactie haar telefoonnummer te geven. Ze is nieuwsgierig, misschien kan deelname haar helpen. In de week die volgt belt ze met de redacteur. „Ik schrok van de titel. Anorexia Eetclub, dat klinkt toch als het circus: komt dat zien!”

In het telefoongesprek vertelt Jolanda over haar thuissituatie, haar problematiek, haar kook- en eetgedrag. „De conclusie was dat ik niet mee kon doen aan het programma”, zegt Jolanda. De reden? „Ik was te ver in mijn herstel.”

Als Jolanda zich met een beetje goede wil in de makers verplaatst, begrijpt ze dat ergens best. „Je wil als televisiemaker natuurlijk niet dat iedereen aan tafel gewoon vrolijk begint te eten. Die kans bestaat in mijn geval namelijk wel.” Jolanda woont op zichzelf en kookt dagelijks. Als het echt moet, zegt ze, eet zij wat er voor haar neus wordt neergezet. Dat betekent echter niet dat er geen probleem is – er viel voor haar genoeg te leren. „Ik zou de maaltijd uit de kooktraining gewoon gaan compenseren.” Oftewel: zij eet vervolgens thuis niets meer.

Jolanda heeft zichzelf na dat telefoontje streng moeten toespreken, zodat haar eetstoornis niet „zijn gang kon gaan”. „Die afwijzing raakte me heel erg. Ik ben niet ernstig genoeg om in beeld te brengen”, redeneert ze. „Alleen mensen die zichtbaar doodziek zijn, zijn dus de moeite waard om te volgen?”

Inzage in WhatsApp-gesprekken bevestigen dat er is geselecteerd op grond van hoe ziek iemand was. Een redacteur schrijft dat ze zoekt naar een groep deelnemers „in verschillende fases van herstel”. De producent ontkent echter dat die woorden gebruikt zouden zijn om mensen af te wijzen. „We hebben steeds sámen met een jongere besloten dat er in de kooktraining geen uitdagingen meer waren.”

Breed net

Jolanda is een van de zeker tientallen jongeren die op deze manier zijn benaderd. Via Instagram of Facebook kregen zij allemaal hetzelfde bericht. Daar zitten minderjarigen en jongeren in crisisopvang bij. Vaak hadden zij ‘recovery’ of ‘recovering’ in hun profielomschrijving staan, of zij volgden accounts als ‘Proud2BMe’ – een aan de GGZ verbonden ‘e-community’ voor mensen met een eetstoornis. Scarlet Hemkes, hoofdredacteur van Proud2BMe.nl, vertelt dat zelfs haar collega-redacteuren berichten van Skyhigh TV kregen. „We hebben 8.000 volgers. Het begon rond te zingen in die groep. Ik hoorde van alle kanten jongeren die hetzelfde berichtje hadden gekregen.” Daarbij werden jongeren aangemoedigd de namen van andere potentiële kandidaten met de producent te delen.

Dat er een groot net uitgeworpen is, bevestigt ook een achttienjarige jongen, die om zwaarwegende persoonlijke omstandigheden niet met zijn naam in de krant wil. Als hij begin 2018 via Instagram benaderd wordt en in vertrouwen zijn telefoonnummer met de redactie deelt, belandt hij ongevraagd in een omvangrijke appgroep. ‘Klein berichtje’ – zo heet de groep – is aangemaakt door een redacteur van Skyhigh TV . „Daarin zaten zeker dertig mensen”, vertelt de jongen. Er ontstaat verwarring en bezorgdheid in de app-groep. De redacteur appt dat het om een „foutje” gaat, zij wilde geen groep maar een ‘verzendlijst’ maken – waarmee je één bericht naar verschillende contacten tegelijk kunt sturen. De groep wordt direct opgeheven. De achttienjarige jongen is kwaad. „Hoezo een foutje? Ik-weet-niet-hoeveel-mensen hebben nu mijn nummer.”

Zodra er contact is tussen jongere en redactie krijgen de meesten het verzoek een filmpje van zichzelf op te nemen, en dat via WhatsApp met de redactie te delen.

Vragenlijsten

Hoewel de programmamakers nu op vragen van NRC stellig ontkennen dat zij de jongeren ooit hulp beloofden – het wás een informatief programma, zeggen ze - lag de nadruk in deze fase van het selectietraject wel degelijk op het stellen van trainingsdoelen. Jongeren krijgen via WhatsApp instructie om te formuleren wat ze willen leren op het gebied van eten, welke angsten zij de komende weken willen overwinnen. De suggestie is steeds, zeggen jongeren, dat dit televisieprogramma hen kan helpen in hun herstel. Als Sanne, een 21-jarige student uit Gelderland, bezorgd vraagt of de kooktraining haar huidige behandeling niet in de weg zal zitten, antwoordt een redacteur dat zij de training juist als een mooie aanvulling moet zien.

Sanne krijgt, net als veel anderen, na het uploaden van een filmpje, een Word-document gemaild met ruim twintig vragen over de oorsprong, het verloop en de dieptepunten in haar ziektegeschiedenis. Gevraagd wordt hoe het „fysiek” met haar gaat, en op welke momenten zij het „scherpst” de „struggle met de eetstoornis” ervaart. Maar ook naar haar puberteit, haar ouders, de manier waarop haar eetstoornis een rol speelt in relaties met anderen. Onder het kopje ‘Kooktraining’ wordt opnieuw geïnventariseerd wat ze wil bereiken, welk eten zij vroeger „heerlijk” vond, en wat haar „foodfears” zijn: voor welk eten ben je bang?

Wat er met de uiterst persoonlijke antwoorden is gebeurd weet Sanne niet. Dat ggz-instelling Altrecht Eetstoornissen Rintveld advies gaf over de selectie net zo min. Sanne wist net als de andere jongeren die NRC sprak niet dat informatie over potentiële deelnemers mogelijk met Altrecht Rintveld is gedeeld. Rintveld zegt in een reactie dat anonimiteit gewaarborgd was: zij zouden geen achternamen hebben gekregen en niet de ingevulde vragenlijsten, maar een „samenvatting” van de producent.

Sanne werd door de producent afgewezen omdat zij „niet passend” was – wat dat betekent weet ze niet. „Ik had geen ondergewicht meer en at gewoon goed, maar vond eten in het bijzijn van veel mensen lastig. Dit had ik ook als doel omschreven.”

Gevolgen van de aanpak

Wie een groot net uitgooit, moet veel mensen afwijzen. En juist daar ligt bij deze groep een groot risico, zegt de Leidse hoogleraar Van Furth. Een afwijzing kan ‘triggerend’ werken – het kan de eetstoornis versterken. Van Furth is directeur van GGZ Rivierduinen Eetstoornissen Ursula. Patiënten die hier komen zijn vaak al langdurig ziek en intensief behandeld – in zijn woorden: „de Ursula is een last resort”. Ook met patiënten opgenomen in de kliniek is contact geweest. Zeker één van hen dreigde na afwijzing voor deelname weer te gaan lijnen. Van Furth: „De reactie daarop was: dan stop ik wel met eten.”

De meeste mensen met een eetstoornis hebben een laag zelfbeeld, legt hij uit. „Ze ontkennen de aard en ernst van de ziekte. Zij grijpen alles aan om te zeggen: ik heb geen recht op behandeling, ik ben het niet waard, met mij is het niet ernstig genoeg.” Volgens Van Furth speelt daarbij vaak onderlinge concurrentie. „Die meiden vergelijken zich continu met elkaar. Dat is de rare aard van de ziekte. Dun zijn is iets om afgunstig over te zijn.”

In gesprekken met potentiële televisiekandidaten is ook gesproken over hun gewicht en BMI (body mass index, de verhouding tussen gewicht en lengte) – zo zeggen vier van de vijf mensen die we ernaar vroegen. Jolanda bijvoorbeeld, kreeg de vraag of zij „ondergewicht” had. „Heel vervelend”, vond zij. „Het geeft de indruk dat het antwoord relevant is voor je deelname. Dat er ook een verkeerd gewicht is.”

Van Furth legt uit dat iemand met anorexia nervosa zich door zulke vragen meteen beoordeeld voelt. In eetstoorniscentra is het wel onderwerp van gesprek. „We spreken over ‘gezond’ en ‘ongezond’ gewicht en liefst niet in normatieve zin”, zegt hij. „Maar in behandeling zijn is natuurlijk wat anders dan geselecteerd worden voor een televisieprogramma.” Op forum Proud2Bme is het om die reden nadrukkelijk verboden ‘BMI, gewichten, eetlijstjes of calorieën’ te delen.

Hoogleraar Damiaan Denys noemt de gesprekken tussen de tv-redactie en anorexiapatiënten „ridicuul”. Denys vergelijkt het met zijn eigen werk: elk medisch-wetenschappelijk onderzoek waarbij mensen betrokken zijn, wordt uitgebreid getoetst op het risico voor een patiënt – dat is wettelijk vastgelegd. Wil hij patiënten vragenlijsten voorleggen, dan al gelden zware protocollen. Denys: „Het contrast met deze werkwijze is absurd.”

Potentiële deelnemers deelden niet alleen veel privézaken, maar ook hun twijfels met de programmamakers. Uit WhatsApp-gesprekken blijkt dat sommigen zich zorgen maken over de gevolgen van deelname voor zichzelf, de kijkers of mede-kandidaten. In het ene geval is er begrip als iemand afhaakt: „Je herstel gaat altijd voor!!” schrijft een redacteur.

Andere jongeren voelen juist druk. Meerderen werden vaker dan eens voor deelname benaderd, óók als zij eerder ‘nee’ zeiden, of sterke twijfels hadden. Als de 19-jarige Elyse in een WhatsApp-gesprek tot twee keer toe uitspreekt dat haar eetstoornis momenteel sterk opspeelt en dat ze bang is anderen te belemmeren in hun herstel, appt een maker terug dat er „natuurlijk altijd veel dingen triggerend [zijn] voor meiden en jongens met een eetstoornis”. Ze stelt voor om nog eens te bellen. Elyse: „Ze snapten mijn twijfel, maar probeerden die ook steeds weg te nemen. Ik vond het moeilijk om ‘nee’ te zeggen.” Elyse heeft de telefoontjes en appjes uiteindelijk genegeerd.

De producent zegt dat zij mensen nooit moedwillig vaker dan eens benaderden. „Het enige dat wij ons kunnen voorstellen is dat mensen twee Instagram-accounts hadden. Wij wilden geen mensen in het programma die bij deelname reserves hadden.”

De minst voorkomende eetstoornis

Goede ervaringen zijn er ook. Inger (25) zag tijdens haar opname in de Ursula-kliniek een oproep van de programmamakers en heeft daarop gereageerd. Zij was het die in het restaurant van de Leidse instelling met een programmamaker heeft afgesproken, om over deelname en het bijbehorende contract te spreken.

Inger stelt dat dit gesprek wél is gemeld – niet door de programmamakers, maar door haarzelf. „Ik mag bezoek ontvangen. Ik heb het aan de verpleegkundigen op de afdeling gemeld.” Inger wilde de kooktraining graag doorlopen, omdat zij moeite heeft met wat „normaal” eten is. Hoe dik besmeer je je boterham? Hoeveel schep je op?

Ze heeft de gesprekken met de producent als fijn en begripvol ervaren. „De makers hebben duidelijk gemaakt dat er alleen een diëtist bij het programma betrokken was. De eis was daarom dat je op je eigen behandelaar moest kunnen terugvallen.” Om die reden zag ze overigens uiteindelijk ook van deelname af. „Mijn behandeling ging voor alles, dat vonden de programmamakers trouwens ook.” Van Furth en collega’s vrezen echter dat deze aanpak lopende behandelingen kunnen verstoren.

Er is in brede zin nog een bezwaar: als het over eetstoornissen gaat, zegt Van Furth, zien we op televisie vrijwel altijd anorexia nervosa. „Dat is een zichtbare stoornis. Maar ook: de minst voorkomende eetstoornis.” Er zijn ongeveer zevenduizend mensen met anorexia nervosa in Nederland, voor boulimia nervosa (eetbuien die worden gecompenseerd, door braken en laxeren) zijn dat er drie keer zoveel. Zo’n 160.000 mensen hebben een eetbuistoornis (binge eating disorder, BED). Van Furth: „Wie echt iets voor de emancipatie van het ziektebeeld wil doen, zou ook aandacht moeten hebben voor andere eetstoornissen.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.

    • Lineke Nieber