Opinie

Nieuwe ronde steun voor eurozone toont hulpeloosheid ECB

Eurozone

Vorige week donderdag, om half zeven in de ochtend, kwam het eerste belangrijke bericht binnen: het Nederlandse Centraal Bureau voor de Statistiek meldde dat de inflatie in Nederland in februari was gestegen tot 2,6 procent. Diezelfde donderdag om half drie in de middag nam in Frankfurt president Mario Draghi van de Europese Centrale Bank (ECB) het woord op de traditionele persconferentie na afloop van de vergadering van het ECB-bestuur. Hij zei dat de ECB de inflatieverwachting voor het hele eurogebied als gevolg van tegenvallende economische groei moest bijstellen van 1,6 procent naar 1,2 procent voor heel 2019.

Ziehier in een notendop het probleem van monetair beleid in een muntunie: de economie in het ene land is niet dezelfde als die in het andere land.

De ECB heeft als taak de inflatie in het hele eurogebied „onder maar dichtbij de 2 procent” te krijgen. Nu de inflatie voor 2019 tegenvalt, als gevolg van een lager dan verwachte economisch groei in de eurozone, kan de ECB niets anders dan verder stimuleren.

Draghi kondigde daarom ook aan dat de extreem lage rente in de eurozone in elk geval tot eind 2019 op dat niveau zal blijven staan. Ook blijft de ECB de markten steunen door het herinvesteren van 2.500 miljard euro aan staats- en bedrijfsobligaties die de bank sinds de vorige crisis opkocht om de markten te helpen. En ten slotte kondigde Draghi een nieuw pakket van bankensteun aan, waarmee banken die geld uitlenen aan ondernemers de risico’s daarvan goedkoop en langjarig kunnen afdekken via gunstige leningen bij de ECB.

Met name die laatste maatregel is vooral bedoeld voor banken die er slecht voor staan. Eerdere ECB-pakketten van bankensteun kwamen al goeddeels terecht bij ‘probleemlanden’ als Italië en Spanje, maar ook banken die het niet nodig hadden, konden de enorme pot met gratis geld (720 miljard euro) niet weerstaan. De vormgeving van het nieuwe leningenpakket is dusdanig, dat het voor gezonde banken in gezonde landen minder aantrekkelijk is gemaakt om van het ECB-loket te lenen. Een slimme verbetering, omdat zo de hulp terechtkomt bij banken die het geld echt nodig hebben.

Alles overziend is het om treurig van te worden. Waar in Amerika de groei aantrekt en de Federal Reserve de crisissteun stapsgewijs afbouwt, onder meer door renteverhogingen, blijft Europa als geheel kwakkelen. Het bizarre feit doet zich nu voor dat Draghi bij zijn aftreden eind oktober in zijn acht (!) jaar als ECB-president de rente niet één keer heeft verhoogd. Veel keus had hij ook niet: zolang binnen de muntunie landen blijven onderpresteren, zal het monetaire infuus moeten blijven openstaan.

Toch is het een misvatting om heel Europa over één kam te scheren. Sterke economieën als Duitsland en Nederland hebben de facto geen behoefte meer aan onconventioneel monetair beleid. Sterker nog, de Nederlandse inflatiecijfers plus de bubbel op de huizenmarkt schreeuwen eigenlijk om een renteverhoging.

Deze maandag komen de ministers van Financiën van de negentien eurolanden bijeen voor hun reguliere vergadering. Het zou goed zijn als zij de toenemende verschillen in de Europese economie hoog op de agenda zetten. Politici hebben immers wél de mogelijkheid specifiek beleid voor specifieke landen en problemen te formuleren. Gericht ingrijpen in bijvoorbeeld Italië. Een taak die, terecht, niet bij de ECB belegd is, hoe ongemakkelijk de besluiten van de centrale bank daar ook door worden.In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.