Nationale Ombudsman: OM onzorgvuldig in zaak coffeeshophouder

Rapport De Nationale Ombudsman oordeelt hard over OM, ministerie en politie in de zaak van de in Thailand gedetineerde coffeeshophouder Johan van Laarhoven.

Sympathisanten van Johan van Laarhoven brachten in 2016 zo’n 23.000 handtekeningen naar de Tweede Kamer om de druk op te voeren om hem naar Nederland te halen.
Sympathisanten van Johan van Laarhoven brachten in 2016 zo’n 23.000 handtekeningen naar de Tweede Kamer om de druk op te voeren om hem naar Nederland te halen. Foto Bart Maat/ANP

Het Openbaar Ministerie, het ministerie van Justitie en Veiligheid en de Nederlandse politie hebben „onzorgvuldig” gehandeld bij de vervolging van de Brabantse coffeeshopondernemer Johan van Laarhoven. Dit oordeel velt de Nationale Ombudsman deze maandag na een klacht die de in Thailand gedetineerde Van Laarhoven en zijn vrouw hebben ingediend.

Van Laarhoven (58), die in samenwerking met zijn broer in Brabant coffeeshopketen The Grass Company (nu 4 vestigingen) begon, is na een rechtshulpverzoek van het OM in Breda in het kader van een drugsonderzoek in Thailand tot levenslang veroordeeld. Hij zit daar samen met zijn Thaise echtgenote Tukta (37) al bijna vijf jaar gevangen. Volgens de ombudsman hebben de Nederlandse justitiële autoriteiten in hun samenwerking met collega’s in Thailand „niet goed afgewogen of de gekozen middelen in evenredige verhouding stonden tot het beoogde doel”.

Fraude

Van Laarhoven rentenierde sinds 2008 in de Thaise plaats Pattaya. Hij werd met zijn vrouw vijf jaar geleden door de Thaise politie opgepakt nadat het Nederlandse OM een rechtshulpverzoek naar Thailand had gestuurd. Het OM vroeg om informatie in een onderzoek dat sinds 2011 in Nederland loopt. Johan van Laarhoven en zijn broer Frans worden in Nederland verdacht van witwassen van drugsgeld en grootschalige belastingontduiking. Volgens het OM hebben ze zo’n twintig miljoen euro via fraude verdiend. Het geld is voor een groot deel geïnvesteerd in Thailand.

Om de samenwerking te vergemakkelijken, heeft Nederland in 2014 aan de Thaise collega’s in overweging gegeven ook een zelfstandig strafrechtelijk onderzoek te beginnen. Volgens de Nationale Ombudsman is er toen niet de waarheid gesproken in het Nederlandse rechtshulpverzoek. „De echtgenote van verzoeker, die in het rechtshulpverzoek als getuige was vermeld en tegen wie in Nederland geen strafrechtelijk onderzoek liep, werd als verdachte genoemd.” Na verhoor van Nederlandse politiemensen in Thailand werden Van Laarhoven en zijn vrouw opgepakt en allebei, ook in hoger beroep, veroordeeld.

Niet geloofwaardig

Het OM zegt achteraf dat niet was te voorzien dat de Thaise overheid een eigen strafrechtelijk onderzoek naar het echtpaar zou instellen en dat zij zouden worden aangehouden. De Nationale Ombudsman vindt dat niet geloofwaardig. „De Nederlandse instanties namen immers zelf het initiatief om de Thai de brief te sturen en verstrekte de Thai informatie ter ondersteuning van hun verzoek. Dit terwijl zij goed op de hoogte waren van de risico’s van een aan drugs gerelateerd strafrechtelijk onderzoek in Thailand. De Nationale Ombudsman vindt dat het OM en de politie verzuimd hebben om vooraf een reële afweging te maken of het sturen van de brief zorgvuldig, effectief en proportioneel was.”

Advocaat Tim Vis, die Van Laarhoven en diens echtgenote bijstaat, wil dat minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) onmiddellijk in actie komt om te zorgen dat zijn cliënten naar Nederland kunnen komen. „We willen dat de minister het Openbaar Ministerie verplicht om een uitleveringsverzoek te doen aan Thailand zodat Van Laarhoven hier naartoe kan. De minister moet aan de Thai aangeven dat wat nu is gebeurd nooit de bedoeling was.”

Het Openbaar Ministerie zegt het rapport nog te bestuderen en wil nu geen commentaar geven.

Correctie (11 maart 2019): In een eerdere versie stond dat Van Laarhoven en zijn vrouw drie jaar geleden door de Thaise politie werden opgepakt. Dat moet zijn: vijf jaar.