Opinie

Mensenrechten vs. nationale veiligheid, ditmaal in Iran

Een dik pakket ‘misdrijven’ dreigt de Iraanse mensenrechtenadvocaat Nasrin Sotoudeh tientallen jaren cel te bezorgen, las Carolien Roelants.

Dwars

Ik blijf even in de mensenrechten hangen, ditmaal in Iran. Daar is advocaat Nasrin Sotoudeh schuldig bevonden aan misdrijven die haar bij elkaar opgeteld 34 jaar gevangenis en 148 zweepslagen kunnen opleveren, zo maakten mensenrechtenorganisaties vorige week bekend. Het hóéft niet zo veel te worden; de precieze straf is nog niet bekend. Maar de Iraanse rechterlijke macht, die al niet bekendstaat om haar mildheid, heeft zojuist een havik als nieuwe chef gekregen (daar kom ik zo op).

U kent Nasrin Sotoudeh, ik heb al een paar keer op deze plaats over haar geschreven. Als advocaat doet ze mensenrechtenzaken. De laatste paar jaar komt ze met name op voor vrouwen die wegens hun protest tegen de verplichte hoofddoek worden vervolgd. Ik moet zeggen: dééd ze dergelijke zaken, want het regime heeft een lijst opgesteld van twintig advocaten die voor dit soort kwesties tot de rechtszaal worden toegelaten, en daar staat zij natuurlijk niet op.

Tegen dat beroepsverbod voert ze eveneens actie: Sotoudeh (55) is tot in haar tenen strijdbaar. Ik sprak haar in 2015 in Teheran, toen ze nog niet zo lang uit de gevangenis was. Na haar vrijlating was ze meteen een campagne begonnen om haar schorsing als advocaat ongedaan te maken. Ze weet wat ze riskeert maar dat schrikt haar niet af. Ze zei er ook niet over te piekeren weg te gaan, zoals veel critici hebben gedaan: „Ik wil hier leven met mijn man en kinderen.” Haar man, Reza Khandan, is zojuist tot zes jaar gevangenis veroordeeld wegens misdrijven tegen de nationale veiligheid; dat gaat over zijn steun voor de campagne tegen de hoofddoek. De nationale veiligheid is op de een of andere manier altijd in het geding als het om mensenrechten gaat. Zie ook Saoedi-Arabië. Of Egypte.

Sotoudeh werd in juni 2018 opgepakt. Ik noem een paar beschuldigingen tegen haar uit het dikke pakket: „het aanzetten tot corruptie en prostitutie” en „het verstoren van de publieke opinie”, wat met de campagne tegen de hoofddoek te maken heeft, en „samenspanning om misdrijven tegen de nationale veiligheid te plegen”. Haar proces had 30 december plaats; ze was er niet bij omdat de hele procedure volgens haar in strijd met de wet was.

Lees ook deze column van Carolien Roelants: Iran gevaar voor de vrede – of machteloos op de terugtocht?

Nu Ebrahim Raesi, zojuist benoemd als chef van de rechterlijke macht. U kent hem ook: hij was de (verslagen) conservatieve tegenkandidaat van Rohani in de presidentsverkiezingen in 2017. Dit zei Rohani destijds over Raesi: de kiezers willen geen president die sinds de revolutie van 1979 „alleen maar mensen heeft opgehangen en gevangengezet”. Raesi speelde een leidende rol bij de massamoord in 1988 in de gevangenissen op duizenden tegenstanders van het regime (een zaak die in 2016 weer even in de publiciteit werd gebracht maar meteen ook werd gesmoord).

De rechterlijke macht zit in het takenpakket van de conservatieve opperste leider. Daarom wordt de permanente machtsstrijd in Iran vaak via de rechter gespeeld. Zo wordt de gematigde president Rohani in diskrediet gebracht door de op niets gebaseerde vervolging (wegens spionage) van milieuexperts die hij zelf aan het werk heeft gezet. Maar hij kan er weinig tegen uitrichten. Of tegen wat neerkomt op de gijzeling van Iraniërs met dubbele nationaliteit. Zie de Iraans-Britse Nazanin Zaghari-Ratcliffe, die al drie jaar wordt vastgehouden, mogelijk om een oud tegoed van een half miljard pond van de Britse regering terug te krijgen.

Onder het toeziend oog van de opperste leider en met Raesi als chef van justitie heeft Sotoudeh geen clementie te verwachten.

Carolien Roelants is Midden-Oostenexpert en scheidt op deze plaats elke week de feiten van de hypes.