Meebesturen? PVV’ers willen ‘handschoen oppakken’

Statenverkiezingen In 2015 haalde de PVV 66 Statenzetels, ruim 10 procent van het totaal. Tot meebesturen kwam het nergens. Nu lonkt weer de macht.

Dijk langs de Westerschelde, ter hoogte van Griete, een buurtschap bij Terneuzen.
Dijk langs de Westerschelde, ter hoogte van Griete, een buurtschap bij Terneuzen. Foto Walter Herfst

Een provinciale PVV-fractie die klaar leek om mee te besturen: dat had Tineke Poortinga in haar jaren als Statenlid voor de Partij voor de Vrijheid in Gelderland nog niet eerder gezien. Het was op een partijmiddag in Middelburg dat ze Peter van Dijk ontmoette, de fractievoorzitter van de PVV in Zeeland. „Zó positief”, herinnert ze zich. „Ja, zó coöperatief.”

Poortinga was bekend met het PVV-recept in Gelderland: tegen de islam, tegen de elite, niet bereid tot compromis. Van samenwerking was geen sprake. Hoe zat dat in Zeeland, wilde ze weten van Van Dijk: kreeg de PVV daar ook wel eens steun van andere partijen voor voorstellen? „‘Ja natuurlijk!’, zei hij toen ik dat vroeg.”

Poortinga wist genoeg: ze stapte uit de Gelderse PVV en verhuisde voor een nieuwe baan naar de andere kant van het land – in Zeeland, ver weg van de provincie en de fractie die ze ooit vertegenwoordigde. „Ik was er klaar mee.”

De PVV-agenda in de regio

De PVV behaalde in 2015, bij de vorige Statenverkiezingen, 66 zetels, ruim 10 procent van het totaal. In veel provinciehuizen hoort de partij bij de grootste fracties. Maar tot meebesturen kwam het nergens. De provinciale PVV-fracties liepen aan tegen de onwrikbare wensen van Wilders; het klappen van coalities in 2012 op het Binnenhof en in Limburg wekte bij andere partijen bovendien weinig vertrouwen.

In de luwte – op afstand van het Binnenhof en zonder bestuurlijke verantwoordelijkheid – kozen provinciale fractievoorzitters de afgelopen jaren vaker een eigen koers, en in de provinciehuizen verdween soms de argwaan. Het gevolg is een PVV die in elke provincie een ander gezicht toont. Soms radicaler dan ‘Den Haag’, soms opvallend ingetogen. En die ingetogenheid werkt, zeggen anderen. De PVV is dichter bij regionale macht dan de partij lange tijd geweest is.

„Lopen schreeuwen en kabaal maken helpt niet”, zegt Van Dijk, de Zeeuwse fractieleider. „Het is tijd om de bestuurshandschoen op te pakken.”

Geen btw meer op tol Scheldetunnel

Waar nu de Statenleden van Zeeland vergaderen, in de Abdij in Middelburg, dineerden vroeger monniken. Geen plek om ruzie te maken, zegt CDA-leider Hannie Kool-Blokland. En dat is haar meegevallen: na acht jaar in het Provinciehuis met de PVV moet ze toegeven dat de Zeeuwse fractie een volstrekt andere aanpak en toon hanteert dan „de grote leider”, Wilders.

Over de islam of immigranten gaat het eigenlijk nooit in de Zeeuwse Statenvergadering. Volgens data van de provincie heeft de PVV de afgelopen periode (2015-2019) slechts vijf Statenvragen gesteld die te maken hebben met immigratie, asielzoekers of vluchtelingen. Veel vaker gaan de PVV-vragen over andere onderwerpen, zoals de gevolgen van de Brexit voor Zeeland, het aantal fietsdoden, vertraging en treinuitval of het vertrek van rederij Vroon uit Terneuzen.

„We zitten echt op de inhoud”, aldus fractieleider Van Dijk. Als het straks tot meebesturen komt, heeft hij wel andere zaken aan zijn hoofd dan een hoofddoekverbod. Zijn prioriteit: „Defiscaliseren van de Westerscheldetunnel. De toltarieven moeten daar echt btw-vrij.”

Wat de Westerscheldetunnel is voor de Zeeuwse PVV, is de Afsluitdijk voor de Friese fractie. De Groningse PVV’ers geven prioriteit aan aardbevingsschade, de PVV Limburg pleit voor een studiefonds voor opleidingen en omscholingen.

De partij stelt zich in een aantal provincies nadrukkelijk constructief op, en wordt daarvoor gewaardeerd. Het is, in de woorden van Leendert van der Laan, bestuurslid en Statenkandidaat van de Partij voor het Noorden in Groningen, „een gewone partij, die af en toe wel eens dingen in Den Haag zegt waar wij de wenkbrauwen van fronsen, maar in de Staten goed werk levert.” Regelmatig dienen ze moties samen in.

„Ik noem het anticiperende socialisatie”, zegt Roeland Goos, fractieleider van coalitiepartij SGP en al 24 jaar Statenlid in Zeeland. „De PVV gedraagt zich zodanig dat ze acceptabel worden voor coalitiepartners.”

PVV-fracties ruiken hun kans

Partijleider Wilders wil zelf ook dat zijn partij gaat besturen, zegt hij in aanloop naar de Statenverkiezingen. Na de gemeenteraadsverkiezingen van 2018, waarbij de PVV in dertig gemeenten zetels won maar nergens in het college belandde, sprak Wilders van „een schandelijk cordon sanitaire van de zelfgenoegzame arrogante elite” tegenover RTL Nieuws. „Maar onze tijd komt nog wel.”

Dat wordt geen gemakkelijke opgave. De bestuurlijke ervaring is beperkt en de schaduw van Wilders hangt over elke provinciale fractie – gunstig om stemmen te trekken, onhandig tijdens de formatie.

Toch is er ruimte voor een andere koers. De provinciale PVV’ers zijn door de jaren heen ervaren geworden, fractieleden met afwijkende meningen zijn, soms met zetel en al, inmiddels vertrokken. Totale controle vanuit Den Haag is bovendien onmogelijk vol te houden, zeker nu de partij is vertegenwoordigd in 12 provincies en 30 gemeenten. Individuele fracties, en hun leiders, ruiken hun kans om een eigen plan te trekken.

Zijn fractie is „volwassen geworden”, zegt Max Aardema, PVV-leider in Friesland: „Kijk, toen we net begonnen waren de meeste mensen redelijk vers. Dan moet je het werk nog een beetje leren. En dat gaat nu heel aardig.” Onlangs nam de voltallige Statenvergadering nog een motie van zijn fractie aan om digitale raadgevende referenda te onderzoeken.

„De PVV in Friesland is geen one-issuepartij”, zegt ook SP-fractievoorzitter Fenna Feenstra in de Friese Staten, al benadrukt ze dat de twee partijen ver uit elkaar liggen. „Ze zijn heel kritisch, maar leveren wel inhoudelijke bijdragen.”

Besturen deed de PVV niet vaak. Alleen in Limburg leverde de partij korte tijd twee gedeputeerden. Maar dat college spatte alweer uiteen in 2012 na ruzie met VVD en CDA, net als het gedoogkabinet-Rutte I datzelfde jaar. Sindsdien: niets. Met de PVV wilde niemand meer in zee.

Een voorschot op de formatie

Maar ook dat sentiment is eindig. Ger Koopmans, gedeputeerde en lijsttrekker voor het CDA in Limburg, nam afgelopen week al een voorschot op de formatie. Bij de vorige verkiezingen noemde hij een college met de PVV in NRC nog „enkel ruzie, gerommel en gerotzooi”, maar uitsluiten wil hij de partij niet langer. „De afgelopen vier jaar hebben we gezien wat ze deden. Nu is er een nieuwe situatie, we kunnen opnieuw kijken.”

Soms nemen de PVV-fracties juist een radicalere positie in dan Wilders.

Bij een klimaatdebat diende de Gelderse fractie van voorzitter Marjolein Faber een motie in die voorstelde „aan elk beleidsvoorstel een islamparagraaf toe te voegen, waarin wordt uiteengezet welke invloed het voorgestelde beleid heeft op de islamering van Gelderland”.

Alleen de PVV stemde voor.

Hoofddoekverbod

Met andere fracties wordt bewust geen samenwerking gezocht, zegt Tineke Poortinga, die uit de fractie stapte. „Vaak keken we niet eens meer naar de moties. Dan stemden we tegen, gewoon omdat het van een andere partij kwam.”

Lees ook het profiel van Marjolein Faber uit 2015: De vrouw naast Wilders

Gerhard Bos, Statenlid en lijsttrekker voor het CDA in Gelderland, noemt Faber „stevig, weinig verbindend, vooral tegen”.

Zelf wil Faber, evenals de landelijke fractie, voor dit verhaal niet reageren.

In de inbreng van de Gelderse PVV staan islam, immigratie en integratie centraal, zegt CDA’er Bos. „Bij elk onderwerp vindt men wel de U-bocht naar dit soort thema’s.”

Als verklaring wijst Bos naar de hechte band met het Binnenhof. „De lijntjes met de landelijke partij zijn kort”. Een aantal voormalige en huidige Gelderse PVV’ers werkt voor de fractie in Den Haag, Faber zelf voert behalve de provinciale fractie ook de PVV-afvaardiging in de Eerste Kamer aan.

Toch is de harde lijn van Faber haar volgens oud-collega Poortinga niet opgelegd door Wilders. Die lijn trekt ze zelf. „Faber heeft zelf ook ambities”, aldus Poortinga. „Als Wilders nog eens gaat regeren, wil zij vooraan staan.”

Nergens zegt de PVV expliciet níet te willen regeren. „Natuurlijk hebben we bestuursambities!” stelt Henk de Vree, fractievoorzitter van de Zuid-Hollandse fractie, desgevraagd. Maar dat betekent niet dat over alles valt te onderhandelen, voegt hij toe. Het hoofddoekverbod op het stadhuis, vier jaar geleden nog verdwenen uit het programma voor de Provinciale Statenverkiezingen, is weer terug en moet er beslist komen. De Vree: „Als dat een breekpunt is: prima, mooi.”

Als de PVV-fracties met serieuze kansen in de formaties iets gemeen hebben, is het dit: niet hechten aan landelijke breekpunten, een focus op de regio, geen landelijke ambities van de leider die samenwerking in de provincie in de weg zitten.

Lees ook: ‘Geert heeft schijt aan alles’

Coöperatief of niet, alle provinciale fracties benadrukken hoe blij ze zijn met het leiderschap van Wilders, geen van hen zegt af te wijken van de PVV-agenda. Peter van Dijk, de Zeeuwse fractievoorzitter, is het „gewoon eens” met de landelijke PVV-standpunten over de islam. Hij steunt Wilders als die een filmpje deelt waarin de islam „dodelijk” wordt genoemd of roept dat de „grenzen dicht” moeten voor immigranten en nodigde met zijn fractie Filip Dewinter van het radicaal-rechtse Vlaams Belang uit op een avond voor de achterban.

Maar dat betekent niet dat hij islam en integratie steeds moet benoemen. „Het komt in Zeeland praktisch niet aan de orde. Ik kan me tussen 2011 en nu niet herinneren dat er veel over is gediscussieerd”, zegt hij. „Dus ook niet door ons.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.