Opinie

    • Marcel van Roosmalen

ING Leeuw

Ik bezocht voor het eerst sinds lange tijd het Rijksmuseum, misschien toch wel het mooiste museum ter wereld. Het was indrukwekkender en overweldigender dan in mijn herinnering. Om ons heen de wereld, mensen uit alle windstreken. Onder De Nachtwacht lag een groep Franse kinderen, even verderop filmde een man zichzelf terwijl door de Gallery of Honour liep.

En toen was daar opeens de ING Leeuw. Een man, een student hoop ik dan toch, in een oranje leeuwenpak. Levend boegbeeld van een bank die vorig jaar nog voor een recordbedrag schikte met het Openbaar Ministerie wegens systematisch falen in het tegengaan van witwassen. Het knaloranje dier detoneerde tussen schilderijen van Vermeer, Govert Flinck en Ferdinand Bol, maar er waren er die er anders over dachten. Als een oranje rattenvanger van Hamelen had hij al snel een sliert achter zich aan.

Kinderen?

Nee, waren het maar kinderen.

In de gallerij naar het trappenhuis werd geposeerd.

Hele gezinnen verdwenen in de armen van het dier.

Een jongen van ING die bij de ING Leeuw hoorde kwam vragen of ik de ING Leeuw een handje wilde geven, ik zat immers al een tijdje opzichtig naar het mens-dier te staren. Het was gratis. En daar ging ik, niet omdat ik het echt wilde, maar gewoon omdat het kon. Ik drukte zelfs mijn hoofd even tegen zijn pluizige oranje buik.

Gesprek tussen twee meerderjarigen:

Do you speak English?

Yes”, zei de leeuw. „I live here.

We namen afscheid.

Ik ging weer naast de vriendin op een bankje zitten.

De ING-leeuw zwaaide naar de mensen bij de schilderijen, de meesten zwaaiden terug. Hij zwaaide naar ons. Ik stak mijn hand op. Daarna huppelde hij naar het trapgat, waardoor hij ook tevoorschijn was gekomen. Later hoorde ik van een andere bezoeker dat hij de ING Leeuw die middag wel drie keer was tegengekomen. Hij vond dat niet eens onprettig omdat je als de ING Leeuw er was veel rustiger naar de schilderijen kon kijken.

Toen we later die avond ergens gingen eten herinnerde ik me opeens dat ik de oranje ING Leeuw ook weleens had gezien bij een wedstrijd van het Nederlands elftal, en ook een keer bij de Velleper Donderdagen ter hoogte van het Kruidvat op de Hoofdstraat. Nee, de ING Leeuw had maar een mooi leven. Hij was overal en moest ons ondertussen bijna allemaal weleens hebben ontmoet. De grote vraag is natuurlijk wanneer wij dat normaal zijn gaan vinden.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.

    • Marcel van Roosmalen