Opinie

De Kamer bedenkt nog meer taken voor de schooldirecteur

Onderwijsblog De Kamer wil dat het overheidsgeld niet gaat naar de schoolbesturen maar naar de schooldirecteur. Die raakt verder overbelast, schrijft Tjip de Jong.

Getty Images/iStockphoto

Deze week staakt het onderwijs. De afgelopen periode ging het over te hoge werkdruk van leerkrachten en het groeiende lerarentekort. Ik hoop dat ook de schooldirecteuren nog flink van zich laten horen deze stakingsweek. Want ouders, kinderen en vooral een docententeam hebben deze professional hard nodig. Maar alleen als een directeur ook de tijd heeft om leiding te geven. En niet, zoals nu, de weg kwijtraakt in allerlei randzaken die ondersteunende afdelingen – zoals planning & control, personeelszaken, huisvesting en communicatie – de laatste jaren hebben toegevoegd aan hun werkpakket. Ongemerkt is de schooldirecteur werkzaamheden gaan overnemen die eigenlijk thuishoren bij deze ondersteunende diensten. Mijns inziens zouden deze diensten moeten hélpen. Helpen is echter niet zo’n populaire managementterm. Door de huidige gang van zaken heeft de schooldirecteur te maken met allerlei ‘bazen’ die de werkweek volproppen met bijzaken. Hoog tijd om dit ter discussie te stellen.

Wat is er aan de hand?

De takenlijst voor een schooldirecteur wordt langer en langer: een integraal kindcentrum opstarten, de ziekmeldingen in alle vroegte aannemen en oplossen, een fusie realiseren, de week van de gezonde voeding opstarten, het certificaat ‘school zonder afval’ behalen, een lekkage melden bij het servicebureau. En ga zo maar door. Als klap op de vuurpijl stellen politici en actievoerders voor de onderwijsbudgetten niet meer te laten binnenkomen bij het overkoepelende bestuur, maar direct bij de school. Dat is typisch een prachtig idee op papier, maar vrijwel kansloos in de praktijk als er in de structuur en dagelijkse coördinatie niets verandert. Het lijkt alsof de politiek denkt dat schooldirecteuren supermensen zijn. Alsof ze naast de bestaande taken ook nog even het nieuwbouwproject kunnen trekken.

Maar directeuren zijn geen supermensen. De talentvolle managers trekken al dat gedoe bovendien niet en verlaten het onderwijs. Want bij dit soort veranderingen gaat er meestal niets van het lijstje af, er komt gewoon weer iets bij. Zo sprak ik een onderwijsleider die gek werd van de vele nieuwe projecten die de afdeling personeelszaken opstartte en besloot te stoppen. Wil je meer van schooldirecteuren vragen, dan moet er ergens iets van het lijstje af. En als er niks van het lijstje af kan, dan is het nodig prioriteiten aan te passen of het werk slimmer te organiseren.

Een ouderwets systeem

Ik zie dat de oorzaak van de problemen zijn oorsprong vindt in het verleden: ons onderwijs is qua structuur, rollen, taken en verantwoordelijkheden hopeloos ouderwets. Het merendeel van schoolbesturen werkt met organogrammen uit 1980. De harkjes op de websites zien er allemaal hetzelfde uit: een tekening van een centraal bestuur, directies (verantwoordelijk voor een groep scholen) en schooldirecteuren. De bedrijfsvoering is er keurig naast geplaatst. Hoogstens is het tegenwoordig in een cirkel uitgetekend, maar de hiërarchie is hetzelfde.

Ik zou denken dat ons onderwijs met al die aandacht voor vernieuwing deze overbodige hiërarchie ook wel had opgeheven. Maar de structuur bleef hetzelfde en de taken en verantwoordelijkheden zijn steeds lager gelegd. Hierdoor is de druk op de schooldirecteur en de leerkracht terechtgekomen. Ons onderwijs kan slimmer en efficiënter. De meeste studiereizen in onderwijsland gaan nu naar Amerika of Scandinavië om een onderwijsconcept te bestuderen. Maar waarom gaan scholen niet eens op bezoek bij bijvoorbeeld Philips, Akzo Nobel of Buurtzorg Nederland? Hoe gaan die om met ziekteverzuim, kennisgericht werk, innovatie en krappe budgetten?

Tot slot: de oplossing?

Ik vermoed dat het star vasthouden aan bestaande structuren vooral leidt tot meer hiërarchie, meer regels en een steeds minder aantrekkelijke werkomgeving. Schooldirecteuren zijn gebaat bij een schoolbestuur dat zich 100 procent richt op het dagelijks ondersteunen en helpen. Dat betekent: problemen oplossen, de directeuren ontlasten en kijken wat werkt in de praktijk. En dus niet: onder het motto van ‘autonomie’ en ‘de leider aan zet’ schooldirecteuren simpelweg aan hun lot overlaten. De schooldirecteur moet worden geholpen om zich te richten op zijn vier taken:

• Dagelijks leerkrachten faciliteren om hun werk in de klas te kunnen doen
• Onderwijskundig leiderschap bieden voor continue verbetering en vernieuwing
• Leerkrachten, kinderen en ouders met elkaar in contact brengen
• Verantwoording afleggen aan de maatschappij over resultaten en gemaakte keuzes

Het onderwijs aantrekkelijk maken voor onderwijsleiders vraagt om ondersteunende diensten die ondersteunen. Dit kunnen ze doen door bijvoorbeeld te helpen met de dagelijkse administratie en door de zorgen over het onderhoud van het gebouw uit handen te nemen. Door de schoolorganisatie in te richten waarvoor deze altijd al bedoeld was: het geven van onderwijs aan kinderen.

Dr. Tjip de Jong is zelfstandig onderzoeker, docent en adviseur leren en ontwikkelen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.