Hogere celstraffen voor Utrechts ‘uitzendbureau voor moord’

Vijf verdachten kregen celstraffen tot ruim veertien jaar opgelegd. Opvallend is dat de straffen in hoger beroep een stuk hoger uitvallen dan in de eerste aanleg.

De politie vond in 2015 een grote hoeveelheid vuurwapens en munitie in een opslagruimte in Nieuwegein.
De politie vond in 2015 een grote hoeveelheid vuurwapens en munitie in een opslagruimte in Nieuwegein. Foto Koen van Weel/ANP

Vijf leden van de zogenoemde Utrechtse liquidatiebende zijn maandag in hoger beroep veroordeeld tot ruim veertien jaar cel. Het gerechtshof in Amsterdam acht bewezen dat de mannen zich schuldig hebben gemaakt aan voorbereiding op moord. Ook hadden ze meer dan honderd vuurwapens in bezit. De straffen vallen een stuk hoger uit dan de rechtbank in 2016 oplegde. Toen werden celstraffen opgelegd tot acht jaar. De rechter had de mannen toen vrijgesproken van voorbereiding van moord.

Twitter avatar jmeeus12 Jan Meeus Opmerkelijke uitspraak bij hoger beroep #26koper, het uitzendbureau van de onderwereld met een link naar Ridouan T. Hof acht itt rechtbank voorbereiding van liquidaties wel bewezen en legt veel hogere straffen op: 14.5 jaar voor hoofdverdachte, was 8 jaar bij rechtbank

In 2015 vond de politie in twee opslagruimtes in Nieuwegein zeker honderd wapens en munitie. Ook werd een boekhouding aangetroffen waarin inkomsten en uitgaven van drugshandel werden verantwoord. Het onderzoek kreeg de naam 26Koper. Volgens het hof was de criminele bende “duurzaam en goed georganiseerd”. Het OM noemde de organisatie “een crimineel uitzendbureau voor moord op bestelling”.

Lees ook: Een uitzendbureau voor moord op bestelling

Ridouan T.

Saillant detail is dat in het onderzoek naar de groep 26Koper de Marokkaanse Nederlander Ridouan T. voor het eerst in beeld is gekomen. Enkele mensen die door de leden van 26Koper waren geobserveerd, gevolgd en gefotografeerd verklaarden dat ze dat deden in opdracht van Ridouan T. Hij wordt verdacht van betrokkenheid bij zeker acht liquidaties en pogingen daartoe en is een van de meest gezochte criminelen van Nederland.

In de eerste aanleg vielen de straffen van de rechtbank een stuk lager uit. Volgens de rechter waren concrete liquidatieplannen niet bewezen omdat niet duidelijk was wie het beoogde slachtoffer zou zijn geweest. Het OM was het hier niet mee eens en ging in hoger beroep.

Lees ook: OM wil strengere wet om liquidatiegolf te stoppen

In het arrest geeft het hof een ruimere interpretatie van het juridische begrip voorbereiding. De rechtbank oordeelde dat er voor “strafbare voorbereiding” van liquidaties te weinig concrete aanwijzingen waren in de vorm van doelwit, plaats en tijd. Het enkele feit dat bijvoorbeeld de gangen van criminele rivalen in kaart waren gebracht door de verdachten was voor de rechtbank onvoldoende specifiek. Het hof stapt daar over heen en concludeert op basis van het algemene beeld in het strafdossier over de intenties van de criminele groepering dat er sprake is van voorbereidingshandelingen.

Volgens advocaat Christian Flokstra, advocaat van een van de hoofdverdachten, rekt het hof de strafbare voorbereiding op, om vervolgens op basis van een algemeen beeld tot een bewezenverklaring te komen. “In dat algemene beeld spelen dan tal van feiten en omstandigheden in relatie tot bijvoorbeeld andere liquidaties een rol die niet aan cliënt of andere verdachten toe te rekenen zijn, maar door het hof wel meegenomen worden om de vermeende intentie tot moord vast te stellen. Ik vind dat zeer problematisch en we zullen dat ook voorleggen aan de Hoge Raad.”